Onderzoek Universiteit Antwerpen
Voorspellen slaapproblemen vroegtijdig ziekte van Parkinson?
Patiënten met de ziekte van Parkinson kampen vaak met slaapproblemen. Omdat deze klachten vaak lang voor de eerste zichtbare symptomen opduiken, onderzoekt neurowetenschapper Kaat Colman (Universiteit Antwerpen) of slaap een vroegtijdige voorspeller van Parkinson kan zijn.
Filip Ceulemans
Wereldwijd is de ziekte van Parkinson de tweede meest voorkomende neurodegeneratieve aandoening. In België kampen naar schatting 50.000 mensen met de ziekte. Hoewel Parkinson vaak geassocieerd wordt met motorische symptomen zoals beven en traagheid, treden er al veel eerder andere signalen op, waaronder een verminderde reukzin, geheugenproblemen en depressieve klachten.
Een van de vroegste waarschuwingssystemen is een verstoorde slaap. “Daarbij speelt vooral de REM-slaap een belangrijke rol”, zegt Kaat Colman, doctoraatsonderzoeker in de translationele neurowetenschappen. “Bij sommige patiënten is deze slaaptoestand zo ontregeld dat ze hun dromen fysiek uitvoeren door te schoppen, slaan of roepen. In zo’n geval spreken we van een REM-slaapgedragstoornis.” Meer dan 90% van de mensen met zo'n stoornis ontwikkelen later Parkinson of een verwante aandoening. Slaap is dan ook niet enkel een symptoom maar ook een krachtige voorspeller van de ziekte.
Slaapgedragstoornis
In haar onderzoek wil Colman nog een stapje verder gaan. “In het slaapcentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen kunnen we uiterst subtiele verstoringen in de REM-slaap meten: afwijkingen die veel minder uitgesproken zijn dan bij een REM-slaapgedragstoornis. Ons doel is om te achterhalen of deze minieme veranderingen gelinkt kunnen worden aan de allervroegste fase van Parkinson. Bestaat er een verband, dan kunnen we de ziekte mogelijk detecteren nog vóór er merkbare symptomen of hersenschade optreden”, legt Colman uit. “Dat is cruciaal, want vandaag wordt Parkinson vaak pas vastgesteld wanneer er al hersenschade is. Die aantasting is onomkeerbaar. Als we vroeger kunnen ingrijpen, kunnen we de ziekte behandelen op een moment waarop we het meeste impact kunnen maken.”