OpinieVaccinaties

Het MBR-vaccin opsplitsen: bewijs en gevolgen voor de volksgezondheid

Médéa Locquet, Department of Biomedical Sciences, Clinical Pharmacology and Toxicology Research Unit, Namur Research Institute for Life Sciences (NARILIS), Faculty of Medicine, University of Namur

Laurence Vigneron, Vaccines Center of Excellence Coordinator, Federal Agency for Medicines and Health Products (FAMHP)

Pierre Van Damme, Centre for the Evaluation of Vaccination, Vaccine and Infectious Disease Institute, University of Antwerp

Jean-Michel Dogné, Department of Pharmacy, Clinical Pharmacology and Toxicology Research Unit, Namur Research Institute for Life Sciences (NARILIS), Faculty of Medicine, University of Namur

Het vervangen van een combinatievaccin tegen mazelen, rodehond en bof door drie afzonderlijke vaccinaties lijkt op het eerste gezicht misschien slechts een aanpassing van het vaccinatieschema. Dat is echter niet het geval. Een dergelijke beslissing zou de manier waarop kinderen worden gevaccineerd ingrijpend veranderen, zonder dat er een voordeel op het gebied van veiligheid of doeltreffendheid is aangetoond. Nu mazelen een zorgwekkende opleving kennen, is het de moeite waard om de vraag eenvoudigweg te stellen: wat zouden we er werkelijk bij winnen als we het MBR-vaccin zouden opsplitsen?

Médéa Locquet, Laurence Vigneron, Pierre Van Damme en Jean-Michel Dogné - 18 augustus 2026

Op 10 augustus 2026 ondertekende president Donald Trump een presidentieel decreet (Executive Order) dat federale overheidsdiensten opdraagt mogelijk ingrijpende wijzigingen voor te bereiden aan het Amerikaanse vaccinatieprogramma voor kinderen.

Het decreet bepaalt dat het MBR-vaccin “in drie afzonderlijke vaccins tegen één ziekte moet worden toegediend zodra dergelijke producten in de Verenigde Staten beschikbaar zijn” en dat, “voor zover maximaal haalbaar, alle vaccinaties bij kinderen tijdens afzonderlijke medische consultaties moeten worden toegediend”.

De wetenschappelijke vraag die dit voorstel oproept, is eenvoudig: verbetert afzonderlijke toediening van de vaccins tegen mazelen, bof en rubella de veiligheid, immunogeniciteit of gezondheidsuitkomsten?

Na meer dan vijf decennia gebruik van MBR toont het beschikbare bewijs niet aan dat er veiligheids- of immuniteitsredenen zijn om vaccinatieprogramma’s te wijzigen.

Van drie vaccins naar één: vooruitgang, geen toeval

De vaccins tegen mazelen, bof en rubella werden aanvankelijk als afzonderlijke producten ontwikkeld. Het mazelenvaccin werd in de Verenigde Staten goedgekeurd in 1963, het bofvaccin in 1967 en het rubellavaccin in 1969. In 1971 combineerden Maurice Hilleman en collega’s deze drie levend verzwakte vaccins in de MBR-formulering [1].

Die ontwikkeling weerspiegelde een fundamenteel principe van succesvolle vaccinatieprogramma’s: wanneer antigenen kunnen worden gecombineerd zonder de immunogeniciteit of veiligheid in het gedrang te brengen, verminderen combinatievaccins het aantal injecties, vereenvoudigen ze de schema’s, beperken ze het aantal noodzakelijke zorgcontacten en verhogen ze de kans dat kinderen tijdig beschermd zijn.

Sindsdien is meer dan 50 jaar klinische ervaring en veiligheidsbewaking met MBR opgebouwd [2,3]. Het gebruik ervan is in de meeste hoge-inkomenslanden standaard geworden en wordt internationaal aanbevolen. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert twee doses van een mazelenbevattend vaccin en moedigt het gebruik van het gecombineerde MBR-vaccin sterk aan zodra bofvaccinatie deel uitmaakt van het nationale vaccinatieprogramma.

De bewijslast ligt daarom bij degene die voorstelt deze gevestigde strategie te vervangen.

