Voorzet voor nationaal hart- en vaatziektenplan
Cardiovasculaire vroegtijdige mortaliteit met dertig procent verminderen
De Belgische Cardiologische Liga en de Belgische Vereniging voor Cardiologie stellen een blauwdruk voor een nationaal hart- en vaatziektenplan voor. Preventie, bevorderen van een gezonde levensstijl en beter gebruik van data staan daarbij centraal.

De ontwikkeling van een nationaal hart- en vaatziektenplan staat in het regeerakkoord, en werd door minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke in zijn beleidsnota opgenomen. De Belgische Cardiologische Liga en de Belgische Vereniging voor Cardiologie (BSC) hebben samen met vertegenwoordigers van huisartsen, verpleegkundigen, apothekers, preventieorganisaties en andere zorgprofessionals een blauwdruk voor zo’n plan opgesteld en aan het kabinet-Vandenbroucke voorgelegd.
De impact van hart- en vaatziekten kan moeilijk overschat worden, zegt prof. Rik Willems (KU Leuven), voorzitter van de Belgische Vereniging voor Cardiologie. “Ongeveer een miljoen Belgen leven met hart- en vaatziekten. Het is de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen en de op een na belangrijkste bij mannen – elk jaar overlijden er bijna 30.000 mensen aan. Het is ook een belangrijke oorzaak van hospitalisaties, en heeft een zware budgettaire impact.”
“Het is opmerkelijk dat er nooit specifieke acties rond hart- en vaatziekten georganiseerd zijn”, zegt Rik Vanhoof, algemeen directeur van de Belgische Cardiologische Liga, een organisatie die al decennia werkt aan cardiovasculaire preventie bij het brede publiek. “Vorig jaar in december heeft de Europese Commissie een Europees hart- en vaatziektenplan gelanceerd met daarin een duidelijke oproep naar de lidstaten om een eigen plan operationeel te hebben in 2027. We hebben daarom de handen in elkaar geslagen om een blauwdruk te maken van een ideaal actieplan voor België.”
“We hebben dat niet alleen gedaan”, vult prof. Willems aan. “We hebben een brede coalitie gezocht, met ook huisartsen (via Domus Medica en SSMG) en apothekers.”
Wat zijn de kernpunten van jullie voorstel?
Rik Willems: We zijn vertrokken vanuit twee problemen die we in België vaststellen: ten eerste de versnippering van bevoegdheden, en ten tweede dat we heel reactief blijven werken in plaats van proactief aan preventie te doen.
Het plan is gebouwd op vijf grote pijlers. We willen om te beginnen dat het een echt interfederaal plan wordt, om zowel op regionaal als federaal vlak te kunnen inspelen, en dat het een eigen budget krijgt.
Een tweede belangrijke pijler is de gezonde levensstijl over de hele levensloop. De incidentie van obesitas en diabetes bij de jeugd neemt toe. We kunnen daarom niet vroeg genoeg beginnen met preventie: in het onderwijs, op het werk en in het straatbeeld.
Een derde pijler is proactieve risicodetectie. Er bestaan al veel data rond cardiovasculaire gezondheid, denk maar aan het gewicht van een patiënt, cholesterol, bloeddruk. Maar vaak wordt de link tussen die data niet gelegd. Met de technologieën die er vandaag bestaan, zien wij een grote opportuniteit om aan population health management te gaan doen. We moeten die data gaan koppelen, en ervoor zorgen dat de huisarts of een andere zorgverlener met een soort knipperlichtsysteem risicopatiënten kan detecteren. Het Belgian Integrated Health Record (BIHR) kan daarvoor de ruggengraat vormen.
Een vierde pijler is evidence-based primaire en secundaire preventie voor iedereen. Er bestaat al een zorgpad voor kinderen met obesitas, we zouden dat graag uitgebreid zien naar volwassenen met obesitas.
Het vijfde punt is een data-driven ecosysteem. Op dit moment is er geen dataregister voor cardiovasculaire aandoeningen. Dat is echt wel nodig om enerzijds de data te kunnen capteren, maar ook anderzijds binnen een aantal jaar te gaan kijken of we een impact hebben gehad.
Jullie willen dus echt meetbare resultaten kunnen voorleggen?
