Wetsvoorstel bescherming zwangere met psychiatrische aandoening
Volksvertegenwoordigers Sophie De Wit c.s. (N-VA) dienden een wetsvoorstel in met het oog op de wijziging van de wet ter bescherming van de persoon met een psychiatrische aandoening, wat betreft zwangere personen.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De ontwikkeling van een ongeboren kind kan ernstig in gevaar gebracht worden indien de zwangere vrouw aan een zware alcohol- en/of drugsverslaving lijdt. Om ernstige schade na de geboorte te vermijden, geeft dit wetsvoorstel een rechter de mogelijkheid om, voor de meest schrijnende gevallen en wanneer de vrijwillige hulpverlening tekortschiet, een beschermende observationele maatregel uit te spreken ten aanzien van deze zwangere vrouw met een verslavingsproblematiek.
Geen afbreuk aan wet zwangerschapsafbreking
Daartoe voegt aan artikel 2 van het wetsvoorstel in artikel 2 van de Wet bescherming persoon met een psychiatrische aandoening de volgende bepaling toe: ‘De beschermingsmaatregelen mogen, bij gebreke van enige andere geschikte behandeling, eveneens getroffen worden ten aanzien van een zwangere persoon met een psychiatrische aandoening indien het toekomstig kind waarvan die persoon zwanger is, ten gevolge van die toestand, ernstige schade in de fysieke en/of psychische ontwikkeling dreigt te ondervinden.
De beschermingsmaatregelen doen geen afbreuk aan de wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking’.
Omstandig medisch verslag
Artikel 3 van het wetsvoorstel bepaalt dat het omstandig geneeskundig verslag in een dergelijk geval moet worden opgemaakt door een arts met een bijzondere deskundigheid in verslavingsproblematiek.
Opleggen van een geschikte behandeling
Artikel 4 voegt in de wet een artikel 11/1 toe krachtens hetwelk de rechter die een beschermende observatiemaatregel uitspreekt, de vrouw met een psychiatrische aandoening kan opleggen zich aan een geschikte behandeling te onderwerpen indien het toekomstig kind waarvan die vrouw zwanger is, ten gevolge van die toestand ernstige schade in de fysieke en/of psychische ontwikkeling dreigt te ondervinden.
Alvorens de rechter beslist een behandeling op te leggen, wint hij het gemotiveerd advies in van een arts met een bijzondere deskundigheid in verslavingsproblematiek. Dit advies bevat een beschrijving van de aard van de psychiatrische aandoening waaraan de betrokkene lijdt, van het verband tussen de aandoening en de potentiële schade in de fysieke en/of psychische ontwikkeling van het toekomstig kind, evenals een voorstel betreffende de aard en de duur van de behandeling, met inachtneming van de beperkte duur van de maatregel.
De betrokkene kan zich ook laten onderzoeken door een arts met een bijzondere deskundigheid in verslavingsproblematiek naar zijn keuze en diens advies voorleggen. Deze arts kan kennis nemen van het dossier van de betrokkene.
De rechter vermeldt in zijn beslissing de aard van de behandeling en de duur ervan, op basis van het gemotiveerd advies van een arts met een bijzondere deskundigheid in verslavingsproblematiek.