Franse artsen in 'ballingschap'
Meer dan een symbolische actie
De ‘ballingschap’ van 2.500 Franse artsen in Brussel was niet louter symbolisch. Ze zou ook de enige manier zijn geweest om te ontsnappen aan de massale opvorderingen door de Franse overheid en zo hun stakingsrecht te vrijwaren.
Het was misschien minder spectaculair dan de duizend tractoren die in december vorig jaar de Brusselse straten vulden, maar toch… Het konvooi van negentig bussen, gevuld met zelfstandige artsen, dat op zondagavond 11 januari de Belgische hoofdstad bereikte, wijst op een diepgaand disfunctioneren van het Franse zorgsysteem. Aanleiding is de nieuwe financieringswet voor de sociale zekerheid (LFSS), die door artsen actief in ‘sector 2’ (het Franse equivalent van onze niet-geconventioneerde artsen, hierna ‘liberale artsen’) wordt ervaren als een autoritaire ontsporing, vooral omdat zij hun ereloonsupplementen wil beperken.
Al in augustus 2025 waarschuwde Le Bloc, dat drie Franse artsensyndicaten verenigt — chirurgen (UCDF), gynaecologen-verloskundigen (Syngof) en anesthesisten (AAL) — voor dit “toxische” wetsontwerp en voor de gevolgen ervan voor de vrije geneeskunde en, bij uitbreiding, voor de toegang tot zorg in Frankrijk. In november werd een stakingsweek en een grote manifestatie voor januari aangekondigd.“De enige reactie van de overheid bestond uit massale opvorderingen”, klaagt dr. Philippe Cuq, voorzitter van de Union des chirurgiens de France, aan. Uiteindelijk werd de LFSS op 31 december afgekondigd.
Opvordering manu quasi militari
Die opvorderingen vormden de belangrijkste reden waarom de 2.500 artsen hun land verlieten. Over heel Frankrijk werden immers duizenden artsen opgeroepen om te werken op de vrijdagavond, daags voor de manifestatie.
“Het is frappant hoe slecht voorbereid de autoriteiten waren”, merkt een andere syndicale vertegenwoordiger op. “De meeste opvorderingen kwamen slechts enkele uren voor de actie, die nochtans al meer dan zes maanden aangekondigd was. En dan die totale onbekendheid met het terrein: men vorderde soms chirurgen zonder tegelijk anesthesisten op te roepen.”
Er bestonden echter al zogenaamde 'permanentielijnen', met per specialisme vastgelegde minimale bezettingen per instelling. De opvorderingen gingen daar vaak ruim overheen en werden bovendien collectief opgelegd, wat wettelijk niet is toegestaan.
“Nieuw is dat prefecten massale opvorderingen uitvaardigden via lijsten die aan ziekenhuisdirecties werden overgemaakt, terwijl die in principe individueel en persoonlijk aan de betrokken artsen moeten worden betekend door een vertegenwoordiger van de ordediensten”, bevestigt Philippe Cuq. Le Bloc schat dat daardoor 400 tot 500 artsen die zich hadden ingeschreven voor ‘Operatie Brussel’ uiteindelijk niet konden vertrekken.
Daarnaast gebeurden ook individuele opvorderingen op manieren die vragen oproepen. “We horen veel getuigenissen van artsen die ’s nachts thuis door de politie werden gewekt, in aanwezigheid van hun kinderen, om opgevorderd te worden”, vertelt dr. Olivier Creton, vaatchirurg in Bretagne. “Ik heb zelf meegemaakt dat een collega in mijn ziekenhuis door vier zwaarbewapende agenten in interventie-uitrusting werd opgevorderd, voor de ogen van haar patiënten. Die gynaecologe was getraumatiseerd, net als haar patiënten, die haar nadien schriftelijk hebben gesteund. Dit aanvaarden we vandaag niet meer. Wij willen niet als zondebok dienen voor dit falend beleid. Wij zijn niet het probleem, wij zijn de oplossing. Wij dragen het systeem al jaren op onze schouders.”
Systeem staat op instorten
In Frankrijk werken artsen in ‘sector 1’ (loontrekkend, aan de basistarieven van de sociale zekerheid, met volledige terugbetaling voor de patiënt) of in ‘sector 2’ (liberale artsen die ereloonsupplementen aanrekenen; de sociale zekerheid vergoedt het basistarief, aangevuld door ziekenfondsen en private verzekeringen, met een restkost voor de patiënt). Daarnaast bestaat ook nog ‘sector 3’, volledig buiten het sociale zekerheidssysteem, met vrije honoraria en quasi geen terugbetaling.
