Buiten de voorwaarden bepaald in de wet
Poging tot vruchtafdrijving wordt binnenkort strafbaar
Een arts die een van de voorwaarden voor het verrichten van een zwangerschapsafbreking niet naleeft, maakt zich schuldig aan een opzettelijk misdrijf ook als de zwangerschap blijft bestaan. Dat bepaalt een nieuw wetsontwerp.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De commissie voor Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers nam op 19 februari het wetsontwerp houdende harmonisatie van de geldende wetsbepalingen van Justitie met het Strafwetboek van 29 februari 2024 in eerste lezing aan.
Artikel 187 van dit wetsontwerp wijzigt de wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking, tot opheffing van de artikelen 350 en 351 van het Strafwetboek, tot wijziging van de artikelen 352 en 383 van hetzelfde Wetboek en tot wijziging van diverse wetsbepalingen.
Een opzettelijk misdrijf
Artikel 3 van de wet van 15 oktober 2018 luidt thans: ‘Hij die een vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarmee heeft toegestemd, buiten de voorwaarden bepaald in artikel 2, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en tot een geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.’
Artikel 138 van het wetsontwerp vervangt de woorden “hij die” door de woorden “hij die opzettelijk”. Hierdoor wordt een vruchtafdrijving uitdrukkelijk benoemd als een opzettelijk misdrijf. Deze uitdrukkelijke benoeming als opzettelijk misdrijf zal in het kader van het nieuw Strafwetboek II dat op 8 april in werking zal treden, belangrijke gevolgen hebben.
Poging voortaan strafbaar ook voor artsen
Dat wordt in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp als volgt toegelicht: “Onder het Strafwetboek van 1867 was de poging tot het plegen van de in artikel 3 van de wet van 15 oktober 2018 bedoelde misdrijven niet strafbaar. Op grond van het nieuwe Strafwetboek wordt de poging tot het plegen van deze misdrijven daarentegen wel strafbaar gesteld, aangezien het gaat om opzettelijke misdrijven”.
Onder het nieuwe strafwetboek zal een poging om een opzettelijk misdrijf te plegen, dus automatisch strafbaar zijn. Om die reden wordt vruchtafschrijving uitdrukkelijk als een opzettelijk misdrijf benoemd.
Een arts die een van de voorwaarden voor het verrichten van een zwangerschapsafbreking die zijn bepaald in artikel 2 van de wet van 15 oktober 2018, zoals bijvoorbeeld de termijn van 12 weken, niet naleeft, kan zich dus schuldig maken aan een poging tot vruchtafdrijving, ook als om een of andere reden de zwangerschap blijft bestaan.
Indien alles verloopt volgens de planning zal de wet die voortvloeit uit het goedgekeurde wetsontwerp in werking treden op 8 april 2026.
Vruchtafdrijving wordt zwangerschapsverlies zonder toestemming
Het besproken wetsontwerp vervangt in artikel 3 van de wet van 15 oktober 2018 de term ‘vruchtafdrijving’ niet door ‘zwangerschapsverlies’.
Dat is eigenaardig, want artikel 214 van het nieuwe Strafwetboek II schaft artikel 348 van het huidige strafwetboek, dat vruchtafdrijving zonder toestemming strafbaar stelt, af en vervangt het door de volgende bepaling:
"Zwangerschapsverlies zonder toestemming. Het, met het oogmerk een zwangerschapsverlies te veroorzaken, door welk middel dan ook veroorzaken van een zwangerschapsverlies bij een persoon die daarin niet heeft toegestemd, wordt bestraft met een straf van niveau 4’.