Hiv-transmissie door gezondheidswerkers
Het transmissierisico voor hiv is veel groter van patiënt naar gezondheidswerkers dan van gezondheidswerkers naar patiënt. De meeste hiv-infecties van gezondheidswerkers zijn dus primaire infecties in de privésfeer.
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Het risico op HIV-transmissie van gezondheidswerkers (GW) naar patiënten werd in een Duitse review van Diel et al. bestudeerd (GMS Hygiene and Infection Control, 2026). Slechts 23 studies van de 222 konden geïncludeerd worden in de eerste systematische review van deze topic.
Er zijn slechts zeer weinig gevallen beschreven en gedocumenteerd van transmissie van hiv van gezondheidswerker naar patiënt(en). Zelfs met de meest pessimistische aannames blijft de transmissie zeer laag. Dit is in contrast met bijvoorbeeld de transmissie van hepatitis B.
Hoewel, het extreem lage aantal alleen is onvoldoende om het risico te kwantificeren (statistical power). De look-back studies rapporteerden allemaal zero transmissie. De empirische data zijn onvoldoende om op statistische en methodologische gronden alleen het low-level transmissierisico in te schatten.
Prospectieve viral-load-gebaseerde richtlijnen voor gezondheidswerkers met hiv zijn betrouwbaarder dan de retrospectieve zero-event observaties. Want als de virale load onmeetbaar is, is er geen overdracht mogelijk.
De overdracht van hiv van gezondheidswerker naar patiënt kreeg veel aandacht in de Verenigde Staten in de late jaren 80. Een tandarts uit Florida besmette vijf van zijn patiënten. Dit resulteerde in 1991 in de eerste en meest invloedrijke restrictive guidance door de U.S. Centers for Disease Control and Prevention (CDC).
Gezondheidswerkers met hiv kregen het advies om geen exposure-prone procedures (EPPs) uit te voeren en advies te zoeken bij een expert review panel (MMWR Recomm Rep, 2021). EPP's zijn procedures waarbij de handen van de gezondheidswerker in contact kunnen komen met scherpe instrumenten, naalden en scherp weefsel (bot, tanden), wonden of anatomische ruimtes waar de handen of vingers niet volledig zichtbaar zijn gedurende de hele procedure.
Er is een klein maar reëel risico op bloedcontact van zorgverlener naar patiënt. Daarentegen zijn bloednames, IV-lijnen plaatsen, oppervlakkige hechtingen, incisies van abcessen, vaginale of rectale inspecties en ongecompliceerde endoscopieën non-EPPs.
In Duitsland werden er 34 gevallen gerapporteerd in de periode 1996-2017, en vier nieuwe in de periode 2018-2023 (Nienhaus, Int J Environ Res Public Health, 2018). In het Verenigd Koninkrijk werd het laatste gedocumenteerde geval beschreven in 1999 (Eye of the Needle Report, 2020). In de VS werden er, tussen de vroege jaren 80 en 2013, 58 gevallen teruggevonden door de CDC (Kofman et al., Infect Control Hosp Epidemiol, 2025). Sinds 1999 werd er slechts één gerapporteerd.
Personen met hiv, die behandeld worden met antiretrovirale middelen, onderdrukken het virus zelfs tijdens periodes van immuunsuppressie (Henderson et al., Infect Control Hosp Epidemiol, 2022). Hiv is heden ten dage een chronische, goed behandelbare aandoening.
Beroepsgebonden hiv-transmissie is zeldzaam, zelfs in de pre-antiretroviral therapy (ART) periode, tijdens het uitvoeren van de EPPs, en bij complete follow-up. Er was een evolutie van een binair, infection-based model in de jaren 90 naar een risk-based, viral load driven framework (Diel et al., 2026).
Het transmissierisico is veel groter van patiënt naar gezondheidswerker dan van gezondheidswerker naar patiënt. De meeste hiv-infecties van gezondheidswerkers zijn dus primaire infecties in de privésfeer. Er bestaan veel verschillende richtlijnen en protocollen over werken met hiv. Een beroepsverbod is niet noodzakelijk.
De basis is een individuele risico-inschatting (onder andere de viral load) en vertrouwelijke opvolging, mét privacy en zonder discriminatie. Met of zonder hiv moeten gezondheidswerkers sowieso de universele voorzorgsmaatregelen strikt naleven.