PremiumNeurologie

Een nieuwe vroege merker van de ziekte van Parkinson?

NEUROLOGIE - Uit een recent onderzoek blijkt dat er een significant verband bestaat tussen afwijkingen in de REM-slaap en het risico op het ontwikkelen van de ziekte van Parkinson.

Philippe Lambert - 30 juni 2026

sommeil cerveau ondesWereldwijd is de ziekte van Parkinson, waaraan momenteel zo’n 40.000 mensen in België lijden, de op één na meest voorkomende neurodegeneratieve aandoening. De prevalentie neemt voortdurend toe. Volgens schattingen lijden er tegenwoordig 8,5 miljoen mensen aan, tegenover 2,5 miljoen in 1990. Het aantal gevallen zou in 2050 kunnen oplopen tot meer dan 25 miljoen volgens bepaalde prognoses.

De vergrijzing van de bevolking is ongetwijfeld de belangrijkste oorzaak van deze explosie, maar staat niet op zichzelf, aangezien de ziekte in bepaalde delen van de wereld sneller voortschrijdt dan de vergrijzing op zich. Ook milieufactoren, zoals langdurige blootstelling aan pesticiden, luchtvervuiling (fijnstof), diverse industriële oplosmiddelen of zware metalen, worden onder de loep genomen. Daarnaast draagt een betere opsporing van de ziekte bij aan de stijging van de cijfers.

Toch gebeurt de detectie nog steeds verre van vroegtijdig, aangezien de diagnose van de ziekte van Parkinson doorgaans pas wordt gesteld wanneer motorische stoornissen zich voordoen. Dat wil zeggen op een moment waarop de voor deze aandoening kenmerkende hersenletsels al in een vergevorderd stadium verkeren. "Het neuropathologische kenmerk van de ziekte van Parkinson bestaat uit zichtbare laesies in de substantia nigra, een belangrijke dopaminerge kern die nauw verbonden is met de nigrostriatale route, die hierin een direct verlengstuk vormt in de vorm van een bundel axonen”, aldus prof. Gilles Vandewalle, onderzoeksdirecteur bij het NFWO en mededirecteur van het GIGA-CRC-Human Imaging aan de Universiteit van Luik. "Deze laesies manifesteren zich in de vorm van intracellulaire insluitsels van alfa-synucleïne, bekend als Lewy-lichaampjes, en in de vorm van neuronale afbraak.” Op dit moment blijft de diagnose van de ziekte van Parkinson vooral klinisch, aangezien geen enkel aanvullend onderzoek – of het nu gaat om laboratoriumonderzoek of neuro-imaging – de oppuntstelling van de aandoening daadwerkelijk verbetert.

Correlatiestudie

Motorische problemen worden voorafgegaan door het optreden van verschillende symptomen op het gebied van cognitie en slaap. Volgens de literatuur zouden die symptomen een veel vroegere opsporing van de ziekte mogelijk kunnen maken.

"De uitdaging bij de ontwikkeling van neuroprotectieve therapieën wordt nog vergroot door de omvang van de neurodegeneratie die al aanwezig is op het moment dat de motorische symptomen zich voordoen en de diagnose wordt gesteld”, benadrukt een team neurowetenschappers van de Universiteit van Luik in een artikel dat in maart 2026 is gepubliceerd.(1) De bestaande farmacologische behandelingen zijn puur symptomatisch, richten zich voornamelijk op de motorische symptomen en zijn niet in staat het neurodegeneratieve proces een halt toe te roepen. Om de hoop te kunnen koesteren dat de symptomatische fase van de ziekte via doeltreffende neuroprotectieve strategieën kan worden voorkomen, of op zijn minst uitgesteld, is het van cruciaal belang dat er een vroege diagnose wordt gesteld.