"Ondanks onze moeilijkheden is de restkost voor de patiënt in Frankrijk de laagste van Europa, wat aantoont dat het systeem presteert", benadrukt Philippe Cuq. "Maar nu willen de Franse ziekenfondsen zich terugtrekken uit de vergoeding van ereloonsupplementen. Wij vragen dat de aanvullende verzekeringen, die samen jaarlijks ongeveer 44 miljard euro omzet draaien - waarvan soms 20% naar beheers- en marketingkosten gaat - hun rol efficiënter opnemen."
De in Brussel verzamelde specialisten verdedigen het belang van hun ereloonsupplementen. “De sociale zekerheid heeft sommige tarieven jarenlang bevroren. Er zijn chirurgische ingrepen waarvan het honorarium sinds 1990 geen cent is gestegen”, aldus Cuq. “Zonder ereloonsupplementen kunnen we chirurgie, anesthesie en gynaecologie gewoon niet meer uitoefenen.” Een collega bevestigt: “Als onze tariefvrijheid verdwijnt, vallen onze liberale praktijken stil. Geen enkel Frans bedrijf kan werken tegen tarieven uit 1992, die een consultatie vastleggen op 23 euro.”
Liberale verloskunde
De liberale verloskunde toont duidelijk aan hoe essentieel sector 2 is voor het Franse zorgaanbod. In Frankrijk vinden 18% van de bevallingen plaats in private materniteiten. In twintig departementen waar geen private materniteiten meer zijn, hebben vrouwen geen andere keuze dan het openbare circuit, dat zelf ook kampt met ernstige personeelstekorten.
"Er zijn bijna geen vaste zorgverleners meer, alleen tijdelijke vervangers", stelt dr. Bertrand de Rochambeau, voorzitter van het Syndicat national des gynécologues obstétriciens. “Het gaat vaak om artsen met een diploma van buiten de EU, opgeleid volgens andere normen, die geen toegang hebben tot het systeem van liberale praktijk. De private sector is dus onmisbaar. "Het sluiten van onze materniteiten om naar Brussel te verhuizen was bijzonder pijnlijk en heeft in Frankrijk serieuze volksgezondheidsproblemen veroorzaakt."
In meerdere regio’s (onder meer Occitanië en Provence-Alpes-Côte d’Azur) moesten de overblijvende openbare ziekenhuizen zelfs het ‘Plan Blanc’ activeren, waardoor zorgverleners in ziekteverlof werden teruggeroepen om de extra werklast op te vangen na de sluiting van private materniteiten. “En dat ondanks de massale opvorderingen”, benadrukt de Rochambeau. “Onze liberale verloskunde verkeert in ernstig gevaar: elk jaar verliest de sector ongeveer 5% van zijn artsen. Zonder betere werkomstandigheden dreigt een volledige verschuiving naar openbare ziekenhuizen, die zelf al uitgeput zijn.”
Parijs / Brussel: dezelfde strijd
Dat Brussel als tijdelijk toevluchtsoord werd gekozen had, zoals de Franse artsen toegeven, in de eerste plaats praktische redenen. “Maar we wisten ook dat Belgische artsen met gelijkaardige problemen kampen, net als collega’s elders in Europa”, zegt Philippe Cuq. Daarop sluit dr. Gilbert Bejjani, voorzitter van BVAS-Brussel, aan: “We maken hetzelfde mee in België. In juli hielden we een eendaagse staking die de minister enigszins deed terugkrabbelen in zijn wetsplannen. Het ging onder meer om het beperken van ereloonsupplementen tot 125% in ziekenhuizen en 25% in de ambulante zorg, op basis van een nieuwe nomenclatuur die we zelfs nog niet kennen. Ik spreek mijn volledige solidariteit met jullie beweging uit.”
Hoewel de Franse artsen van meet af aan een einddatum hadden vastgelegd voor hun stakingsballingschap (ze keerden na drie dagen terug naar Parijs), waarschuwen ze dat dit niet het einde van de mobilisatie betekent. “Dit dossier moet op tafel bij de regering, bij de premier en desnoods bij president Macron”, besluit de voorzitter van de Franse chirurgen.