RIZIV pauzeert Medisch-farmaceutisch overleg (MFO)
In afwachting van evaluatie
Het RIZIV zal voorlopig geen nieuwe programma’s voor medisch-farmaceutisch overleg (MFO) meer inschrijven. Het MFO wordt momenteel geëvalueerd als beleidsinstrument, laat het RIZIV weten.

Het medisch-farmaceutisch overleg (MFO) heeft als doel de multidisciplinaire samenwerking tussen artsen en apothekers te stimuleren. Begin augustus deelde het RIZIV mee dat het medisch-farmaceutisch overleg wordt geëvalueerd als beleidsinstrument. Om die reden worden voorlopig geen nieuwe programma’s ingeschreven.
“Het gaat om een eenmalige evaluatie, uitgevoerd op verzoek van de overheid in overleg met het kabinet van minister Vandenbroucke”, laat het RIZIV weten aan onze redactie. “Gezien de huidige budgettaire uitdagingen is het belangrijk om alle uitgaven met de nodige zorgvuldigheid en nauwkeurigheid te onderzoeken.”
Meer geïntegreerde aanpak
De evaluatie past ook in een streven naar een meer geïntegreerde aanpak van doelmatige zorg, luidt het nog. Binnen het RIZIV is de nieuw opgerichte ‘Directie Appropriate Care’ verantwoordelijk voor de coördinatie hiervan.
“Deze aanpak gaat verder dan alleen farmaceutische zorg”, zegt het RIZIV nog. “Aangezien het MFO een van de belangrijkste instrumenten is om de effectiviteit van farmaceutische zorg te waarborgen, onderzoeken we ook manieren om dit te integreren in een samenhangend, effectief, maar breder kader. De evaluatie en ontwikkeling van een geïntegreerde aanpak zijn in volle gang en de relevante belanghebbenden worden hierbij betrokken”, aldus nog het RIZIV.
Het RIZIV onderzoekt manieren om het MFO te integreren in een samenhangend, effectief, maar breder kader.
Sinds 2015
Het MFO bestaat sinds 2015. Voordien bestonden er al lokale, informele initiatieven om de samenwerking tussen artsen en apothekers te verbeteren. Toenmalig minister van Volksgezondheid Maggie De Block legde bij Koninklijk besluit van 3 april 2015 de voorwaarden en regels vast voor het MFO in zijn huidige vorm
Een MFO is bedoeld om de farmaceutische zorg voor de patiënt te verbeteren, door enerzijds de communicatie tussen huisarts en apotheker te stimuleren, en anderzijds door problemen rond medicatie aan te kaarten en concrete oplossingen te formuleren.
Een financiële stimulans is voorzien voor lokale MFO-vergaderingen en voor de ondersteunende kwaliteitsbevorderende programma’s anderzijds.
Lokaal MFO
Een lokaal MFO wordt aangevraagd door een projectteam dat bestaat uit één arts en één apotheker. Een lokale kwaliteitsgroep (LOK) en/of een huisartsenkring duidt de arts aan; een lokale apothekersvereniging duidt de apotheker aan.
Een lokaal MFO moet zo georganiseerd worden dat het zowel op het lokale als op het nationale niveau een maximale dekkingsgraad haalt, zowel naar geografische spreiding als naar het aantal betrokken zorgverleners.
Kwaliteitsbevorderend programma
Een kwaliteitsbevorderend programma ondersteunt het lokale medisch-farmaceutisch overleg. Deze programma’s bestaan uit thematische fiches, opleidingen voor animatoren, handleidingen voor lokale gegevensinzameling en -analyse, en begeleiding op vraag van een lokaal initiatief voor het opmaken, indienen en uitvoeren van een project.
Een kwaliteitsbevorderend programma kan ingediend worden door een erkende representatieve beroepsorganisatie van apothekers of artsen, een universiteit, vormingsinstituut of wetenschappelijke vereniging.
Tot op heden werden veertig kwaliteitsbevorderende programma’s goedgekeurd, gaande van ‘Anticonceptie (hormonale en noodanticonceptie)’ tot ‘Transmuraal medicatiebeleid’.