In dit kader hebben de auteurs van het bovengenoemde artikel een correlatiestudie uitgevoerd, gericht op de verbanden tussen de ziekte van Parkinson, slaap en het genetische risico voor potentiële toekomstige patiënten. Uit de literatuur blijkt dat bepaalde slaapstoornissen kunnen wijzen op een verhoogd risico op het ontwikkelen van de ziekte van Parkinson en andere op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Het gaat hier wel degelijk om een risico en niet om een onvermijdelijk lot. Met andere woorden: de aandacht gaat hier uit naar de sporadische idiopathische vorm van de ziekte van Parkinson, met uitsluiting van de monogene vormen, die slechts 3 tot 5% van de gevallen uitmaken.

De idiopathische REM-slaapgedragsstoornis (RBD) treft doorgaans mensen ouder dan vijftig jaar. De aandoening wordt gekenmerkt door het ontbreken van de spieratonie die normaal gesproken tijdens de REM-slaap optreedt, en door krachtige bewegingen die erop wijzen dat de patiënten hun dromen intens beleven. Het staat vast dat deze aandoening bij meer dan 90% van de getroffenen een voorspeller is voor de ziekte van Parkinson binnen een termijn van tien tot vijftien jaar.

Bovendien is bekend dat er een wederzijds verband bestaat tussen slaapstoornissen en neurodegeneratie, en dat de ziekte van Parkinson hierop geen uitzondering vormt. In dit verband moet ongetwijfeld de nadruk worden gelegd op het glymfatisch systeem, dat volgens recente studies een van de hoekstenen, zo niet dé hoeksteen is van de afvoer van neurotoxische eiwitten die zich tijdens de waaktoestand in het centrale zenuwstelsel hebben opgehoopt. In principe gaat het dan ook over de eiwitten die verband houden met neurodegeneratieve aandoeningen. Traditioneel wordt de glymfatische functie in verband gebracht met diepe slaap. "Het is echter niet uitgesloten dat de REM-slaap op dit vlak ook een rol kan spelen, maar dat is op dit moment nog niet duidelijk. Ook kunnen de verbanden met neurodegeneratieve aandoeningen, met name de ziekte van Parkinson, op andere fysiologische processen berusten”, aldus Gilles Vandewalle.

Een significant verband

Het team van prof. Vandewalle wil dus veranderingen in de REM-slaap gebruiken als merker voor de identificatie van de ziekte van Parkinson in een presymptomatisch stadium en/of als merker voor een verhoogd risico om de ziekte op een later moment te ontwikkelen. Om dat opzet tot een goed eind te brengen hebben de researchers het verband onderzocht tussen de polygenetische risicoscore (PRS) voor deze aandoening en de variabiliteit in de elektrofysiologie van de REM-slaap bij 518 gezonde personen: 433 jongeren tussen 18 en 31 jaar en 85 volwassenen tussen 50 en 69 jaar.

Het onderzoek wijst op de mogelijkheid van een zeer vroege opsporing van de ziekte van Parkinson door middel van kwantitatieve slaapmetingen

Op basis van GWAS-studies (Genome Wide Association Studies) hebben de onderzoekers rekening gehouden met enkele miljoenen nucleotiden en de variaties daarvan binnen de populatie, waarbij sommige variaties gepaard gaan met een licht verhoogd risico op de ziekte van Parkinson en andere met een licht verlaagd risico. De verhouding tussen deze twee groepen, die respectievelijk bestaan uit 'microrisico’s' en 'microbeschermingen' en inherent zijn aan het genetisch erfgoed van een proefpersoon, levert de PRS voor de ziekte van Parkinson op. Dat is in dit geval een inschatting van het totale genetische risico van een persoon om ooit aan deze aandoening te lijden.

Na het afnemen van bloedstalen bij de 518 deelnemers kon aan de hand van de DNA-analyse van elk van hen de genetische aanleg voor het ontwikkelen van de aandoening worden beoordeeld. In hun artikel verduidelijken de neurowetenschappers van de Universiteit van Luik dat "het genetische risico op de ziekte van Parkinson het gevolg is van het synergetische effect van talrijke veelvoorkomende varianten met een laag risico, naast omgevingsinvloeden”.