Een oplossing zonder aangetoond probleem

Het huidige bewijs toont geen klinisch voordeel aan van het afzonderlijk toedienen van de componenten tegen mazelen, bof en rubella van het MBR-vaccin.

Dat onderscheid is belangrijk. Evidence-based medicine vereist niet dat gevestigde interventies zich eindeloos opnieuw bewijzen tegenover hypothetische alternatieven. Wie een goed gekarakteriseerde interventie wil vervangen, moet aantonen dat het alternatief een relevante uitkomst verbetert: werkzaamheid, veiligheid, bijwerkingen, aanvaardbaarheid of bescherming op populatieniveau.

Ook is het optimale interval tussen drie monovalente vaccins niet vastgesteld. Een sequentieel monovalent schema zou dus een nieuwe strategie op programmaniveau invoeren waarvan de timing, voltooiing en effecten op populatieniveau zelf moeten worden geëvalueerd.

Opsplitsing van MBR kan ertoe leiden dat minder kinderen volledig beschermd zijn

Belangrijk is dat de relevante interventie niet alleen het biologische product is, maar ook het vaccinatieprogramma waarmee de bescherming wordt bereikt. Zelfs als drie monovalente vaccins immuunantwoorden opleveren die vergelijkbaar zijn met MBR, bewijst dat nog geen gelijkwaardigheid op programmaniveau. Vaccinatieprogramma’s hangen af van vaccinatiegraad, voltooiing van het schema, tijdigheid, toegang, naleving van het schema, zorggebruik en kosten, billijkheid en uiteindelijk het tijdig vermijden van infecties.

Als één gecombineerde toediening wordt vervangen door drie afzonderlijke consultaties, stijgen het aantal zorgcontacten, de verplaatsingen, de tijd die ouders van het werk moeten vrijmaken, de behoefte aan kinderopvang, het gebruik van zorgmiddelen en mogelijk ook de kosten. Pediatrische vaccinspecialisten waarschuwden eveneens dat bijkomende consultaties vermijdbare drempels creëren, vooral voor gezinnen die al beperkt zijn door vervoersmogelijkheden, verlofmogelijkheden of de beschikbaarheid van afspraken [4]. Elk bijkomend contact is bovendien een extra kans op uitstel of op het niet voltooien van het schema.

Die lasten zijn niet gelijk verdeeld. Een schema dat meer consultaties vereist, kan bestaande ongelijkheden in tijdige en volledige vaccinatie vergroten bij ouders en kinderen die al drempels ervaren bij de toegang tot zorg. Dit is niet alleen een logistieke kwestie, maar ook een vraagstuk van billijkheid op programmaniveau.

Combinatievaccins kunnen tijdige en volledige vaccinatie bevorderen [5]. Studies die monovalente en multivalente pediatrische vaccins vergelijken, hebben het gebruik van combinatievaccins in verband gebracht met vroegere en meer volledige vaccinatie. De waarde op programmaniveau reikt dus verder dan immunogeniciteit en omvat ook voltooiing van het schema, toegang, middelengebruik en bescherming op populatieniveau.

Voor mazelen, bof en rubella creëert afzonderlijke toediening nog een ander probleem: sequentiële vaccinatie leidt tot periodes waarin een kind tegen één ziekte beschermd is, maar nog vatbaar blijft voor de andere.

Het doel van vaccinatie is niet louter dat alle antigenen uiteindelijk worden toegediend, maar dat kinderen op de juiste leeftijd beschermd zijn en dat voldoende populatie-immuniteit behouden blijft om transmissie te onderbreken.

Alleen kijken naar de uiteindelijke vaccinatiegraad kan daarom een belangrijk epidemiologisch gevolg van de opsplitsing van MBR verbergen: de persoonsgebonden of individuele vatbaarheid. Twee schema’s kunnen uiteindelijk dezelfde vaccinatiegraad bereiken, maar verschillende perioden van vatbaarheid genereren wanneer één ervan de afzonderlijke antigenen later toedient. Omdat injecteerbare levende vaccins die niet op dezelfde dag worden toegediend doorgaans minstens 28 dagen uit elkaar worden gegeven om mogelijke immunologische interferentie te vermijden [6], zou een toekomstig monovalent schema met drie consultaties, als dezelfde intervalregel geldt, de periode tussen de eerste en de derde component tot minstens 8 weken kunnen verlengen. De relevante uitkomst is dus niet alleen of kinderen uiteindelijk alle drie de antigenen krijgen, maar ook hoe lang ze onvolledig beschermd blijven [7,8].

Verhoogt het combineren van vaccins het risico op bijwerkingen?

Zoals bij alle vaccins en geneesmiddelen heeft MBR bekende bijwerkingen. Koorts komt vaak voor; koortsconvulsies zijn zeldzaam en treden doorgaans ongeveer één tot twee weken na vaccinatie op. Immuuntrombocytopenie is eveneens een zeldzame complicatie [9].

De relevante vergelijking is empirisch: elke bewering dat afzonderlijke toediening veiliger is, moet worden ondersteund door vergelijkende veiligheidsgegevens. De bekende risico’s van MBR zijn goed gekarakteriseerd omdat het vaccin uitgebreid is onderzocht en opgevolgd.

Geen enkel bewijs heeft aangetoond dat het opsplitsen van mazelen, bof en rubella in drie injecties deze risico’s vermindert.

Dit mag niet worden verward met de afzonderlijke kwestie van het vierwaardige MBRV-vaccin [10]. Bij jonge kinderen is MBRV als eerste dosis geassocieerd met een kleine toename van koortsconvulsies in vergelijking met de afzonderlijke toediening van MBR en het varicellavaccin [10]. Die bevinding heeft terecht geleid tot aangepaste vaccinatieaanbevelingen; ze levert geen bewijs op dat mazelen, bof en rubella onderling afzonderlijk moeten worden toegediend.

Daarentegen wordt de trivalente MBR-formulering ondersteund door decennialang klinisch gebruik en veiligheidsmonitoring. Een sequentieel monovalent schema zou een eigen vergelijkende beoordeling van baten en risico’s vereisen, zowel op product- als op programmaniveau.

Autisme biedt geen wetenschappelijke reden om MBR op te splitsen

Suggesties dat opsplitsing van MBR het autismerisico zou kunnen verlagen, zijn bijzonder moeilijk te rijmen met het beschikbare bewijs.

Een nationale Deense cohortstudie bij 657.461 kinderen vond geen verhoogd autismerisico na MBR-vaccinatie en geen aanwijzingen dat vaccinatie autisme uitlokte bij vatbare subgroepen [11]. Een meta-analyse met meer dan één miljoen kinderen vond evenmin een verband tussen vaccinatie, MBR, thiomersal en autismespectrumstoornis [12].

MBR opsplitsen kan dus geen verhoogd autismerisico verminderen wanneer het beschikbare bewijs zo’n risico niet aantoont.

Autisme gebruiken als motief om het MBR-programma te hertekenen, zou dan ook de normale volgorde van evidence-based beleid omkeren: de interventie zou worden gewijzigd als reactie op een risico dat vergelijkend epidemiologisch onderzoek herhaaldelijk niet heeft kunnen aantonen.

Het voorstel komt terwijl mazelen opnieuw oprukken

De Verenigde Staten maken een sterke heropleving van mazelen mee.

Op 6 augustus 2026 waren landelijk 2.465 bevestigde mazelengevallen gemeld [13], al meer dan de 2.289 gevallen in heel 2025. Tegelijk daalde de MBR-vaccinatiegraad bij Amerikaanse kinderen in de kleuterklas van 95,2% in 2019-2020 naar 92,5% in 2024-2025.

Mazelen behoort tot de meest besmettelijke menselijke infecties. Kleine dalingen in de vaccinatiegraad hebben daardoor onevenredig belangrijke gevolgen, vooral wanneer onvoldoende gevaccineerde personen geografisch of sociaal clusteren.

Tegen die achtergrond is het moeilijk om een toename van het aantal injecties en medische consultaties dat nodig is voor volledige bescherming, te rijmen met de basisprincipes van infectieziektebestrijding.

De geschiedenis toont ook aan dat immuniteitslacunes kunnen blijven bestaan nadat het vertrouwen in vaccins afneemt. Na de inmiddels weerlegde beweringen die MBR eind jaren 1990 aan autisme koppelden, daalde de vaccinatiegraad in het Verenigd Koninkrijk sterk. Daardoor ontstonden cohorten met immuniteitslacunes die, naast andere factoren, bijdroegen aan latere mazelenuitbraken.

Beslissingen op het gebied van volksgezondheid kunnen dus gevolgen hebben die lang na de controverse die eraan ten grondslag lag is verdwenen.

Wijzigingen in vaccinatieschema’s vereisen vergelijkend bewijs

Er bestaat bovendien een discrepantie tussen de internationale vergelijkingen waarop het presidentiële decreet zich beroept en de specifieke interventie die het voorstelt [14]. De HHS-beoordeling noemt Denemarken als voorbeeld van een vaccinatieschema voor kinderen met minder injecties en minder gelijktijdige toediening [15]. Toch blijkt uit het rapport zelf dat Denemarken dit deels bereikt via multivalente vaccins, waaronder twee gecombineerde MBR-doses, terwijl MBR en DTaP op verschillende consultaties worden toegediend. Het rapport stelt bovendien dat het de “consensusvaccins”, waaronder mazelen, bof en rubella, niet inhoudelijk beoordeelt en, behalve voor HPV, evenmin ingaat op de timing of volgorde van vaccins of het aantal doses. De aanbeveling om MBR te vervangen door drie monovalente vaccins gaat dus verder dan de vraag die in de aangehaalde beoordeling werd onderzocht. Verschillen in vaccinatieschema’s tussen landen kunnen het gevolg zijn van epidemiologie, vaccinatiegraad, de organisatie van het gezondheidssysteem en beleidskeuzes; ze tonen niet aan dat één formulering of toedieningsstrategie superieur is. In dit geval strookt het voorbeeld van een vergelijkbaar land dat wordt gebruikt om hervorming te ondersteunen, eerder met voortgezet gebruik van combinatievaccins dan met opsplitsing van MBR.

Er is niets mis mee om een bestaand vaccinatieprogramma opnieuw te evalueren. Aanbevelingen moeten worden aangepast wanneer vergelijkend bewijs aantoont dat een andere dosis, een ander interval, een andere formulering of strategie klinisch relevante uitkomsten oplevert of de algemene baten-risicoverhouding verbetert. Zo boekt wetenschap vooruitgang. Momenteel ondersteunt dergelijk bewijs de opsplitsing van MBR echter niet.

De voorgestelde strategie heeft geen veiligheids- of immunologisch voordeel aangetoond. Ze zou afhangen van de beschikbaarheid van monovalente producten in de Verenigde Staten, het aantal injecties en zorgcontacten verhogen en periodes van onvolledige bescherming creëren, met bijkomende kansen op uitgestelde of gemiste vaccinatie.

Een wijziging van het vaccinatieschema is op zichzelf een volksgezondheidsinterventie en vereist vergelijkend bewijs op programmaniveau [16]. De effecten ervan moeten daarom niet alleen worden beoordeeld op immunogeniciteit, maar ook op veiligheid, werkzaamheid, vaccinatiegraad, tijdigheid, billijkheid, middelengebruik en infectiecontrole. Er is momenteel geen bewijs op programmaniveau dat vervanging van MBR door drie afzonderlijk toegediende vaccins de gezondheidsuitkomsten zou verbeteren.

Meer dan 50 jaar geleden betekende de combinatie van vaccins tegen mazelen, bof en rubella een vooruitgang in de vaccinologie en de volksgezondheid. Er is momenteel geen op bewijs gebaseerde reden om die vooruitgang terug te draaien, zeker niet nu de transmissie van mazelen toeneemt.

Referenties

1      Hilleman MR. Vaccines in historic evolution and perspective: A narrative of vaccine discoveries. Vaccine. 2000;18:1436–47. doi: 10.1016/S0264-410X(99)00434-X

2      Smorodintsev AA, Nasibov MN, Jakovleva N V. Experience with live rubella virus vaccine combined with live vaccines against measles and mumps. Bull World Health Organ. 1970;42:283.

