Wetsvoorstel: verlof voor zelfstandigen na zwangerschapsverlies
Een wetsvoorstel wil zelfstandigen het recht te verlenen om na zwangerschapsverlies hun beroepsactiviteit te onderbreken. Tal van andere beroepscategorieën kunnen daar al aanspraak op maken.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Volksvertegenwoordigers Anne Pirson c.s. (Les Engagés) dienden bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel in tot wijziging van het KB nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, teneinde de zelfstandigen het recht te verlenen om na zwangerschapsverlies de beroepsactiviteit te onderbreken.
Dit wetsvoorstel heeft tot doel de zelfstandigen het recht te verlenen om na zwangerschapsverlies de beroepsactiviteit te onderbreken. Aangezien tal van andere beroepscategorieën daar al aanspraak op kunnen maken, kunnen aldus de gelijkheid tussen alle werkenden en de samenhang van het Belgisch rechtsstelsel worden verbeterd.
Onder ‘zwangerschapsverlies’ verstaat het wetsvoorstel : ‘elke spontane afbreking van de zwangerschap of elke afbreking van de zwangerschap om medische redenen vóór het ontstaan van het recht op zwangerschapsrust’ (artikel 2, lid 3).
Rustperiode en medische begeleiding onmisbaar
Wanneer een vrouwelijke zelfstandige en/of haar zelfstandige echtgenoot of partner te maken krijgen met zwangerschapsverlies, zijn een rustperiode, medische begeleiding en/of psychologische ondersteuning veelal onmisbaar, stellen de indieners. Dat is bij hen niet anders dan in vergelijkbare situaties die een vrouwelijke ambtenaar en/of haar echtgenoot of partner in overheidsdienst treffen.
De echtgenoot of partner – zowel wettelijk als feitelijk samenwonend – kan immers vaak ook psychisch leed voelen dat een rouwproces van een bepaalde minimumduur vereist. Zo lang moet hij kunnen worden vrijgesteld van de verplichting om beschikbaar te zijn en zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen.
Gedurende die periode moeten beiden het recht hebben hun beroepsactiviteit te onderbreken. In tegenstelling tot ambtenaren ontberen zelfstandigen echter een specifiek mechanisme waarmee zij hun activiteit in een dergelijke situatie tijdelijk kunnen opschorten en tegelijkertijd een bijzondere erkenning genieten via het socialezekerheidsstelsel.
Dat gebrek aan bescherming is des te problematischer daar het uitoefenen van een zelfstandige activiteit vaak persoonlijke aanwezigheid vereist. Voor veel zelfstandigen kan een onderbreking van de beroepsactiviteit – hoe kort ook – onmiddellijke financiële gevolgen hebben.
Dit kan ertoe leiden dat sommigen hun werkzaamheden direct hervatten, omdat het voor hen onmogelijk is de nodige tijd te nemen om de fysieke of psychologische gevolgen van het zwangerschapsverlies te verwerken.
Federaal regeerakkoord
In overeenstemming met het federaal regeerakkoord 2025-2029 past dit wetsvoorstel ook in een breder streven naar de erkenning van de menselijke gevolgen van zwangerschapsverlies en naar een gelijkere behandeling van alle werkenden, ongeacht hun beroepsstatuut.
Artikel 2 van het wetsvoorstel voegt in artikel 18bis van KB nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen een § 6 in.
Het eerste lid van deze paragraaf bepaalt dat de vrouwelijke zelfstandige die zwangerschapsverlies lijdt voordat ze recht heeft op moederschapsrust, evenals de echtgenoot of de wettelijk of feitelijk samenwonende partner die een zelfstandige activiteit uitoefent, beiden recht hebben op een onderbreking van de beroepsactiviteit van twee dagen.
Krachtens het derde lid gaat die onderbreking van de beroepsactiviteit in onmiddellijk na het zwangerschapsverlies.
Het vierde lid bepaalt dat het recht wordt toegekend op basis van een verklaring op erewoord waarin het zwangerschapsverlies wordt bevestigd.
De Koning kan het model van die verklaring vaststellen, alsook de wijze waarop ze moet worden ingediend.