Ziekenhuis moet waken over uitvoering en kwaliteit van zorg
Nederlands Hof: ziekenhuis aansprakelijk voor gynaecoloog die eigen zaad gebruikte
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in Nederland stelt een ziekenhuis aansprakelijk voor de schade aangericht door een gynaecoloog die bij een vruchtbaarheidsbehandeling zijn eigen zaad had gebruikt.
Herman Nys, em. prof. medisch recht, KU Leuven
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed op 13 januari 2026 uitspraak in een zaak die een moeder en haar kinderen hadden aangespannen tegen een ziekenhuis. Het hof houdt het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade (materieel en immaterieel) die de moeder en haar kinderen lijden doordat een gynaecoloog verbonden met het ziekenhuis tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling in 1988 niet het zaad van de echtgenoot heeft gebruikt, maar zijn eigen zaad.
De feiten
De moeder had in 1988 een behandeling ondergaan in het ziekenhuis waarbij met de behandelend gynaecoloog was afgesproken dat de moeder zou worden geïnsemineerd met het zaad van haar toenmalige echtgenoot.
De gynaecoloog heeft echter niet het zaad van de echtgenoot gebruikt, maar zijn eigen zaad en heeft de moeder en haar toenmalige echtgenoot daarover niet ingelicht.
Als gevolg van de behandeling zijn drie kinderen (als drieling) geboren. De gynaecoloog is in 2009 overleden. In 2016 is de voormalige echtgenoot van de moeder overleden.
Juridisch-maatschappelijke context
In de periode waarin de gynaecoloog praktijk hield, was er nog geen specifieke regelgeving met betrekking tot fertiliteitsbehandelingen in Nederland. Zelfs meer algemene wet- en regelgeving met betrekking tot het handelen van artsen en de relatie met patiënten was er nauwelijks. Pas in 1994 trad de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) in werking die de patiëntenrechten regelt.
Tot die tijd waren artsen vooral gehouden aan gedragsregels van beroepsorganisaties. Zo werd door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst (KNMG) een “Medische ethiek en gedragsleer” opgesteld.
Hierin was van meet af aan de regel opgenomen dat de arts niet verder doordringt in de privésfeer van de patiënt dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk is en dat de arts zich onthoudt van intimiteiten in de behandelsfeer.
Het lijdt volgens het hof geen twijfel dat het gebruik van eigen zaad door een behandelend arts bij fertiliteitsbehandelingen van patiënten in strijd is met deze gedragsregels. Hiermee dringt de arts verder door in de privésfeer van een patiënt dan noodzakelijk is.
Daarnaast heeft de arts de patiënt niet geïnformeerd over de behandeling, of in elk geval iets anders gedaan dan hij had afgesproken.
Schade bij moeder en kinderen
Het hof is van oordeel dat het handelen van de arts voor wat betreft de moeder een ernstige inbreuk inhoudt op haar recht op lichamelijke en geestelijke integriteit, op haar zelfbeschikkingsrecht en op het recht van beschikking over gezinsplanning en de vrije keuze voor de genetische kenmerken van haar kinderen (zij koos samen met haar toenmalige echtgenoot enkel voor inseminatie met zijn eigen zaad).
Wat betreft de kinderen is hen de kans ontnomen om hun biologische vader te kennen (door het overlijden van de gynaecoloog). Zij hebben al die jaren in de veronderstelling geleefd dat hun juridische vader ook hun biologische vader was.
Daarmee hangt samen de belangen van identiteitsvorming, geestelijke integriteit, medische belangen (zoals eventuele erfelijkheidsaandoeningen), verlies van genetische affiniteit en zorgen over het aangaan van affectieve relaties met genetisch verwante personen.
Gezien deze context is voorzienbaar dat hetgeen de gynaecoloog heeft gedaan voor zowel de moeder als de kinderen emotionele en psychische schade tot gevolg kan hebben, naast mogelijke vermogensschade.
Ziekenhuis aansprakelijk voor handelen gynaecoloog
Het hof oordeelt dat het handelen van de arts afstraalt op het ziekenhuis. De moeder mocht erop vertrouwen dat zij (ook) met het ziekenhuis een contractuele (behandel)relatie had voor de behandeling van haar kinderloosheid door de gynaecoloog die werkzaam was binnen de muren van het ziekenhuis.
Dat de gynaecoloog heimelijk te werk ging en het ziekenhuis geen weet heeft gehad van het handelen van de gynaecoloog, doet hieraan niet af, aangezien het ziekenhuis contractueel aansprakelijk kan worden gehouden voor het handelen van de gynaecoloog.
Relevant in deze context is dat het ziekenhuis in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw van plan was om te starten met fertiliteitsbehandelingen. Om die reden is de gynaecoloog aangetrokken. Het ziekenhuis heeft zich echter vervolgens op geen enkele wijze bemoeid met het opzetten van de fertiliteitsafdeling waaraan de gynaecoloog leiding gaf.
Voor handelingen binnen de muren van het ziekenhuis was het ziekenhuis evenwel verantwoordelijk. Het had de bevoegdheid en de mogelijkheid om zich te bemoeien met de uitvoering en de kwaliteit van deze vorm van zorg, die nog in de kinderschoenen stond.
Dat het ziekenhuis zich niet bemoeide met de opzet van de afdeling en met regels, kwaliteitseisen of te hanteren zorgvuldigheidsnormen kan het dan ook worden verweten.
Dat er destijds geen wettelijke regels zijn overtreden of niet zijn nageleefd door het ziekenhuis, omdat deze regels nog niet bestonden, ontslaat het ziekenhuis niet van zijn juridische verantwoordelijkheid.
Bijgevolg veroordeelt het hof het ziekenhuis tot het vergoeden van de door de moeder en ieder van de kinderen geleden (im)materiële schade.