Steeds meer zelfstandige verpleegsters
Het voorbije decennium zijn er in België 7.289 zelfstandige verpleegkundigen bijgekomen, een stijging met maar liefst 43%. In belangrijke mate kan deze ontwikkeling op conto van de vergrijzing worden geschreven.
Eerst de vaststelling. Eind 2012 telde ons land 24.080 zelfstandige verpleegkundigen, zo blijkt uit cijfers die het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) verzamelde. In 2003 waren dat er nog 16.791. Een verschil van 7.289 dus, ofwel 43%. De verpleegkundigen vormen daarmee een van de sterkst groeiende beroepsgroepen van alle zelfstandigen.
Die 24.080 verpleegkundigen hebben allemaal een Riziv-nummer. Daarbij zitten ook 10.259 loontrekkenden, zeggen de cijfers van koepelorganisatie FE.BI. Dat zijn verpleegkundigen die zelfstandig bijklussen, of die intussen in loondienst werken maar hun Riziv-nummer hebben behouden.
De trend is echter duidelijk: de zelfstandige verpleegkundige zit in de lift. "De toenemende vergrijzing is daar in grote mate verantwoordelijk voor", klink het bij het NSZ. "Senioren blijven liefst zo lang mogelijk in hun eigen huis wonen en schakelen dan thuisverpleging in, onder meer via zelfstandige verpleegkundigen."
De meeste afgestudeerde verpleegkundigen beginnen nochtans in loondienst, zoals in een ziekenhuis of bij organisaties als het Wit-Gele Kruis. Maar zodra ze ervaring hebben opgedaan, maken ze steeds vaker de sprong naar het zelfstandigenbestaan. De werkdruk in deze instellingen neemt immers steeds toe. Doorgaans presteren ze als zelfstandige meer uren, maar het grote voordeel is dat ze de werktijd en het tempo vrijer kunnen invullen. En onzeker is hun bestaan allerminst. De werkzekerheid is immers zowat gegarandeerd. De vergrijzing en de hang naar thuisverpleging is een blijvend gegeven.