MSD cultiveert het luisterend oor (intern en extern)
Iedereen kent MSD, de Belgische tak van het Amerikaanse Merck. Binnen de bedrijfsmuren spreekt men graag van 'New MSD'. "Sinds de fusie met Schering-Plough, vormen we een nieuwe entiteit, die wel nog altijd gericht is op innovatie", geeft managing director Jan Van Acker aan. Dat New MSD streeft naar de titel 'leading pharmaceutical company in Belgium', betekent niet dat alles draait om verkoopscijfers. Het bedrijf wil ook erkend worden omwille van zijn expertise. Onder impuls van zijn baas cultiveert de firma bij zijn werknemers ondernemingsgeest (goede ideeën laten kiemen vanuit de basis) en luisterbereidheid ten aanzien van de zorgprofessionals.
Strategische analyses tonen het aan: zelfs al ondervindt de farmaceutische industrie vandaag problemen bij de ontwikkeling van nieuwe producten, dan nog maakt innovatie met een meerwaarde voor patiënten en artsen altijd het verschil", steekt Jan Van Acker van wal. Hij is van opleiding burgerlijk ingenieur en bracht uit de Verenigde Staten een MBA mee. Innovatie is het credo van MSD. "Onze specialiteiten zijn, negen keer op de tien, first-in-class, wat zoveel wil zeggen als pioniers van een nieuwe farmacologische klasse." Als voorbeelden geeft Van Acker Januvia® (sitagliptine), het eerste geneesmiddel binnen de DPP-4-inhibitoren dat erkend werd voor orale behandeling van diabetes, Isentress® (raltegravir), de eerste integraseremmer in de strijd tegen aids of meer recent Bridion® (sugammadex), een stap voorwaarts in de anesthesie.
Onderzoek
"België trekt onderzoek aan", zegt Jan Van Acker. "Het hoge niveau van de opleiding en de kennis, zijn academische voedingsbodem, zijn meertaligheid, de fiscale voordelen... Dat allemaal heeft zijn voordeel. Maar de toegang tot de lokale markt voor innovatieve moleculen geeft problemen. Met daarbij in het achterhoofd dat wij, elk jaar opnieuw bij de begrotingsronde, langs de kassa mogen passeren. Enkele weken geleden nog kloeg pharma.be, waar Van Acker sinds april voorzitter van is, over het feit dat de inbreng van de farma op dat terrein disproportioneel is. De farma-industrie moet 65 procent besparen terwijl het geneesmiddel 'amper' 17 procent van de uitgaven van de ziekteverzekering uitmaakt.