‘Plafond op erelonen zonder bredere hervorming? De patiënt dreigt de dupe te worden’
Dr. Armando De Palma en dr. Koen Roegies (voorzitter Beroepsvereniging der Belgische Dermatologen en Venerologen)
De hervormingsplannen van minister Frank Vandenbroucke vertrekken vanuit een legitiem uitgangspunt: zorg moet betaalbaar blijven en excessen moeten worden aangepakt. Maar wanneer ereloonsupplementen in de gezondheidszorg ter sprake komen, dreigt de nuance snel uit het debat te verdwijnen. Het publieke beeld is intussen vertrouwd: artsen vragen te veel, patiënten betalen te veel, en de overheid moet ingrijpen. Dat misbruiken bestaan, valt niet te ontkennen. Als artsenvereniging keuren wij buitensporige supplementen door enkelingen ondubbelzinnig af.
Maar wie alle supplementen over dezelfde kam scheert, miskent de realiteit in disciplines waar ze geen luxe zijn, maar een noodzaak. Voor dermatologen zijn supplementen in veel gevallen geen bijkomende winst, maar een manier om een structureel tekort in de financiering van de zorg op te vangen.
Basisfinanciering
De verloning van artsen gebeurt deels vanuit de overheid, deels door de patiënt (via het remgeld en eventueel een supplement). Artsen kunnen kiezen om zich al dan niet te conventioneren en de tarieven die door het RIZIV vastgelegd werden, te volgen. Dat systeem werkt echter alleen wanneer de basisfinanciering voor een consultatie volstaat om de kosten van een praktijk én een redelijke vergoeding voor de arts te dekken. In de dermatologie is dat al jaren niet meer het geval.
Een dermatologische consultatie aan conventietarief brengt vandaag 43,04 euro bruto op. Daarvan moeten huur, energie, verzekeringen, software, medisch materiaal, secretariaat en ondersteunend personeel worden betaald. Afhankelijk van de praktijksetting schommelen de werkingskosten vandaag tussen 25 en 38 euro per consultatie. Voor veel praktijken blijft na aftrek van die kosten dus nauwelijks ruimte over voor de eigen verloning van de arts. Voor technische handelingen wordt het verschil nog duidelijker: voor een biopsie voorziet het RIZIV een vergoeding die zelfs niet de materiaalkost dekt. Het supplement is dus geen extraatje, maar het bedrag waarmee de dermatoloog zichzelf betaalt en structurele tekorten opvangt.
Historisch gegroeid
Die situatie is historisch gegroeid. Binnen de Belgische nomenclatuur bestaan grote verschillen tussen medische disciplines: sommige specialismen ontvangen per consultatie tientallen euro’s meer dan andere. Dermatologie behoort tot de disciplines die al jaren structureel ondergefinancierd zijn. Dat verklaart waarom de conventiegraad laag ligt: niet uit onwil, maar omdat werken zonder supplementen financieel vaak niet haalbaar is.
Dat wijst op een fundamenteler probleem. De reële ondersteuningskost van een consultatie (infrastructuur, personeel, IT en werking) verschilt nauwelijks tussen disciplines. Toch lopen de honoraria per consultatie sterk uiteen. Dat mag dan historisch zo gegroeid zijn, inhoudelijk is dat moeilijk te verantwoorden.
Wie supplementen beperkt zonder eerst de basisfinanciering recht te trekken, lost dat probleem niet op, het probleem wordt zo enkel verplaatst. Het tekort verdwijnt niet, het wordt doorgeschoven naar de praktijkvoering. Dan wordt bespaard op personeel, infrastructuur en investeringen.
Langere wachttijden
De gevolgen raken rechtstreeks de patiënt. Minder personeel betekent minder consultaties en langere wachttijden, die vandaag al hoog oplopen. Minder investeringen betekenen tragere vernieuwing van apparatuur voor huidkankerdetectie en minder ruimte voor kwalitatief materiaal bij ingrepen. Wat op papier goedkopere zorg lijkt, dreigt zo minder toegankelijke en minder kwalitatieve zorg te worden.
Ook de toekomst staat onder druk. Uit een recente nationale enquête onder dermatologen blijkt dat een groot deel van hen overweegt om vroeger te stoppen, een andere vorm van geneeskunde te gaan uitoefenen of zelfs uit te wijken naar het buitenland. Voor jonge artsen wordt het vak minder aantrekkelijk wanneer een lange opleiding uitmondt in hoge vaste kosten en beperkte financiële leefbaarheid.
De ambitie om zorg betaalbaar te houden is terecht. Ook dermatologen onderschrijven die volledig. Maar wie supplementen wil beperken, moet eerst zorgen dat ze overbodig worden. Dat kan alleen met een eerlijke basisfinanciering die de werkelijke kost van kwalitatieve zorg dekt.
Kostendekkend honorarium
Daarvoor is een hervorming nodig: een systeem waarin elke discipline een honorarium ontvangt dat minstens kostendekkend is, zodat ereloonsupplementen op termijn overbodig kunnen worden. Vandaag gebeurt het omgekeerde: een plafond op supplementen wordt overwogen terwijl de onderliggende onderfinanciering blijft bestaan.
Maar die oefening kan niet vrijblijvend zijn. Binnen een gesloten en grotendeels gelijkblijvend budget betekent dit dat keuzes gemaakt moeten worden. Wie pleit voor het afbouwen van supplementen, moet ook bereid zijn het debat te voeren over een herverdeling van middelen tussen disciplines.
Zonder die eerlijkheid treft een plafond op supplementen niet de ontsporingen die men zegt te bestrijden, maar vooral de artsen die vandaag kwaliteitsvolle zorg overeind houden, en uiteindelijk de patiënten die daarvan afhankelijk zijn.
Deze opiniebijdrage is ook verschenen op de website van Knack.