3      Di Pietrantonj C, Rivetti A, Marchione P, et al. Vaccines for measles, mumps, rubella, and varicella in children. Cochrane Database Syst Rev. 2021;11. doi: 10.1002/14651858.CD004407.PUB5

4      Glickman K, Kozlov M. Trump wants MMR vaccine split up: the science behind why it’s a bad idea. Nature. Published Online First: 12 August 2026. doi: 10.1038/D41586-026-02515-3

5      Kalies H, Grote V, Verstraeten T, et al. The use of combination vaccines has improved timeliness of vaccination in children. Pediatr Infect Dis J. 2006;25:507–12. doi: 10.1097/01.INF.0000222413.47344.23

6      Timing and Spacing of Immunobiologics | Vaccines & Immunizations | CDC. https://www.cdc.gov/vaccines/hcp/imz-best-practices/timing-spacing-immunobiologics.html (accessed 13 August 2026)

7      O’Donnell S, Dubé E, Tapiero B, et al. Determinants of under-immunization and cumulative time spent under-immunized in a Quebec cohort. Vaccine. 2017;35:5924–31. doi: 10.1016/j.vaccine.2017.08.072

8      Kiely M, Boulianne N, Talbot D, et al. Impact of vaccine delays at the 2, 4, 6 and 12 month visits on incomplete vaccination status by 24 months of age in Quebec, Canada. BMC Public Health. 2018;18. doi: 10.1186/S12889-018-6235-6

9      Miller E, Waight P, Farrington P, et al. Idiopathic thrombocytopenic purpura and MMR vaccine. Arch Dis Child. 2001;84:227–9. doi: 10.1136/ADC.84.3.227

10    Klein NP, Fireman B, Yih WK, et al. Measles-mumps-rubella-varicella combination vaccine and the risk of febrile seizures. Pediatrics. 2010;126. doi: 10.1542/PEDS.2010-0665

11    Hviid A, Hansen JV, Frisch M, et al. Measles, Mumps, Rubella Vaccination and Autism: A Nationwide Cohort Study. Ann Intern Med. 2019;170:513–20. doi: 10.7326/M18-2101

12    Taylor LE, Swerdfeger AL, Eslick GD. Vaccines are not associated with autism: An evidence-based meta-analysis of case-control and cohort studies. Vaccine. 2014;32:3623–9. doi: 10.1016/j.vaccine.2014.04.085

13    Measles Cases and Outbreaks | Measles (Rubeola) | CDC. https://www.cdc.gov/measles/data-research/index.html (accessed 13 August 2026)

14    Delivering Gold Standard Childhood Vaccine Recommendations for Americans – The White House. https://www.whitehouse.gov/presidential-actions/2026/08/delivering-gold-standard-childhood-vaccine-recommendations-for-americans/ (accessed 13 August 2026)

15    Høeg TB. Assessment of the U.S. Childhood and Adolescent Immunization Schedule Compared to Other Countries Executive Summary. 2026.

16    Jit M, Portnoy A, Pecenka C, et al. Estimating the Value of Combination Vaccines: A Methodological Framework. Pharmacoeconomics. 2026;44:517–26. doi: 10.1007/S40273-025-01575-Z


 

Auteursbijdragen

ML, LV, and PVD: Methodologie, visualisatie, schrijven - oorspronkelijke versie, schrijven - review en redactie. JMD: Conceptualisering, supervisie, methodologie, schrijven - oorspronkelijke versie, schrijven - review en redactie. Alle auteurs hebben de definitieve versie nagelezen en goedgekeurd.

Belangenconflicten

De auteurs verklaren geen belangenconflicten te hebben.

Financiering

De auteurs ontvingen geen specifieke financiering voor dit werk.

Beschikbaarheid van gegevens

Voor deze studie werden geen nieuwe gegevens gecreëerd of geanalyseerd. Het delen van gegevens is niet van toepassing op dit artikel.

Gebruik van artificiële intelligentie

Generatieve AI-tools werden gebruikt ter ondersteuning van taalredactie, beknoptheid en grafische verfijning. Alle wetenschappelijke inhoud werd door de auteurs nagelezen en geverifieerd; zij dragen de verantwoordelijkheid voor het definitieve manuscript.

Geschreven door Médéa Locquet, Laurence Vigneron, Pierre Van Damme en Jean-Michel Dogné18 augustus 2026
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
09 juli 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine