Parlementaire vraag over de opvolging van spermadonorcasus
Afstammingscentrum ontving 59 aanmeldingen in spermadonorcasus
Het Afstammingscentrum ontving naar aanleiding van de Deense spermadonorcasus 59 aanmeldingen: 28 van donorkinderen, 21 van ouders van donorkinderen en 10 van donoren.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven.
Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) stelde een schriftelijke vraag aan minister Gennez over de ‘Casus spermadonor - Opvolging betrokkenen’.
Begin juni 2025 raakte bekend dat er met het zaad van eenzelfde donor, afkomstig van een fertiliteitskliniek in Denemarken, in ons land maar liefst 52 kinderen werden verwekt. Ondertussen staat de teller in heel Europa op 197, en het zijn er wellicht nog meer, zegt Schryvers.
Een deel van de kinderen heeft een kankerverwekkende genetische afwijking van de donor overgeërfd. Het is de verantwoordelijkheid van de fertiliteitsklinieken om ouders daarover te informeren. Dat blijkt echter niet altijd te zijn gebeurd of vaak ook veel te laat. Nochtans kan er veel leed bespaard worden en zelfs overlijdens vermeden, wanneer de kinderen tijdig getest en opgevolgd kunnen worden.
Meldingen bij het Afstammingscentrum
Het Afstammingscentrum is er voor mensen die door het verleden geen direct aanknopingspunt hebben over hun nauwe verwanten. Katrien Schryvers stelde aan de minister drie vragen: hoeveel meldingen die het Afstammingscentrum ontving sinds juni 2025 hadden rechtstreeks te maken met de spermadonorcasus ?
Hoe verhouden die aantallen zich tot het totale aantal nieuwe aanmeldingen sinds juni 2025?
Voor hoeveel van die aanmeldingen die te maken hebben met de massadonor werd al een dossier geopend en hoeveel van die dossiers staan nog op de wachtlijst?
De minister antwoordde dat sinds de spermardonorcasus het Afstammingscentrum 59 aanmeldingen ontving: 28 van donorkinderen, 21 van ouders van donorkinderen en 10 van donoren.
Bij de personen die naar aanleiding van de genoemde zaak contact opnamen, waren er 13 ouders van donorkinderen en 3 donorkinderen die verwezen naar het feit dat er werd gewerkt met een 'Deense' donor.
Het gaat hierbij om materiaal van de Deense spermabank, maar het zijn niet altijd Deense donoren. Bij de overige inschrijvingen werd dit niet expliciet vermeld, maar gezien de timing van de aanmelding is er vermoedelijk een verband met het Deense donorschandaal. Media-berichten zorgen ervoor dat mensen nadenken over hun eigen situatie.
De verantwoordelijkheid van de fertiliteitsklinieken
Ook vroeg Katrien Schryvers welke stappen de minister al heeft gezet om er, in samenspraak met haar federale collega, voor te zorgen dat de fertiliteitsklinieken hun verantwoordelijkheid opnemen in deze zaak en dat doorverwijzingen van het Afstammingscentrum naar de fertiliteitsklinieken vlot gebeuren, zodat het Afstammingscentrum zich kan blijven toeleggen op zijn kerntaak.
Daarop antwoordde de minister dat er over deze materie op regelmatige basis overleg gepleegd wordt tussen haar en minister Vandenbroucke om, rekening houdend met de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenschappen en de federale overheid, de aanpak en gevolgen van deze beleidskeuze zo goed als mogelijk vorm te geven voor alle betrokkenen.