WeesziektenPremium

Ségolène Aymé, eredoctor van de KU Leuven

'Orphanet ontstond uit levensnoodzakelijke behoefte aan informatie'

EREDOCTORAAT Medisch geneticus en epidemioloog Ségolène Aymé is de oprichter van Orphanet, het grootste Europese kennisplatform voor zeldzame ziekten. Op maandag 2 februari ontving ze een eredoctoraat van de KU Leuven. Voor Artsenkrant blikt ze terug op het ontstaan van haar “kindje”, het concrete effect op het leven van patiënten, de rol van Europa, en de beloften, maar ook de grenzen van artificiële intelligentie.

prof. Ségolène Aymé
Prof. Ségolène Aymé (foto: Gilles Hanauer)

Artsenkrant: U bent van opleiding arts-genetica. Wanneer hebt u zich toegelegd op zeldzame ziekten?

Ségolène Aymé: Dat gebeurde heel vroeg, bijna toevallig. Ik heb twintig jaar gewerkt als geneticus in een kinderziekenhuis en besefte snel dat ik vrijwel uitsluitend zeldzame ziekten zag. In de jaren zeventig en tachtig werden die ziekten niet onderwezen of beschreven. Er bestond gewoonweg geen informatie over, noch in boeken, noch bij collega’s.

Vanaf de eerste weken begreep ik dat ik de patiënten niets kon bieden als ik niet zelf de hulpmiddelen daarvoor vond. En iets betekenen voor mensen voelde als een morele plicht, want thuis had ik twee prachtige kinderen die mij gelukkig maakten. Omdat ik ook een achtergrond had in informatica, biostatistiek en biomathematica, begon ik in 1975 met het opbouwen van een databank die de syndromen verzamelde die in de wetenschappelijke literatuur beschreven stonden. Het doel was heel pragmatisch: mijzelf helpen diagnoses te stellen en de families nuttige informatie te bezorgen.

Dat werk stelde mij in staat om uiterst zeldzame ziekten te diagnosticeren, nieuwe gevallen te publiceren en geleidelijk een efficiëntere klinische aanpak te ontwikkelen. In de jaren tachtig, met de komst van de Minitel, en later in de jaren negentig met het internet, heb ik geprobeerd deze hulpmiddelen toegankelijk te maken voor andere clinici.

Tegelijkertijd kwam het internationale programma Human Genome Project tot stand. Op verzoek van het Inserm schreef ik een rapport waarin ik aantoonde dat Frankrijk een groot voordeel had: grote families die medisch goed opgevolgd werden dankzij een gunstig gezondheidssysteem. Ik stelde voor om een netwerk op te bouwen tussen clinici, onderzoeksinstellingen en patiëntenverenigingen. Uit die dynamiek ontstond eind jaren negentig Orphanet, in de context van de Europese verordening over weesgeneesmiddelen.

Orphanet is dus het resultaat van dat traject?

Ja. Orphanet is het resultaat van jarenlange inspanningen, en is gestart lang voordat zeldzame ziekten op de politieke agenda kwamen. De Europese verordening over weesgeneesmiddelen van 1999 was een sleutelmoment: ze maakte duidelijk dat er behoefte was aan een gestructureerde en gedeelde inventaris.

De Europese Commissie toonde al snel belangstelling voor wat Frankrijk had opgezet en steunde de verdere ontwikkeling van Orphanet, onder meer om er een meertalig instrument van te maken en de inhoud te verrijken – met klinische proeven, beschikbare of in ontwikkeling zijnde geneesmiddelen en expertisecentra. Vanaf de jaren 2000 werd het echt een Europees avontuur.

'Er bestaat geen andere zo complete inventaris van zeldzame ziekten als ORPHANET'

Mogen we zeggen dat Orphanet de wereldwijde referentie is?

Absoluut. Er bestaat geen enkele andere inventaris die zo volledig is. Doorslaggevend was de ontwikkeling van een specifieke, hiërarchische nomenclatuur, van algemene klinische concepten tot het moleculaire niveau. Deze boomstructuur is onmisbaar geworden voor onderzoekers, clinici, de industrie en regelgevende instanties. Zonder codering bestaan ziekten vandaag niet in onze digitale systemen.

De keuze voor open toegang was fundamenteel. De Orphanet-nomenclatuur en -gegevens zijn voor iedereen vrij toegankelijk, met interfaces aangepast aan verschillende gebruikers. Dat verklaart grotendeels het internationale succes.

Ik heb bovendien tien jaar samengewerkt met de Wereldgezondheidsorganisatie om zeldzame ziekten te integreren in de Internationale Classificatie van Ziekten (ICD). De ICD-11 omvat nu ongeveer 4.500 zeldzame ziekten, tegenover amper 450 vroeger – een enorme vooruitgang, al is de volledige implementatie nog aan de gang.

dna
Het platform Orphanet biedt een samenvatting van de kennis en rechtstreekse toegang tot wetenschappelijke literatuur.

Welke concrete impact heeft Orphanet gehad op het leven van patiënten?

Een enorme. Vanaf het begin was mijn doel patiënten en hun families die informatie te geven die ik zelf zou willen krijgen als ik me in hun situatie bevond: inzicht in de ziekte, het erfelijkheidspatroon, de stand van het onderzoek, behandelopties, expertisecentra, patiëntenverenigingen en bestaande therapieën.

Orphanet is in de eerste plaats voor hen bedoeld, maar ook voor huisartsen, die zich vaak machteloos voelen tegenover zulke zeldzame aandoeningen. Het platform biedt een samenvatting van de kennis en rechtstreekse toegang tot wetenschappelijke literatuur.

Dankzij relationele databanken en het internet kunnen we nu veel dieper gaan in de informatie, tot op het niveau van samenvattingen van wetenschappelijke artikels. Dat verandert radicaal hoe patiënten en artsen deze ziekten benaderen.

Orphanet is dus toegankelijk voor zowel patiënten als professionals?

Ja, en dat is essentieel. Ook voor experts biedt het grote meerwaarde, want de gegevens worden voortdurend bijgewerkt. Orphanet maakt het mogelijk patiëntregisters te identificeren, expertisecentra in 42 landen te lokaliseren en de stand van het onderzoek te volgen. Nationale teams leveren continu bijdragen aan deze actualisering.

Vandaag neemt het euroscepticisme toe, met name in Frankrijk. Hoe kijkt u zelf naar de rol van Europa?

Ik ben bijzonder trots op wat Europa op het vlak van zeldzame ziekten heeft gerealiseerd. Geen enkele andere regio ter wereld heeft zo’n volledige aanpak ontwikkeld die onderzoek, volksgezondheid en zorgorganisatie combineert.

De Verenigde Staten hebben veel gedaan om onderzoek en de markt van weesgeneesmiddelen te stimuleren, maar ze hebben geen netwerk van expertisecentra of een globale publieke gezondheidsstrategie uitgebouwd. Elders bestaan er wel initiatieven, maar die blijven versnipperd. Europa is uniek in zijn samenhang en reikwijdte, al verschilt de financiering per land.

Biedt artificiële intelligentie nieuwe mogelijkheden voor Orphanet?

Zeker. AI presteert uitstekend bij het samenvatten van gegevens, op voorwaarde dat ze gebaseerd is op gevalideerde bronnen. Maar voor alles wat te maken heeft met classificatie, nomenclatuur en conceptuele keuzes blijft menselijke intelligentie en expertise onmisbaar.

Waar AI ook enorme mogelijkheden opent, is bij diagnoseondersteuning op basis van klinische kenmerken. Orphanet biedt al RDK aan, een diagnostisch hulpmiddel dat voortbouwt op mijn vroegere project GenDiag. Omdat de gegevens open toegankelijk zijn, kunnen ze hergebruikt voor toepassingen, idealiter in lokale talen.

Is Orphanet ook een belangrijk instrument voor de farmaceutische industrie?

Absoluut. Farma, geneesmiddelenagentschappen en regulerende overheden maken intensief gebruik van Orphanet. De databank laat toe makkelijk te navigeren tussen ziekten, therapieën en klinische studies. Velen erkennen dat deze gestructureerde toegang tot jarenlang verspreide kennis het hele veld van de zeldzame ziekten heeft getransformeerd.

U hebt een eredoctoraat ontvangen van de KU Leuven. Wat betekent die onderscheiding voor u?

Ze heeft mij diep geraakt. Als jonge clinica keek ik op naar Centrum Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven. Hun pioniersaanpak combineerde wetenschappelijke nauwkeurigheid met aandacht voor de psychologische dimensie van medische genetica.

Een moeilijke diagnose meedelen, complexe beslissingen begeleiden zoals prenatale diagnostiek of omgaan met familiaal genetisch risico vergt meer dan alleen wetenschappelijke bekwaamheid. Leuven had dat al vroeg begrepen. Een onderscheiding krijgen van een universiteit die ik altijd heb bewonderd, heeft dus een bijzondere betekenis.

Een erkenning aan het einde van mijn loopbaan compenseert ook de hindernissen die ik als vrouw in de wetenschap heb ondervonden, ondanks mijn successen.

'Als jonge clinica keek ik op naar het Centrum Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven'

Bestaat er volgens u een typisch Belgische aanpak van zeldzame ziekten?

Wetenschappelijk staat België bijzonder sterk. Het universitaire systeem, dat financieel autonomer is dan het Franse, stimuleert productiviteit, aantrekkingskracht en creativiteit. Belgische onderzoekers zijn intellectueel erg wendbaar en ondernemend.

Het zwakke punt blijft de institutionele versnippering. Op het vlak van zeldzame ziekten is die versnippering problematisch, want geen enkel centrum of regio kan op zichzelf zo’n breed terrein bestrijken. Meer coördinatie is absoluut nodig.

Welk advies zou u geven aan jonge artsen en onderzoekers die zich op genetica en zeldzame ziekten willen richten?

Het is wellicht het meest boeiende domein van de geneeskunde. De wetenschap staat er centraal en innovatie gebeurt er dagelijks. Ongeveer 50% van de medische innovatie betreft zeldzame ziekten of oncologie, dat zelf grotendeels uit zeldzame kankers bestaat.

Het is ook een veld waar de noden van patiënten en families enorm zijn. Voor een professional is het tegelijk intellectueel stimulerend en diep betekenisvol werk.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • checkdigitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • checkuw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • checkmaximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 
Geschreven door Nicolas de Pape22 januari 2026
Print Magazine

Recente Editie
05 december 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine