Componisten en hun ziekten
Dat Ludwig von Beethoven al vanaf zijn dertigste doof werd en toch onvergetelijke muziek bleef schrijven, is geen geheim. Ook Frédéric Chopins wankele gezondheid behoort tot het collectief geheugen. In ‘Componisten en hun ziekten’ bundelen prof. em. psychiatrie en medische psychologie Frieda Matthys en musicoloog Yves Knockaert hun expertise om te tonen hoe ziekte het leven en werk van tal van componisten tekende.
Wanneer de levensloop of de muziek van componisten worden belicht, ligt de focus doorgaans op de genialiteit van hun muziek. “De mens achter het werk bleef lange tijd op de achtergrond. Lichaam, geest en kwetsbaarheid kregen zelden een plaats in het verhaal. Vandaag groeit de aandacht voor die biografische context – en daarmee ook voor ziekte en lijden”, zeggen de auteurs.
Met hun boek zoeken Matthys en Knockaert een antwoord op vragen als: Wat betekent ziekte voor het creatieve proces? Verandert een oeuvre wanneer een componist zich bewust wordt van zijn eigen kwetsbaarheid? Per hoofdstuk lichten ze eerst een ziekte toe – doofheid, blindheid, syfilis, tuberculose en meer – waarna ze tonen welke componisten ermee te maken kregen. Wie wel eens naar de onvolprezen Radio Klara-podcast 'Eerste hulp bij klassiek' luistert, weet al dat veel componisten met kleine of zware kwalen kampten.
Negende symfonie
Doof worden moet voor een componist zowat het ergste denkbare lot zijn. Het bekendste voorbeeld is vanzelfsprekend Beethoven, die al voor zijn dertigste merkte dat zijn gehoor hem in de steek liet. Toch hield die aftakeling hem niet tegen om meesterwerken als de Zesde symfonie, Fidelio en de Negende symfonie te componeren. Volgens Yves Knockaert verhinderde de doofheid Beethoven niet om te schrijven – hij hoorde de muziek innerlijk – maar wel om nog als concertpianist op te treden. “Meer nog: misschien hadden we zonder die doofheid nooit die Negende symfonie gekregen”, zegt hij met een glimlach, “omdat Beethoven dan wellicht meer aan de piano had gezeten en minder aan het componeren.”
Ook blindheid bleek voor sommige componisten geen eindpunt. Johann Sebastian Bach, Georg Friedrich Händel en Manuel de Falla bleven ondanks hun beperking muziek schrijven. Het meest indrukwekkende voorbeeld is wellicht Joaquín Rodrigo, de componist van het Concierto de Aranjuez, die al op driejarige leeftijd blind werd na een difterie-epidemie.
Geschiedenis van de psychiatrie
De muziekgeschiedenis telt overigens meer componisten met een opvallend medisch parcours. Voor Frieda Matthys is Robert Schumann zelfs een les in de geschiedenis van de psychiatrie. Zijn ziekteverhaal en de uiteenlopende interpretaties ervan tonen hoe de psychiatrie de voorbije twee eeuwen is geëvolueerd. “Schumann hielp psychiaters beseffen dat diagnoses niet altijd netjes af te lijnen zijn en dat verschillende syndromen elkaar kunnen overlappen. Door de jaren heen zijn dan ook heel wat etiketten op hem geplakt. Sommige interpretaties, zoals ‘beroertes door hypertensie’, kwamen zelfs van Joseph Goebbels, hoofd van de nazipropaganda en bewonderaar van de componist. Een psychiatrische diagnose paste toen niet in het propagandaverhaal.”
Ook Wolfgang Amadeus Mozart krijgt een prominente plaats in het boek. Volgens Matthys is hij bij uitstek een voorbeeld van diagnostische complexiteit. Wie Milos Formans film Amadeus zag, denkt bij de giechelende en uitbundige Mozart al snel aan ADHD. Hij was inderdaad een hyperactief kind, maar daarnaast wordt vandaag ook gedacht aan Gilles de la Tourette, autisme en hypersensitiviteit — al plaatst Matthys zelf vraagtekens bij sommige van die hypothesen. Zeker is wel dat Mozart als kind een streptokokkeninfectie doormaakte, met een ernstige keelontsteking en daarna reumatoïde artritis in voeten en knieën, waardoor hij soms dagenlang niet kon rechtstaan. Mogelijk heeft een opstoot van die aandoening zelfs zijn dood veroorzaakt. Vergiftigd door Salieri werd hij alleszins niet, ondanks wat de film suggereerde.
Mondjesmaat
'Componisten en hun ziekten' is geen boek om in één ruk uit te lezen, maar om mondjesmaat tot u te nemen. Terwijl ze zich in een componist verdiepte, zette Frieda Matthys naar eigen zeggen steevast diens muziek op. Dat zorgt voor een intensere leeservaring, zegt ze, en die raad geeft ze ook aan de lezer mee. Handig is dat Yves Knockaert achteraan elk hoofdstuk oplijst welke werken de componist schreef in de periode waarin de besproken ziekte of aandoening speelde. Zo krijg je niet alleen meer zicht op de mens achter de componist, maar hoor je ook hoe kwetsbaarheid en creativiteit elkaar soms verrassend dicht naderen.
>> Frieda Matthys & Yves Knockaert, Componisten en hun ziekten, Uitgeverij Gompel & Scavina, 261 blz., 29,95 euro.