Het grootste probleem is de obesitaspandemie zelf
Wegovy is niet het echte debat
De beslissing om Wegovy niet terug te betalen lokt felle reacties uit. Voor de ene is het een gemiste kans in de strijd tegen obesitas, voor de andere een noodzakelijke budgettaire keuze. Vanuit gezondheidseconomisch perspectief ligt de waarheid, zoals vaak, ergens tussenin.
Dominique Vandijck - hoogleraar Gezondheidseconomie, co-CEO Stop Darmkanker
Laat ons beginnen met een vaststelling, de vraag is niet of Wegovy werkt. De wetenschappelijke evidentie is overtuigend. Semaglutide leidt bij veel patiënten tot een aanzienlijk gewichtsverlies en verlaagt het risico op diverse obesitasgerelateerde aandoeningen.
De vraag die onze beleidsmakers moeten beantwoorden, is echter een andere, is een brede terugbetaling van Wegovy de meest doelmatige inzet van schaarse gezondheidsmiddelen? Het antwoord daarop vraagt nuance.
Wie uitsluitend naar de prijs van Wegovy kijkt, kijkt naar de verkeerde factuur.
De omvang van het probleem
Het debat over Wegovy dreigt ons af te leiden van het echte probleem: de obesitaspandemie zelf.
Vandaag heeft ongeveer de helft van de Belgische bevolking overgewicht of obesitas: zes op de tien volwassenen en drie op de tien kinderen hebben overgewicht. Ongeveer één op de vijf volwassenen heeft obesitas. Bij ouderen liggen die cijfers nog hoger. Dat zijn geen statistieken meer, dat is een maatschappelijk fenomeen.
Obesitas verhoogt het risico op suikerziekte type 2, hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker, gewrichtsproblemen en vroegtijdige sterfte. Bovendien zien we een duidelijke link met arbeidsongeschiktheid, langdurige ziekte en verminderde levenskwaliteit.
Wie uitsluitend naar de prijs van Wegovy kijkt, kijkt dus naar de verkeerde factuur. De grootste kost zit namelijk niet in het geneesmiddel, maar in obesitas zelf.
Obesitasgerelateerde aandoeningen kosten honderden miljoenen euro's aan directe gezondheidszorguitgaven. Wanneer we daar indirecte kosten zoals arbeidsuitval, verminderde productiviteit en chronische zorg aan toevoegen, spreken we over een maatschappelijke kost die vele malen hoger ligt.
Waarom terugbetaling niet evident is
Tegelijkertijd moeten we intellectueel eerlijk blijven. Als ongeveer 20 à 25 procent van de volwassen bevolking in aanmerking zou komen voor een behandeling zoals Wegovy, spreken we over een enorme groep. Zelfs wanneer slechts een fractie van die patiënten het geneesmiddel zou gebruiken, loopt de budgettaire impact snel op tot enkele honderden miljoenen euro's per jaar.
Het gezondheidszorgbudget is echter niet onbeperkt. Elke euro die wordt uitgegeven aan een bepaalde behandeling, kan niet meer worden besteed aan bijvoorbeeld kankerzorg, mentale zorg, zeldzame ziekten, preventie of ouderenzorg.
De taak van onze beleidsmakers bestaat er niet in om te bepalen welke ziekte belangrijk is. De taak bestaat erin om middelen zo in te zetten dat ze maximaal gezondheidswinst opleveren voor de bevolking als geheel. Vanuit die logica is terughoudendheid rond een brede terugbetaling van Wegovy begrijpelijk en verdedigbaar.
Een valse tegenstelling
Wat mij vooral stoort in het huidige debat, is de karikatuur die soms wordt gemaakt tussen preventie en medicatie. Alsof men voor het ene of het andere moet kiezen.
Preventie blijft zonder twijfel de meest kosteneffectieve gezondheidsinterventie die we kennen. Maar preventie alleen volstaat niet. Voor een deel van de patiënten met ernstige obesitas zijn leefstijlaanpassingen en begeleiding noodzakelijk maar onvoldoende. Daar kan medicatie en soms zelfs chirurgie een meerwaarde bieden.
Wegovy mag niet worden beschouwd als een wondermiddel, maar ook niet als een luxeproduct. Het is een extra therapeutische optie die we sinds kort ter beschikking hebben binnen een bredere aanpak.
Geen enkel geneesmiddel kan het antwoord zijn op een obesogene samenleving.
Wat dan wel?
Indien België in de toekomst een terugbetalingsregeling zou overwegen, lijkt een gerichte aanpak veel logischer dan een algemene terugbetaling. Denk daarbij aan patiënten met ernstige obesitas, met een hoog risico op complicaties en die deelnemen aan een multidisciplinair zorgtraject. Daar is de kans op gezondheidswinst immers het grootst.
Maar zelfs dan blijft één boodschap overeind. Geen enkel geneesmiddel kan het antwoord zijn op een obesogene samenleving.
We kunnen niet verwachten dat de farmaceutische industrie corrigeert wat jarenlang is opgebouwd door ongezonde voedselomgevingen, sedentair gedrag, sociale gezondheidsongelijkheid en een zorgsysteem dat historisch veel meer investeert in ziekte dan in gezondheid.
De echte vraag
De discussie zou daarom niet mogen gaan over de terugbetaling van één geneesmiddel, wel over hoe we als samenleving gezondheid waarderen.
Ons land geeft jaarlijks tientallen miljarden euro's uit aan gezondheidszorg, maar slechts een fractie (1,8%) daarvan gaat naar preventie en gezondheidsbevordering. Tegelijk weten we dat de vergrijzing, de toename van chronische aandoeningen en de groeiende zorgvraag het huidige model steeds meer onder druk zetten.
Als gezondheidseconoom is de conclusie voor mij dan ook helder. Dat Wegovy vandaag niet wordt terugbetaald, is budgettair verdedigbaar. Maar, als die beslissing niet gepaard gaat met een veel ambitieuzer preventiebeleid, investeren we opnieuw vooral in ziektebeheer in plaats van gezondheidscreatie.
En dan dreigt de rekening morgen nog veel hoger uit te vallen dan vandaag.
Lees ook: Junkfood in België: tijd om de reclame op dieet te zetten