Rik Willems: De doelstelling is de cardiovasculaire vroegtijdige mortaliteit met dertig procent te verminderen tegen 2030, wat overeenkomt met 1.500 vermeden overlijdens. We denken dat preventie de druk op het gezondheidszorgsysteem kan verminderen, en ook het aantal chronische ziekten en arbeidsongeschikten kan reduceren.
Rik Vanhoof: Het is wel echt het moment om in actie te schieten. We zijn lang goed bezig geweest: de mortaliteit is gedaald, maar we zitten nu op een plateau. Als we niet ingrijpen, dan zal de curve weer naar omhoog gaan. Dat is echt niet de bedoeling, zeker gezien de enorme kost die hartinfarcten en beroertes met zich meebrengen.
Welke rol krijgt de huisarts in het plan?
Rik Willems: De huisartsen doen vandaag al veel goed werk. In België heeft meer dan tachtig procent van de patiënten een GMD bij hun vaste huisarts. Daardoor kan die huisarts een centrale rol spelen in cardiovasculaire gezondheidschecks.
We pleiten ook voor een multidisciplinaire aanpak rond een patiënt met risicofactoren, waarbij de huisarts een coördinerende rol behoudt, en input kan krijgen van de huisapotheker, van de diëtist, van de bewegingscoach…
Jullie wijzen ook op het belang van een gezonde levensstijl en een gezonde leefomgeving. Het plan overstijgt dus de bevoegdheid van onze verschillende ministers van Volksgezondheid?
Rik Vanhoof: Er wordt veel gepraat over health in all policies, maar we willen dat graag in de praktijk omgezet zien worden. België heeft al goede stappen gezet in het tabaks- en alcoholbeleid. Maar er zijn andere risicofactoren die ook aandacht verdienen, zoals luchtvervuiling, wat voor veel mensen nog een onbekende risicofactor is.
Denk ook aan de vele fastfoodrestaurants in de buurt van scholen. De gezonde optie is vandaag niet altijd de meest voor de hand liggende optie. En dat zou de overheid perfect kunnen stimuleren. Want als we de schuld altijd bij het individu gaan blijven leggen, dan komt het niet goed.
Rik Willems: We zijn inderdaad heel blij met het beleid dat minister Vandenbroucke op het gebied van tabak voert, en met de voortrekkersrol die België speelt in een strengere regulering van vaping. Maar op andere domeinen is nog veel winst te maken. Alcohol aanpakken lijkt helaas een taboe. Over gezonde voeding heeft Sciensano een mooi rapport geschreven. Denk ook aan infrastructuur voor sporten en voor gezonde verplaatsingen. Het plan moet breder kijken dan alleen cardiovasculaire aandoeningen. Gezond leven is het begin van alles.
Tegenstanders van regulering zullen zeggen: het is aan het individu om gezonde keuzes te maken?
Rik Willems: De patiënt is verantwoordelijk voor zijn eigen gezondheid, maar we mogen niet ontkennen dat we niet allemaal dezelfde vaardigheden en dezelfde financiële mogelijkheden hebben. Alles bij de individuele verantwoordelijkheid leggen, is niet correct. Er zijn veel meer hart- en vaatziekten in lagere socio-economische milieus, terwijl de revalidatie- en therapietrouw daar het laagste is. Dat heeft niet alleen te maken met willen, maar ook met kunnen.
Jullie hebben een ‘position paper’ bezorgd aan het kabinet. Wat zijn de volgende stappen?
Rik Vanhoof: We hebben bevestiging gekregen dat deze zomer de eerste gesprekken zullen plaatsvinden om naar een hart- en vaatziektenplan toe te werken. We willen ook patiënten mee betrekken in het verhaal. Een nationaal CVD-plan dat niet mee ontworpen is door mensen die met de ziekte leven, mist zijn doel. Dus we hopen dat we in de komende maanden constructief te werk kunnen gaan.
Rik Willems: Wat er ook uitkomt, het zal een positieve invloed hebben op mensenlevens, op budgetten en op onze gemeenschappen in het algemeen. We zijn heel blij met het engagement dat we nu al hebben, en dat er eindelijk over preventie wordt gepraat. Dat is vaak een buzzword, maar in de praktijk zien we niet altijd de juiste acties.
Als Belgische Vereniging voor Cardiologie ambiëren wij overigens zeker geen leidende rol in primaire preventie en nuldelijnspreventie. Onze taak als cardiologen is om te zorgen voor zieke mensen, maar we zullen ook heel blij zijn als er minder mensen ziek worden.