Amerikaanse studie
Minder hospitalisaties pasgeboren na RSV-vaccinatie van moeder
Maternale vaccinatie met het bivalente RSV-prefusie-F-vaccin (RSVpreF) biedt in de eerste levensmaanden duidelijke bescherming tegen RSV-gerelateerde hospitalisatie. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie, gepubliceerd in JAMA Network Open.
RSV blijft wereldwijd een belangrijke oorzaak van lage luchtweginfecties bij jonge kinderen. Vooral zuigelingen jonger dan zes maanden lopen risico op hospitalisatie, ook wanneer zij voordien gezond waren. Het RSVpreF-vaccin werd in de VS goedgekeurd voor toediening tijdens de zwangerschap, met als doel via transplacentaire antistofoverdracht pasgeborenen te beschermen in de kwetsbaarste periode na de geboorte.
De onderzoekers analyseerden gegevens uit één groot zorgsysteem in West-Pennsylvania. In aanmerking kwamen zuigelingen van maximaal 90 dagen oud die met een acute respiratoire infectie werden opgenomen en op RSV waren getest. Blootstelling werd strikt gedefinieerd: de moeder moest het RSVpreF-vaccin hebben gekregen tussen 32 weken 0 dagen en 36 weken 6 dagen zwangerschap, en minstens 14 dagen vóór de bevalling.
Vaccineffectiviteit
Van 13.775 moeder-kindparen belandden uiteindelijk 274 gehospitaliseerde zuigelingen met acute respiratoire klachten in de analyse. Bij 83 van hen was de RSV-test positief; 191 RSV-negatieve zuigelingen dienden als controlegroep. Slechts 11 van de 83 RSV-positieve zuigelingen, of 13,3%, waren geboren uit gevaccineerde moeders, tegenover 71 van de 191 controles, of 37,2%.
Na correctie voor onder meer demografische en sociale factoren, kalenderperiode, congenitale afwijkingen en aanwezigheid van broers of zussen, werd de vaccineffectiviteit tegen RSV-geassocieerde hospitalisatie wegens acute respiratoire infectie geschat op 67,6% bij zuigelingen tot 90 dagen. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval bedroeg 33,2 tot 85,4%. Voor RSV-geassocieerde lage luchtweginfectie met hospitalisatie bedroeg de effectiviteit 69,0%. Bij zuigelingen jonger dan 30 dagen lag de geschatte bescherming tegen RSV-geassocieerde hospitalisatie op 74,2%.
Intensieve zorg
De klinische ernst in de RSV-groep was niet te negeren: 72 van de 83 RSV-positieve zuigelingen voldeden aan de criteria voor een lage luchtweginfectie, 28 werden op een afdeling intensieve zorg opgenomen en 56 hadden zuurstof of respiratoire ondersteuning nodig. Er werden geen overlijdens geregistreerd in de RSV-positieve groep.
De resultaten sluiten nauw aan bij eerdere fase 3-data, waarin de werkzaamheid tegen RSV-geassocieerde hospitalisatie in de eerste 90 levensdagen rond 70% lag. Interessant is dat vergelijkbare bescherming werd gezien ondanks het smallere en latere vaccinatievenster dat in de VS wordt gebruikt. De auteurs merken op dat langere tijd tussen vaccinatie en geboorte mogelijk meer transplacentaire antistofoverdracht toelaat. In subgroepanalyses leek de bescherming lager wanneer de bevalling 14 tot 27 dagen na vaccinatie plaatsvond dan wanneer minstens 28 dagen verstreken waren, maar de aantallen waren klein en de betrouwbaarheidsintervallen breed.
Voorzichtigheid
De studie toont het klinisch nut aan van RSVpreF-vaccinatie van de zwangere vrouw als strategie om ernstige RSV-infectie te voorkomen bij zeer jonge zuigelingen. Niettemin blijft voorzichtigheid geboden. Het gaat om een observationele studie binnen één Amerikaans zorgsysteem, met beperkte aantallen gevaccineerde RSV-cases. Residuele confounding en misclassificatie van vaccinatiestatus kunnen niet volledig worden uitgesloten.