Arrest Raad van State
Andere behandeling artsen en verpleegkundigen niet discriminerend
Dat aan artsen en tandartsen een toelage werd toegekend wegens de specificiteit van hun functie en niet aan verpleegkundigen, is geen schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel. Dat zegt de Raad van State.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De Raad van State velde op 22 januari een arrest waarin een ongelijke behandeling tussen artsen, tandartsen en verpleegkundigen wordt beoordeeld. De verzoekers zijn verpleegkundigen-controleurs bij de dienst voor Geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) bij het RIZIV.
Zij vochten een KB van 4 juni 2024 aan waarbij aan artsen en tandartsen in deze dienst een toelage werd toegekend wegens de specificiteit van hun functie, maar niet aan de verpleegkundigen. Zij zagen hierin een schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
De verzoekers namen er aanstoot aan, dat zij niet eenzelfde toelage konden genieten. Zij meenden, met andere woorden, dat zij ongelijk werden behandeld ofschoon hun situatie met die van (tand)artsen vergelijkbaar was.
Er is geen sprake van een ongelijke behandeling, oordeelt de Raad van State
Diploma is een objectief criterium
Volgens de Raad van State berust de toekenning van de toelage op een objectief criterium, namelijk het feit dat een personeelslid van het federaal openbaar ambt al dan niet een functie uitoefent waarvoor het diploma van master in de geneeskunde of master in de tandheelkunde is vereist, wegens de specificiteit van de functie.
Dit komt voor als een abstract criterium dat geen persoonlijke appreciatie behoeft.
Aantrekkelijker maken van de functie voor (tand)artsen
Uit het Verslag aan de Koning en het administratief dossier blijkt voorts dat de doelstelling van de toekenning van de toelage er in essentie in bestaat het federaal openbaar ambt aantrekkelijker te maken voor artsen en tandartsen, teneinde te garanderen dat de federale overheidsdiensten voor de essentiële functies van arts en tandarts voldoende kandidaten kunnen vinden, alsook de aangeworven artsen en tandartsen te behouden.
Een dergelijke doelstelling komt al evenzeer legitiem voor, zegt de Raad van State.
Het onderscheid is pertinent, adequaat en relevant
Ook neemt de Raad van State aan dat het criterium van onderscheid pertinent, adequaat en relevant is in het licht van het nagestreefde doel.
Het toelagesysteem kan worden geacht het federaal ambt voor de leden van de betrokken beroepsgroep aantrekkelijker te maken, zodat kandidaten voor de betrokken functies worden aangetrokken of huidige personeelsleden in die categorie niet of alleszins minder geneigd zullen zijn de betrekking te verlaten.
Evident worden ook andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden dan enkel de verloning in rekening gebracht om de aantrekkelijkheid van de federale overheid als werkgever te bepalen, maar het vastgestelde euvel bevindt zich net in de verloning, in vergelijking met de privésector en andere overheden.
Het betoog van de verzoekers dat ‘verpleegkundige’ ook een knelpuntberoep is en dat zij identieke taken uitvoeren als de (tand)artsen die sociaal inspecteur zijn, overtuigde de Raad van State niet.
De opmerking dat verzoekers als sociaal inspecteur dezelfde taken uitvoeren als hun collega’s arts/tandarts, gaat eraan voorbij dat de toelage is voorbehouden aan (tand)artsen die zijn tewerkgesteld in een betrekking waarvoor het bezit van dat diploma als voorwaarde is gesteld.