Wijziging wetgeving betreffende de erkenning van de mantelzorger
Het Staatsblad van 1 april maakt de wet van 22 maart 2026 houdende diverse maatregelen ten gunste van de mantelzorgers bekend. Deze wet brengt onder meer een aantal wijzigingen aan in de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Artikel 4 , enig lid, vierde streepje van de wet van 12 mei 2014 bepaalt dat de erkenning van de hoedanigheid van mantelzorger wordt beëindigd ‘wanneer de geholpen persoon permanent opgenomen wordt in een residentiële structuur langer dan 90 opeenvolgende dagen’. Artikel 2 van de wet van 22 maart 2026 vervangt het woord ‘permanent’ door ‘voltijds’.
Voorts wordt die bepaling als volgt aangevuld: ‘Indien de zorgbehoevende deeltijds in een residentiële setting verblijft, wordt de erkenning van de mantelzorger niet beëindigd. Met deeltijds verblijf wordt bedoeld dat de zorgbehoevende persoon minstens één dag per week of gedurende minstens 30 dagen per jaar niet in de residentiële instelling verblijft. De duur van de opname is in geval van een deeltijdse opname van geen tel.’
Verlenging van de erkenning als mantelzorger
Artikel 10, § 2, van het KB van 16 juni 2020 tot uitvoering van de wet van 12 mei 2014 bepaalt dat een erkenning als mantelzorger die in aanmerking kan komen voor sociale rechten 1 jaar geldig blijft vanaf de ondertekening van de verklaring op erewoord.
Een aanvraag tot verlenging kan ingediend worden. Daarvoor volstaat het dat de mantelzorger en de geholpen persoon op erewoord verklaren dat de situatie dermate is dat de vereisten nog vervuld zijn.
Artikel 5 van de wet van 22 maart 2026 vervangt in deze bepaling de woorden ‘1 jaar’ door de woorden ‘2 jaar’ en vervangt de woorden ‘een aanvraag tot verlenging kan ingediend worden’ door de woorden ‘Een aanvraag tot een verlenging met 2 jaar kan worden ingediend.’
Deze bepalingen treden in werking op 1 juli 2026 en zijn van toepassing op elke aanvraag die bij de werkgever vanaf 1 juli 2026 wordt gedaan (artikel 7).