NIVEL-rapport "Zorg door de huisarts"
Nederlandse huisartsen gaan steeds minder aan huis
Nederlandse huisartsen gaan steeds minder vaak op huisbezoek en urineweginfecties zijn de meest gestelde diagnose door huisartsen. Het zijn enkele van de gegevens die terug te vinden zijn in het NIVEL-rapport 'Zorg door de huisarts', waarin de huisartsgeneeskunde in 2025 in cijfers wordt gegoten.
Bijna acht op tien van de Nederlanders die ingeschreven zijn in een huisartsenpraktijk (78,1%) hadden vorig jaar minstens éénmaal contact met hun huisarts, een percentage dat in de lijn ligt met de voorgaande jaren. Gemiddeld had een patiënt 5,4 contacten met de praktijk. Het aantal contacten varieert sterk naargelang de leeftijd: 14,7 bij patiënten van 85 jaar en ouder tegenover 2,3 contacten bij kinderen van vijf tot en met zeventien jaar.
Meer raadplegingen
Wanneer de patiënt contact heeft met zijn huisarts gebeurt dat steeds minder vaak bij de huisarts thuis. De dalende tendens van het aantal huisbezoeken, zet zich onverminderd voort. In 2021 telde NIVEL 58,1 korte en 69,5 lange huisbezoeken per 1.000 patiënten. In 2023 waren er dat respectievelijk 49,8 en 63,8. Vorig jaar daalde het aantal visites tot 40,3 en 58,2. Onder een korte visite wordt bij onze noorderburen een huisbezoek beschouwd dat minder lang dan 20 minuten duurt. Mogelijke verklaringen voor de afname zijn volgens NIVEL de verschuiving van zorg naar praktijkondersteuners, ouderen die steeds mobieler worden en de vraag van huisartsen om de werkdruk te verminderen door naar de praktijk te komen.
Met een gelijkblijvend aantal contacten en een dalend aantal huisbezoeken is het logisch dat het aantal raadplegingen in de praktijk toeneemt. Dit geldt voor zowel raadplegingen die minder dan vijf minuten duren als voor raadplegingen tussen vijf en twintig minuten. Het aantal consulten dat langer dan twintig minuten in beslag neemt, blijft stabiel.
Het totaal aantal geregistreerde gezondheidsproblemen nam in 2025 ten opzichte van 2024 toe met 1,4%. Het aantal acute gezondheidsproblemen waarmee de huisarts wordt geconfronteerd, bleef stabiel. NIVEL stelde daarentegen een duidelijke stijging vast van langdurige (+2,9%) en chronische gezondheidsproblemen (+3,4%).
Brede generalist
Net als in 2024 waren urineweginfecties de vaakst voorkomende diagnose (2,6%). Daarna volgden essentiële hypertensie zonder orgaanschade (2,3%) en diabetes mellitus (1,9%). Bij mannen komen hypertensie en diabetes mellitus het vaakst voor, terwijl bij vrouwen vooral urineweginfecties worden vastgesteld. De grootste stijgers in incidentie ten opzichte van 2024 waren influenza (van 5,4 naar 8,5 per 1.000 patiënten), overgewicht (van 4,7 naar 6,6), obesitas (8,4 naar 11,6) en gordelroos (6 naar 7,9). Het rapport suggereert dat de stijging van overgewicht en obesitas mogelijk samenhangt met meer maatschappelijke aandacht voor de problematiek. De stijging van gordelroos kan mogelijk worden verklaard door extra zorgvragen rond vaccinatie.
Uit deze cijfers blijkt dat de huisarts in alle betekenissen van het woord een brede generalist is en blijft. De huisartsenzorg bestaat uit een brede waaier aan minder vaak voorkomende klachten en aandoeningen. De tien meest voorkomende gezondheidsproblemen zijn samen goed voor amper 16% van alle contacten.
Maagzuurremmers
Twee derde van de patiënten (67,2%) kreeg medicatie voorgeschreven door de huisarts. Bij de 65-plussers loopt dat op tot 90%, bij de mensen van 85 jaar en ouder zelfs tot 96%. De meest voorkomende medicatie zijn maagzuurremmers, die worden voorgeschreven aan 15% van alle patiënten. De top vijf wordt vervolmaakt met cholesterolverlagers (12%), corticosteroïden voor de huid (10,5%), antistollingsmiddelen (10,4%) en NSAID's (9,6%).
Het rapport distilleert enkele tendensen uit het geneesmiddelenvoorschrift. Twee types geneesmiddelen waar de dalende trend zich voortzet, zijn antibiotica en benzodiazepines. Na eerdere dalingen neemt het gebruik van maagmiddelen opnieuw toe en ook het gebruik van statines blijft in stijgende lijn gaan.
Per 1.000 patiënten werden er vorig jaar 323 doorverwezen naar een specialist in de tweede lijn (279 mannen en 372 vrouwen). De specialismen waar de huisarts het vaakst naar doorverwijst, zijn dermatologie, orthopedie, psychiatrie en heelkunde. Bij dermatologie gaat het vaak om huidafwijkingen, huidmaligniteit en moedervlekken. Bij orthopedie waren knie-, schouder-, heup- en voetklachten belangrijk. Bij psychiatrie stonden ADHD, depressie en angststoornissen in de top. Bij heelkunde ten slotte wordt vooral melding gemaakt van buikpijn, liesbreuk en hemorroïden.