Réginald Moreels: 'Je moet naar de hele mens kijken'
Réginald Moreels werkte als chirurg in een algemeen ziekenhuis, ging op missie met Artsen Zonder Grenzen, werd staatssecretaris en minister van Ontwikkelingssamenwerking. Vandaag zet hij zich in voor het chirurgisch en verloskundig centrum UNICHIR in Oost-Congo. In een openhartige autobiografie vertelt hij zijn volledige verhaal.
Artsenkrant sprak met Réginald Moreels in Brussel, waar hij net een vergadering over UNICHIR achter de rug heeft. Dat hij zijn memoires uitbrengt, wil niet zeggen dat hij zijn chirurgenjas aan de kapstok hangt en zijn actieve leven stopzet. Schrijven is voor hem een manier om te reflecteren op zijn ervaringen. En wat ook meespeelt, zegt hij in het boek: de wens om een aandenken achter te laten voor zijn kinderen en kleinkinderen.
De witte jas
Moreels wist al in het zesde leerjaar dat hij arts wilde worden, maar de diepere reden daarvoor is ook voor hem een raadsel. “Ik was waarschijnlijk aangetrokken door de witte jas. Ik was als kind ook gefascineerd door het beroep van buschauffeur. Er is een gelijkenis, want ook als arts breng je mensen naar een bestemming.”
Na de basisopleiding wou Moreels zich specialiseren in gynaecologie. Maar tijdens een stage merkte de stagemeester zijn talent voor hechten op, en raadde hem aan om voor chirurgie te kiezen. Moreels wordt lyrisch over de unieke relatie tussen een chirurg en zijn patiënt. “Als patiënt geef je een stuk van je fysieke integriteit over aan iemand die je niet kent, je ligt naakt voor hem. Dat creëert een bijzondere band, ook al is het contact eenmalig en vluchtiger dan bij een huisarts. Ik ontmoet geregeld mensen die ik ooit heb geopereerd, en zij herinneren zich dat nog perfect. Voor mij is het een van de mooiste takken van de geneeskunde.”
Tijdens zijn lange loopbaan heeft Moreels heel wat technologische evoluties meegemaakt. “In de jaren 90 deed ik als een van de eersten aan de kust laparoscopieën, met Guy-Bernard Cadière, de paus van de laparoscopie. Vandaag zijn er chirurgen die nooit anders gekend hebben. Dat is een probleem als je iemand naar het buitenland wil sturen. In Afrika moet je nog altijd open chirurgie kunnen doen, want een peritonitis kun je niet behandelen met een laparoscoop.”
In Afrika
Daarmee komt het gesprek op Moreels’ grote passie: de gezondheidszorg in Afrika. In Beni (Oost-Congo) heeft hij UNICHIR opgericht, een referentiecentrum voor chirurgische zorg. “Volgens de WHO is ontoereikende chirurgische zorg de derde grootste oorzaak van mortaliteit en morbiditeit in Sub-Saharaans Afrika, na infectieziekten en het gebrek aan degelijke moeder- en kindzorg. Betere chirurgische en obstetrische zorg levert dus veel meer gezondheidswinst dan pakweg een centrum voor dermatologie.”
Moreels heeft ook de ambitie om de oncologische zorg te verbeteren. “In Afrika is kanker nog vaak een doodvonnis. Er is geen preventie, geen sensibilisering voor borstcarcinomen, geen HPV-vaccinatie, noem maar op.” UNICHIR leidt ook lokale chirurgen en verpleegkundigen op, en er wordt gewerkt aan een digitaal patiëntendossier, met software die aan lokale noden is aangepast.
Op termijn moet UNICHIR kostendekkend zijn. Moreels is daarom in gesprek met Belgische bedrijven die in Afrika actief willen worden. “Het kan dan bijvoorbeeld gaan om de lokale productie van geneesmiddelen, nutritionele producten, enterale en parenterale voeding, cosmetica en hygiëneproducten… Loïc De Cannière, de oprichter van Incofin en auteur van 'Afrika: een gedroomde toekomst' werkt mee aan dit project.”
Middenveld is nodig
Hoe kijkt iemand die al zo lang actief is in internationale samenwerking, naar de manier waarop de VS de ontwikkelingssamenwerking hebben afgebouwd? Moreels neemt geen blad voor de mond: “De man die USAID plotseling 80% tot 90% van zijn middelen heeft afgenomen, is een massamoordenaar – ik wik mijn woorden. Grootschalige vaccinatiecampagnes zijn gewoon stopgezet. De hulp aan vluchtelingen is gedecimeerd, en ik ken veel hulpverleners die hun post hebben moeten verlaten.”
Moreels waarschuwt voor de afbraakpolitiek van radicaal-rechts. “Als je leest over wat de kenmerken van fascisme zijn, dan scoren de VS nu al negen op negen. Bij ons is het al vier op negen. De bedoeling van radicaal-rechtse partijen is dat centrumpartijen naar rechts opschuiven. Dat is ook de reden waarom ze het middenveld onder vuur nemen. Je kan geen democratie hebben zonder middenveld. Als er niets tussen een autoriteit en de burger staat, heb je een autoritair regime. De autoriteiten beslissen, de burger heeft niets te zeggen behalve dat hij om de zoveel jaar een stem mag uitbrengen. Daarom heb je een middenveld nodig, heb je protestgroepen nodig, syndicaten, mutualiteiten, burgerbewegingen.”
“Het middenveld is ook belangrijk voor de sociale cohesie. Mensen leren elkaar kennen, dat kan in een sportclub zijn of bij een voedselbank, er is een vorm van maatschappelijke solidariteit. En dat is de beste strijd tegen individualisme.”
Migratie
Moreels was als consultant voor Fedasil betrokken bij de hervorming van medische zorg voor asielzoekers. Hoe bekijkt hij de huidige asielcrisis? “Ik ben persoonlijk tegen open grenzen. Ik denk niet dat wij de draagkracht hebben om zomaar de grenzen open te zetten. Migratie is echter van alle tijden. Als het beleid te streng is tegenover migratie, zullen mensen illegale routes zoeken en verschrikkelijke reizen ondernemen met het risico onderweg te sterven.”
“Wat ze onderweg meemaken, verhoogt de agressiviteit en frustratie. De manier waarop wij hier opvang bieden, helpt niet. Ik heb veel asielcentra bezocht. Maar als je ziet dat deze mensen daar slechts een half uur mogen pingpongen of tafelvoetballen en de rest van de dag gewoon rondhangen, da's om zot van te worden.”
Moreels pleitte ooit voor een centrale Europese databank met vacatures voor asielzoekers. “Elk land kan dan zeggen: we zoeken zoveel mensen voor deze knelpuntberoepen; dit zijn de voorwaarden, zoals respect voor onze cultuur en voor de mensenrechten. Zo zou je mensen kunnen oriënteren naar bepaalde Europese landen.”
“Het laatste wat ik daarover wil zeggen, is dat ik het een regelrechte schande vind dat mensen in een rijk land als België op de grond moeten slapen.”
Moreels op Volksgezondheid?
Een onthulling in het boek is dat Moreels in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 1999 door Jean-Luc Dehaene gepolst werd om minister van Volksgezondheid te worden. “Jean-Luc heeft dat één keer en passant gezegd. Maar een premier zegt zoiets natuurlijk niet zomaar. Hij vond dat ik goed werk gedaan had op Ontwikkelingssamenwerking. Ik was ook de derde grootste stemmentrekker bij de CVP, dus zo vreemd was dat niet.”
Door de dioxinecrisis belandde de CVP echter in de oppositie, en in de regering-Verhofstadt I kreeg Magda Aelvoet de post Volksgezondheid. Wat zou Moreels hebben gedaan als hij op die stoel zat?
“Ik had een paar zaken in mijn hoofd. De eerste: een grotere samenwerking tussen ziekenhuizen en pathologiespecialisatie in ziekenhuizen. Hoe meer je een bepaalde pathologie doet, hoe beter je erin wordt. Het is dus zinvoller om ergens in te specialiseren dan alles te willen doen.”
'Preventie scheiden van curatieve geneeskunde, dat is iets uit de middeleeuwen'
“De tweede was echte pathologiefinanciering – dat zou een grote rem op de overconsumptie zetten. Neem nu coloncarcinoom: er zijn internationale evidence-based protocollen die je als basis kunt gebruiken voor een pathologiefinanciering. Je kan preoperatief radio en chemo geven en daarna opereren, of omgekeerd; in het eerste jaar tweemaal een controle met CT- en PET-scan, het tweede jaar één scan, en daarna om de vijf jaar.”
“Wetenschappelijk en medisch-ethisch is dat perfect te verdedigen. Daar zou natuurlijk een nationale opstand tegen gekomen zijn, want vele artsen leven van overconsumptie. En dus doen we om de drie maanden een CT-scan en draaien die diensten tot in de nacht, en in het weekend.”
“Vandaag zou ik zeker een aantal zaken herfederaliseren. Zeg nu eerlijk: preventie scheiden van curatieve geneeskunde, dat is iets uit de middeleeuwen. Preventie vloeit over in het curatieve, en het curatieve kan niet meer bestaan zonder het preventieve.”
“Wij hebben dat in ons land onnodig complex gemaakt: men legt regionaal de criteria vast om een ziekenhuis te bouwen, en federaal de criteria om terug te betalen wat daar gebeurt. Nationalisten zullen ervoor pleiten om alles te regionaliseren, maar ik denk niet dat ze nu de capaciteit hebben om dat te doen.”
'Er zijn artsen die de hele dag achter hun scherm zitten en bij wijze van spreken niet meer opstaan om een patiënt te onderzoeken'
Schermgerichte geneeskunde
Moreels hoopt dat zijn memoires niet alleen gelezen worden door wie belangstelling heeft voor politiek en ontwikkelingssamenwerking. De thema’s die hij aanhaalt, zouden ook kunnen passen in lessen levensbeschouwing op middelbare scholen, of in de geneeskunde-opleiding.
“Ik heb het bijvoorbeeld ook over de overgang van mensgerichte naar schermgerichte geneeskunde die ik heb meegemaakt. Er zijn artsen die de hele dag achter hun scherm zitten en bij wijze van spreken niet meer opstaan om een patiënt te onderzoeken. Ik erken ook dat die digitalisering voordelen heeft: als je een labo-onderzoek doet, kunnen de resultaten onmiddellijk opgevraagd worden in een ziekenhuis zestig kilometer verderop.”
“Ik ben ook een grote voorstander van de holistische zorg. Je moet naar de hele mens kijken. Geen job hebben maakt ziek. En ziek zijn maakt het dan weer moeilijk om opnieuw een job te krijgen."
“Daarom waardeer ik huisartsen zeer hoog – helaas worden zij soms gereduceerd tot voorschrijvers. Ik heb een zwak voor sociale geneeskunde zoals zij beoefend wordt in wijkgezondheidscentra, waar men in groepsverband werkt – wat niet hetzelfde is als een groepspraktijk. In zo’n centrum is er iemand die sociale dossiers behandelt, die sociale problemen kan opsporen, die aan huis gaat om mensen te mobiliseren om hun kindjes te laten vaccineren. Ik ben voor taakverschuiving van bepaalde medische handelingen naar gespecialiseerde verpleegkundigen en vind het goed dat apothekers mogen vaccineren. Nu ik erover nadenk: als ik minister van Volksgezondheid was, zou ik heel wat hervormen.”
Réginald Moreels (1949) studeerde geneeskunde aan de universiteit Gent en werkte als chirurg in Oostende. Van 1986 tot 1994 was hij voorzitter van de Belgische afdeling van Artsen zonder Grenzen. Van 1995 tot 1999 was hij eerst staatssecretaris en dan minister van Ontwikkelingssamenwerking in de regering-Dehaene II.
Na zijn politieke loopbaan behaalde hij een specialisatie urgentiegeneeskunde. Hij was actief in diverse conflictgebieden. Vandaag zet hij zich in voor UNICHIR, een centrum dat hoogwaardige chirurgische en verloskundige zorg wil bieden aan bijna twee miljoen mensen in Beni, Oost-Congo.
> unichir.africa
>> Réginald Moreels, Het was mijn verdomde plicht. Memoires en perspectieven van een chirurg zonder grenzen is verschenen bij Lannoo.