Debat artsensyndicaten: 1. Terugblik op de Kaderwet
"Een zuiver sanctionerend model dat elk overleg uit de weg gaat"
In het eerste deel van een debat met vertegenwoordigers van de drie artsensyndicaten (ASGB/Kartel, BVAS en ViaCaro) blikken we terug op de Kaderwet van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke.
Bij het begin van het nieuwe politiek-syndicale jaar bracht Artsenkrant vertegenwoordigers van de drie artsensyndicaten samen om te reflecteren en te debatteren over de thema's die de komende maanden actueel zullen zijn.
Artsenkrant: De veelbesproken Kaderwet is uiteindelijk goedgekeurd en verschenen in het Staatsblad. Hoe kijken jullie terug op de totstandkoming van die wet?
Lieselot Brepoels (ASGB/Kartel): Die Kaderwet ligt voor ons nogal moeilijk. We hebben de indruk dat het de bedoeling is om een aantal overlegorganen uit te hollen. Als Kartel hechten we belang aan overleg, aan het bottom-up bepalen van wat er in de geneeskunde en in de gezondheidszorg moet gebeuren. We hebben daarom eigenlijk weinig andere opties dan elke juridische of andere mogelijkheid om daartegen te reageren, uit te putten.
We zien dat helaas niet alleen in die Kaderwet. Het wordt altijd geframed als zijnde: we gaan misbruiken aanpakken. Maar als je de hele context bekijkt, maakt dat het kader waarin wij als arts autonoom kunnen beslissen en creatief zijn steeds strakker. En dat gaan we bekopen in de komende jaren.
Jos Vanhoof (BVAS): Ik kan alleen maar aansluiten bij wat Lieselot hier naar voren schuift. De Kaderwet is een directe inbreuk op het overlegmodel. Je ziet hoe hij tot stand is gekomen: minister Vandenbroucke heeft die wet geschreven en heeft ons dan aan de overlegtafel gesommeerd. We hebben hier en daar punten en komma's kunnen veranderen, maar essentieel deed dat niets af aan wat hij voorschotelde, namelijk een zuiver sanctionerend model dat elk overleg uit de weg gaat.
Marieke Geijsels (ViaCaro): De uitholling van het overlegmodel is ook onze grote bezorgdheid. Dat is ook de reden waarom we dat vorig jaar met het Verzekeringscomité, met alle zorgverleners samen, aan de kaak hebben gesteld.
Anderzijds bevat de Kaderwet natuurlijk veel verschillende elementen. We moeten erkennen dat er fraude gebeurt, zoals in elke sector veronderstel ik, en dat de overheid daar momenteel machteloos tegenover staat. We horen dat één arts of thuisverpleegkundige voor miljoenen kan frauderen: dat is toch waanzin? We moeten iets in handen hebben om te voorkomen dat dat uit de hand loopt. Want wij zitten te zoeken naar miljoenen om de begroting te doen kloppen, maar ondertussen loopt iemand anders er mee weg.
Jos Vanhoof: Ik denk dat we er ook allemaal akkoord mee gaan, dat fraude sterk moet bestreden worden. En daar zijn instanties voor, zoals de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC). Maar de Kaderwet breidt dit uit, waardoor er zware sancties kunnen genomen worden zoals schorsingen van het RIZIV-nummer, niet alleen bij misbruik, maar gewoon bij verkeerd gebruik van de nomenclatuur. Daar hebben we onze bedenkingen bij.
De Kaderwet is bovendien geen oplossing voor wachttijden, voor chronische zieken, voor de toename van het aantal patiënten met verhoogde tegemoetkoming, voor de farma-uitgaven.
Artsenkrant: Als het over het RIZIV-nummer gaat, zegt de minister: er zijn procedures voor de kamers van de DGEC, en de zorgverlener kan zich verdedigen.
Lieselot Brepoels: Dat is pas nadien in de tekst gekomen. Want in de eerste versie stond er: schorsen of intrekken van het RIZIV-nummer omwille van reden ‘anders dan handhaving’, wat dat ook moge betekenen. Ik ben geen jurist, maar ik ben heel blij dat het juridisch systeem gereageerd heeft en gezegd dat zoiets tot het sanctierecht behoort. De Kamers van de DGEC vallen onder Justitie, niet onder Volksgezondheid. Ik ben grote voorstander van het systeem van de DGEC. De minister moet niet zeggen dat er geen systeem was. Of het goed functioneerde, daar kunnen we over discussiëren.
Jos Vanhoof: Bijkomend geeft hij de ziekenfondsen via het Intermutualistisch Agentschap (IMA) extra controlerechten. Juridisch is dat een belangrijk precedent. Waarom? Boven de DGEC staat een comité dat de DGEC controleert. Dat er nu bevoegdheden worden gegeven aan het IMA, zonder dat er een neutraal comité boven staat, zal juridisch door ons zwaar in vraag gesteld worden.
Marieke Geijsels: Ik denk dat we met een heel complex systeem zitten dat niet meer aansluit bij de manier waarop we nu werken. Als je kijkt naar de gigantische hoop data die geanalyseerd kunnen worden op een manier die 20 jaar geleden niet kon: er is gewoon nood aan hervorming, aan een update aan de huidige realiteit.
Hervorming kun je op twee manieren aanpakken. In België zijn we traditioneel voor de koterij: je hebt iets staan en je bouwt er nog iets bij, en nog iets en nog iets. En op den duur heb je een mikmak waar niemand nog een overzicht op heeft. Ik denk dat we op dat punt zitten. Wat is het alternatief? Dat je tabula rasa doet en opnieuw begint. Maar dat is natuurlijk ook heel eng, want dat vereist dat wij als zorgverleners ook heel veel loslaten.
Lieselot Brepoels: Ik denk dat elke goed menende, correct handelende arts niet bang moet zijn van transparantie. Persoonlijk vind ik: laat het IMA, laat de mutualiteiten maar transparantiecijfers maken; als dat correcte cijfers zijn, dan winnen we daar allemaal mee. Maar de stap naar bestraffing en sanctierecht, dat is toch wel een andere zaak.
Onze gesprekspartners
Lieselot Brepoels is arts-specialist op de afdeling Nucleaire geneeskunde van het UZ Gent en sinds begin september voorzitter van het Kartel.
Marieke Geijsels is huisarts in Edegem en ondervoorzitter van ViaCaro.
Jos Vanhoof is huisarts in Lommel, voorzitter van het Vlaams Artsensyndicaat en bestuurslid van BVAS.