Onlangs hebben onderzoeken een verband aangetoond tussen de PRS voor de ziekte van Parkinson en reukstoornissen, afwijkingen in de structurele integriteit van het netvlies en cognitieve stoornissen. Maar hoe zit het met veranderingen in de REM-slaap? Om dit te achterhalen, vergeleken Gilles Vandewalle en zijn team de PRS van elk van de deelnemers aan hun onderzoek met de EEG-registraties van hun slaap. Het resultaat? Een significant verband tussen enerzijds de polygenetische risicoscore en anderzijds de duur en intensiteit van de REM-slaap, die wordt weergegeven door de ‘theta-energie’ (de amplitude van hersengolven die oscilleren tussen 4 en 8 hertz).

Er is sprake van een belangrijk verschil tussen de kenmerken van de REM-slaap bij personen met een genetisch risico op de ziekte van Parkinson, naargelang ze tot de leeftijdsgroep van 18-31 jaar of die van 50-69 jaar behoren. In de eerste groep wordt waargenomen dat een langere en intensere REM-slaap gepaard gaat met een hogere score voor het polygenetische risico. Bij deze jonge proefpersonen is dit dus een aanwijzing voor een verhoogde kans dat bij hen ooit de diagnose van de ziekte van Parkinson wordt gesteld. Bij personen uit de tweede groep verandert de correlatie daarentegen van richting. Bij senioren is het namelijk juist een kortere en minder intense REM-slaap die een verhoogd risico op de ziekte inhoudt.

Vrije radicalen en alfa-synucleïne-eiwitten

Een vraag dringt zich op. Waarom vindt er zo’n omkering plaats? Op dit moment blijft het antwoord hypothetisch. Er worden twee mogelijke verklaringen aangedragen, die verwijzen naar veranderingen in de hersenen. De eerste heeft betrekking op vrije radicalen. "De REM-slaap vereist een hoog oxidatief metabolisme en een sterke catecholaminerge activiteit [die op haar beurt oxidatieve stress kan veroorzaken]. Kleine structuren in de hersenstam, zoals de substantia nigra en de locus coeruleus, zijn bijzonder gevoelig voor oxidatieve aanvallen. Wij veronderstellen dat jonge mensen met een hoge PRS, die gepaard gaat met een lange slaapduur en een hoge slaapintensiteit, mogelijk een snellere achteruitgang van deze structuren ondergaan, wat vervolgens leidt tot een geleidelijke afname van de REM-slaap.”

De tweede hypothese wijst op een soortgelijk gevolg, maar baseert zich ditmaal op de ophoping van alfa-synucleïne-eiwitten. Volgens prof. Vandewalle zou een intensere REM-slaap een voorbode kunnen zijn van een eveneens intensere algemene hersenactiviteit, die de productie en ophoping van dergelijke eiwitten zou bevorderen. "We veronderstellen dat deze aggregaten in de locus coeruleus of het ventrale tegmentale gebied bijdragen aan de afname van de slaapduur en de theta-activiteit die bij ouderen wordt waargenomen.”

Het onderzoek van de wetenschappers van de Universiteit van Luik wijst op de mogelijkheid om de ziekte van Parkinson in een zeer vroeg stadium op te sporen aan de hand van kwantitatieve slaapmetingen. Het opent daarmee de weg naar gerichte therapeutische ingrepen om het ontstaan van de aandoening te vertragen of zelfs te voorkomen.

Referentie:
1. Puneet Talwar et al. Age-Related Differences in the Association between REM Sleep and the Polygenic Risk for Parkinson's Disease. Annals of Neurology, 2026;99(4):922-934. doi : 10.1002/ana.78112

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
20 maart 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine