Riziv

RIZIV-studie: praktijkkosten goed voor 35% van honorariummassa

Raming praktijkkosten is stap in hervorming nomenclatuur

Op de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen (NCAZ) werden maandag nota's voorgesteld over de relatieve zwaarte van verstrekkingen, de geschatte praktijkkosten van medische verstrekkingen, en de wijze waarop deze vandaag worden gefinancierd. De nota's zijn een belangrijke stap in de lopende nomenclatuurhervorming.

Erik Derycke - 1 juli 2026

In de nomenclatuurhervorming is er gekozen om een onderscheid te maken tussen een professioneel deel van artsenhonoraria, dat dient om de prestaties van de arts te vergoeden, en een kostendeel dat (mee) wordt gebruikt om praktijkkosten te financieren.

Praktijkkosten zijn alle kosten die nodig zijn om medische verstrekkingen mogelijk te maken, zoals ziekehuisinfrastructuur (gefinancierd door de deelstaten), personeel (met uitzondering van de arts of artsen), apparatuur en andere (al dan niet indirecte) ondersteuning, zoals administratie en algemene ziekenhuiswerking.

De opsplitsing tussen het professioneel deel en de praktijkkosten moet in de volgende fase het herijken van het professioneel deel van honoraria toelaten.

Andere financieringsbronnen

Een eerste deelrapport, opgesteld door het RIZIV, de FOD Volksgezondheid, het KCE en universitaire teams, probeert op macroniveau te ramen welk deel van de praktijkkosten vandaag vanuit honoraria wordt gefinancierd, en welk deel gefinancierd wordt uit andere bronnen, zoals het Budget Financiële Middelen (BFM), dagforfaits en andere fondsen zoals Sociale Maribel.

Alleen de praktijkkosten die niet reeds elders gefinancierd zijn, mogen immers worden afgetrokken van honoraria om het professioneel deel te bepalen. Zonder dergelijke correctie zou het professioneel deel systematisch onderschat worden.

De onderzoekers baseerden zich op cijfers van 2019. De totale honorariummassa bedroeg dat jaar 9.722 miljoen euro: 7.985 miljoen euro voor medisch-technische prestaties (raadplegingen, onderzoeken, adviezen, ingrepen) en 1.737 miljoen euro voor forfaitaire honoraria.

Op totaalniveau schat de nota de praktijkkosten in 2019 op 4.796 miljoen euro. 1.424 miljoen euro daarvan wordt gefinancierd uit andere bronnen, zodat er 3.372 miljoen euro via honoraria gefinancierd worden.

Op een totale honorariummassa van 9.722 miljoen euro betekent dit dat er 6.350 miljoen euro overblijft als professioneel deel van honoraria. Op macroniveau komt dat neer op een verdeling 65/35 voor het professioneel deel en het kostendeel. Het gaat daarbij dus over gemiddelden voor alle verstrekkingen binnen alle disciplines samen.

Relatieve waardenschaal

Een tweede deelrapport buigt zich over de professionele honoraria voor technische medisch-chirurgische prestaties (AMTC). Het doel hiervan is om binnen en tussen specialismen relatieve waardeschalen (RWS) op te bouwen die later kunnen dienen voor tarifering in de nieuwe nomenclatuur. De relatieve waarde-eenheid van een verstrekking is gebaseerd op de duur, de complexiteit en het risico. 

Een derde deelrapport brengt de directe praktijkkosten voor technische medisch-chirurgische prestaties in kaart en zet deze eveneens op een relatieve waardeschaal.

Een vierde deelrapport behandelt de ‘geautomatiseerde en eraan geassimileerde medisch-technische handelingen’ (AMTAA) zoals pathologische anatomie, genetica, nucleaire geneeskunde en radiotherapie. Ook hier werden de  werkingskosten per nomenclatuurcode in kaart gebracht, en is er een voorstel voor de relatieve waarde-eenheid (op basis van de parameters tijdsduur, complexiteit en risico) voor het professionele gedeelte van de honoraria per nomenclatuurcode.

Verdere onderhandelingen

De resultaten opgenomen in de nota mogen niet worden geïnterpreteerd als een definitieve of actuele inschatting van de praktijkkosten, benadrukt het RIZIV. Het gaat om een methodologische oefening op basis van de beschikbare data. De leden van de NCAZ kunnen opmerkingen bezorgen tot 31 augustus; deze worden besproken op maandag 7 september.

De nota vormt een belangrijk vertrekpunt voor de verdere onderhandelingen en voor de verdere uitwerking van de relatieve waardeschalen. De vertaling in concrete tarieven, inclusief de bijhorende onderhandelingen, vormt een volgende stap in het hervormingstraject.

Op te merken is dat ereloonsupplementen als financieringsbronnen buiten beschouwing bleven, omdat die niet tot de nomenclatuur in de verplichte ziekteverzekering behoren.

Bekijk hier een presentatie over het rapport.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
20 maart 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine