Meer merelziekte: het Usutuvirus is in opmars
Gisteren stootte ik op een virus dat ik nog niet kende (of vergeten was): het Usutuvirus. Een beestje dat de boosdoener is van de “merelziekte”. Deze goedgebekte vogel zingt als een lijster. Of was het nu omgekeerd?
Doker Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Blackbird (The Beatles, 1968)
Gisteren stootte ik op een virus dat ik nog niet kende (of vergeten was): het Usutuvirus. Een beestje dat de boosdoener is van de “merelziekte”. Deze goedgebekte vogel zingt als een lijster. Of was het nu omgekeerd?
Het Usutuvirus (USUV) is een arbovirus uit de Flaviviridae familie, en is dus verwant met het Westnijlvirus (WNV) en het Japanse encefalitisvirus (JEV). Het wordt overgedragen door vectoren, de muggen van het genus Culex.
Usutu is afgeleid van één van de lokale namen van de Maputorivier in Swaziland. Het virus infecteert zowel vogels (veelal merels, maar ook huismussen, laplanduilen, koolmezen, zanglijsters en boomklevers) als een honderdtal vrij verschillende zoogdieren, waaronder de mens. Mensen zijn dead-end gastheren (Giglia et al., Eur J Clin Microbio Infect Dis, 2024).
De infectie bij vogels is dodelijk binnen de drie dagen en treft vaak een ganse groep merels (massale sterfte). Het virus wordt niet overdragen door het aanraken van zieke of dode vogels. Algemene hygiënemaatregelen zijn dus voldoende bij opruimen van de kadavers.
Ondanks dat sinds 2001 er significante uitbraken waren in Europa, is er een lage pathogeniciteit bij mens. Wat verklaart dat er weinig interesse bestaat voor dit virus.
Allicht is USUV al endemisch in België, met 3 Afrikaanse strains (Sohier et al., Transbound Emerg Dis, 2024).
Sinds de identificatie in Zuid-Afrika in 1959 geldt het zoönotisch arbovirus een emerging infectious pathogen. Alle klinische gevallen waren trouwens in Europa. De eerste twee gevallen werden aangetoond bij Italianen (lymfoom, levertransplantatie). Infecties werden sindsdien ook teruggevonden in Frankrijk, Kroatië, Tjechië en Zwitserland.
Seroprevalentiestudies vonden een prevalentie terug van 0,02% tot 3% bij gezonde bloedgevers. Bij bosarbeiders werd een prevalentie van 7% gevonden. Bij de meeste mensen is er een asymptomatisch of mild verloop (Cadar & Simonin, Viruses, 2023).
In Europa werd het virus bij meer dan honderd personen aangetoond, waarvan 30% neurologische klachten had. Bij oudere mensen en immuungecompromitteerden zijn ernstige ziektebeelden gerapporteerd. Symptomen zijn vooral koorts, hoofdpijn en huiduitslag, maar in het ergste geval treedt (meningo)encefalitis op.
Sinds 2016 is het teruggevonden in Nederland en 'here to stay' door de klimaatveranderingen. De 'One Health' wereldwijde aanpak is natuurlijk noodzakelijk. Deze aanpak omvat het bestuderen van interacties tussen mens, dier en omgevingsfactoren (klimaat, vectorpopulatie) (Grottola et al., Clin Microbiol Infec, 2017; Cadar & Simonin, 2023). Daartoe werken vele disciplines samen om gezondheidsproblemen aan te pakken, zoals geneeskunde, diergeneeskunde, ecologie en volksgezondheid.
Door globalisering, intensieve landbouw, ontbossing en klimaatverandering komen mensen, dieren en ecosystemen vaker met elkaar in contact. Hierdoor neemt het risico op zoönosen toe: nieuwe pathogenen in nieuwe gebieden bepaald door klimatologische, ecologische en menselijke factoren, zoals eerder al geïllustreerd werd door het Zikavirus (Grottola et al., 2017).
One Health zou moeten zorgen voor effectievere bestrijding van infectieziektes en een betere preventie van pandemieën. Het is een essentieel kader voor duurzame gezondheidszorg en volksgezondheid.
Er is nog onderzoek nodig naar de reservoirs van Usutuvirussen, de prevalentie bij de mens en de geografische expansie van alle zoönotische arbovirussen in Europa (Rijks et al., Eurosurveill, 2016; Cadar & Simonin, 2023).