Een nieuwjaarswens voor onze medische wereld
Van zwart-witdenken naar hoopvolle dialoog
De feestdagen zijn net achter de rug. Kaarsen uitgeblazen, agenda’s open, nieuwe pagina’s klaar. Bij het begin van 2026 kies ik bewust voor een zacht startschot: niet luid, niet polariserend, wél uitnodigend. Want de voorbije jaren toonden hoe snel we in uitersten vervallen: voor of tegen, alles of niets, stelligheid als wapen. Wat gebeurt er met nuance als de stem het overneemt van het denken?
Ilse Degreef, handchirurg UZ Leuven, hoogleraar orthopedie KU Leuven
We leven in een tijdperk van zwart-witdenken. Je bent voor of tegen. Niet een beetje, maar helemaal. En wie tegen is, moet dat niet alleen luid verkondigen, maar liefst ook met verbaal geweld en dreigementen.
Kijk naar de politiek, kijk naar scholen: kinderen die vandaag naar het commissariaat moeten omdat ze de minister van Onderwijs bedreigen. Hoe zijn we hier beland? Een mening hebben is gezond, maar een doodsbedreiging hoort daar niet bij.
In de samenleving zien we het scherp. Ook in onze medische wereld sluipt dat zwart-witdenken binnen. Het lijkt soms alsof behandelprincipes de status van dogma krijgen. Stel je een vraag, grijp je naar een oudere methode of kies je niet voor het nieuwste merk, dan ben je al snel “uit de tijd”, “dwarsliggend” of “niet mee”. Discussies verschuiven van argument naar persoon, van data naar overtuiging.
Zinnen zoals “in mijn handen…”, “ik ben ervan overtuigd dat…” en “al mijn patiënten…” vullen de ruimte, terwijl bewijs en dialoog verminderen. Dat is zonde. Niet omdat ervaring onbelangrijk zou zijn — integendeel, ze is vaak de bron van wijsheid — maar omdat ze pas echt krachtig wordt wanneer ze naast data en context mag staan.
Maar aan het begin van een nieuw jaar formuleer ik liever voornemens dan verwijten. Niet wijzen met de vinger, maar wel uitnodigen tot die plaats waar we elkaar kunnen vinden: in gesprek zijn, luisteren en bereid zijn om bij te sturen. Daarom: mijn zeven medische voornemens voor 2026 (en een uitnodiging aan ons allemaal). Waarom zeven? Omdat acht te veel leek, zes te weinig, en zeven gewoon het perfecte magische getal is om de indruk te wekken dat ik er goed over heb nagedacht — en het is een multicultureel geluksgetal.
- We bespreken ideeën, niet identiteiten.
Kritiek op een voorstel is geen aanval op een collega. Het onderwerp is centraal, de persoon blijft gerespecteerd. - Evidence eerst, ervaring ernaast.
Persoonlijke successen én mislukkingen zijn waardevol. Ze krijgen betekenis wanneer we ze spiegelen aan data, transparant en toetsbaar. - We maken plaats voor twijfel.
Twijfel is geen zwakte. Ze is het begin van nieuwsgierigheid, van zorgvuldig denken — en vaak de weg naar betere zorg. - Generaties in dialoog.
Jonge artsen brengen frisse blik en technologische vaardigheid, oudere collega’s brengen doorleefde wijsheid. We hebben elkaar nodig. - De patiënt als kompas.
De diversiteit aan problemen, interpretaties en verwachtingen vraagt om nuance. Individuele zorg groeit in een klimaat van respectvolle afstemming, niet van dogma. - We kiezen voor taal die opent.
Minder stelligheid, meer nieuwsgierigheid. Vragen die uitnodigen: “Wat zien we over het hoofd?”, “Welke data ondersteunen dit?”, “Wat zou hier voor deze patiënt het verschil maken?” - Samen werken, samen leren.
Multidisciplinariteit is geen slogan. Het is dagelijks oefenen: luisteren naar elkaar, elkaars expertise erkennen, en fouten omzetten in gedeelde leermomenten.
Ik geef ook graag mijn eigen bias toe. Met empathische geest, maar gezonde portie competitie is het soms verleidelijk om de debatmodus aan te zetten. Maar precies daarom neem ik me dit jaar voor om trager te spreken en sneller te luisteren, om regelmatig uit te zoomen — doktersjas uit — en te vragen: helpt dit de patiënt, helpt dit ons team, helpt dit de wetenschap?
Wetenschap heeft geen kasteelmuren. Ze is een beweeglijk kompas — om te staven, te relativeren en bij te sturen in functie van de zorg. Artsen zijn geen robots, maar mensen: we twijfelen, we leren, we groeien. Dat is geen tekort, dat is ons vak.
Een nieuwjaarswens
Mijn wens voor 2026?
Dat we elkaars meningen durven delen zonder strijd, dat we wetenschap als gids zien en ervaring als metgezel, en dat we elkaar blijven inspireren — jong en oud, klinisch en academisch — om samen betere zorg te bieden. Dat innovatie mag bloeien in een klimaat van dialoog. Dat we ons blijven aantrekken wat er gebeurt, in de samenleving én in de consultatieruimte. Want zodra onverschilligheid binnensluipt, verliezen we koers.
Open geest, open debat. Het is geen slogan, maar een dagelijkse oefening. Voor de beste geneeskunde. Voor de meest geïndividualiseerde zorg. Voor onszelf.
Een jaar vol nuance, empathie en vooruitgang toegewenst.
Gelukkig nieuwjaar!