Meta is hinderpaal bij aanpak advertenties
Strijd tegen vervalste geneesmiddelen: Europese aanpak nodig
Om reclame voor en handel in vervalste geneesmiddelen aan te pakken, is een Europese aanpak nodig. Internationale platformen zoals Facebook, Whatsapp en Instagram werken slecht samen. Dat zegt minister van Justitie Annelies Verlinden.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Volksvertegenwoordiger Nawal Farih (CD@V) stelde een schriftelijke parlementaire vraag aan minister van Justitie Annelies Verlinden over de iIlegale online verkoop van geneesmiddelen. Farih wou weten welke uitdagingen zich vandaag stellen bij de opsporing en vervolging van online verkoop van vervalste geneesmiddelen en advertenties hiervoor.
Advertenties voor en handel in vervalste geneesmiddelen zijn strafbaar
In haar antwoord verwees de minister naar een persbericht van het FAGG, waarin werd gewaarschuwd voor vervalste advertenties die op sociale media circuleren, waarbij GLP 1-analogen oneigenlijk als afslankproducten worden gepromoot. De geneesmiddelen die vervalst worden te koop aangeboden zijn onder meer Ozempic, Rybelsus en Wegovy.
Naast de valse advertenties op sociale media, zijn er ook zogenaamde online-nepapotheken die allerlei, vaak voorschriftplichtige, medicijnen aanbieden.
Advertenties over vervalste medicijnen vallen in principe onder de categorie 'verboden reclame voor niet-goedgekeurde geneesmiddelen', die strafbaar is volgens artikel 9, § 1 van de geneesmiddelenwet (met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en/of een boete van 200 tot 15.000 euro).
Wanneer er effectief sprake is van handel in illegale geneesmiddelen, kan dit fenomeen, afhankelijk van de omstandigheden, ook worden omschreven als een 'groothandel in geneesmiddelen'. Volgens artikel 12ter van de geneesmiddelenwet van 25 maart 1964 kan dit worden gestraft met dezelfde sancties.
Lees ook: Websites met illegale geneesmiddelen worden geblokkeerd
Drie uitdagingen
Aanpak op EU niveau noodzakelijk
De grootste uitdaging is gelegen in het feit dat het gros van de websites en profielen op sociale media, die dergelijke vervalste geneesmiddelen aanbieden, gekoppeld zijn aan bedrijven en personen die ressorteren buiten de Europese Unie. Deze vaststelling bevestigt dat de aanpak van dit fenomeen in zekere mate België overstijgt en dus ook een aanpak op niveau van de Europese Unie vergt.
Offline halen van valse advertenties en aanbod vervalste geneesmiddelen
Een tweede uitdaging vormt de samenwerking met aanbieders van sociale media en webshops om valse advertenties en het aanbod van vervalste geneesmiddelen via online platformen op te sporen en offline te halen. Zo is er een goed uitgewerkte samenwerking met verschillende verkoopplatformen, bijv. tweedehands.be en bol.com, die zelfs proactief te werk gaan en actief screenen op deze aanbiedingen en advertenties.
Echter blijkt de samenwerking met meer internationale spelers, zoals onder meer Meta Platforms (Facebook, Whatsapp, Instagram) voor het FAGG het grootste struikelblok om de vele klachten die zij ontvangen correct op te volgen en te kunnen overgaan tot een identificatie van de aanbieders.
"Zoals al eerder aangekaart bij andere fenomenen (valse advertenties over beleggingen), raken deze advertenties rechtstreeks het verdienmodel van Meta Platforms en schuilt daarin mogelijks de oorzaak van het gebrek aan
gedegen samenwerking en een uitgekiend proactief beleid", aldus Verlinden.
Controle op de invoer van vervalste geneesmiddelen
Een laatste grote uitdaging vormt de controle op de invoer van deze geneesmiddelen. Voor de controle op de invoer bestaat op heden een samenwerking tussen het FAGG en de douane (dienst risicobeheer). Op basis van bepaalde parameters worden postpakketten, onder meer met GLP-1 analogen, gescreend en aan een controle onderworpen.
Het gebruik van parameters heeft het voordeel dat er doelgericht kan worden gecontroleerd, maar het nadeel is dat alleen het topje van de ijsberg aan het licht komt, met in gedachten dat er onvermijdelijk ook een invoer is via de korte keten (directe levering aan de klant na een online bestelling).
Deze invoermethode is veel moeilijker te controleren en moet daarom worden aangepakt op het niveau van de aanbieders (websites en sociale media-advertenties).