WHO hekelt "totale straffeloosheid"
Meer dan 10.000 aanvallen op de gezondheidszorg
Sinds 2018 stelde de Wereldgezondheidsorganisatie meer dan 10.400 aanvallen op zorginstellingen, zorgverleners of medische voorzieningen in 29 landen en gebieden vast. Deze aanvallen leidden tot ongeveer 5.700 doden en 8.500 gewonden. Voor geen enkel van deze vele incidenten werd al een verantwoordelijke berecht, zegt de WHO.
Dagelijks worden in conflictgebieden vier aanvallen uitgevoerd op gezondheidszorginstellingen. Tussen januari en augustus 2026 registreerde de WHO er 914, met minstens 911 doden en 1.486 gewonden tot gevolg. Altaf Musani, directeur Humanitaire Hulp en Rampenbeheer bij de WHO, presenteerde de cijfers vorige week in Genève. Het merendeel van de dit jaar geregistreerde incidenten vond plaats in Oekraïne, Libanon en de bezette Palestijnse gebieden. Andere aanvallen zijn bevestigd in Myanmar, Iran, Soedan, de Democratische Republiek Congo, Zuid-Soedan, Rusland, Syrië en Nigeria.
Aanvallen in vele vormen
Zware wapens vormen het belangrijkste middel dat wordt ingezet. Maar de WHO beperkt haar definitie niet tot bombardementen of de directe vernietiging van een ziekenhuis. Het belemmeren van de toegang tot zorg, psychologisch geweld, ontvoering en vasthouding van patiënten of zorgverleners vallen eveneens onder haar monitoringsysteem.
Sinds begin 2026 deden zich 44 incidenten voor waarbij zorgverleners en patiënten zijn gearresteerd, ontvoerd of vastgehouden. Ten minste 94 gezondheidswerkers waren hier rechtstreeks bij betrokken.
Deze gegevens geven echter slechts een deel van de gevolgen weer. Wanneer een instelling wordt getroffen, blijven de gevolgen nog lang na de aanval voortduren. Patiënten zien af van een bezoek aan de arts, ambulances kunnen geen zieken meer vervoeren, zorgverleners stoppen met werken en medicijnen komen niet meer op hun bestemming aan. Angst kan er ook toe leiden dat de bevolking zich langdurig van de gezondheidszorg afkeert.
Uit een onderzoek naar 69 aanvallen in het noordwesten van Syrië blijkt bijvoorbeeld dat het aantal poliklinische consulten al de dag erna met 51 % daalde. Deze daling bleef tot 37 dagen na de gebeurtenis merkbaar. Een aanval op een zorginstelling brengt dus de zorg voor duizenden mensen in gevaar, die zich niet noodzakelijkerwijs ter plaatse bevonden.
Verlamde gezondheidszorgstelsels
In Soedan werd in 2026 37 % van de gezondheidsvoorzieningen als niet-functioneel beschouwd. In de Gazastrook zijn de 36 ziekenhuizen beschadigd en functioneert volgens gegevens van de WHO slechts de helft nog gedeeltelijk. Ook het netwerk voor eerstelijnszorg is ernstig getroffen.
In Oekraïne heeft de organisatie sinds het begin van de Russische invasie meer dan 3.100 aanvallen vastgesteld. Deze waren gericht op ziekenhuizen, maar ook op ambulances, opslagplaatsen en bevoorradingsketens. In 2026 zijn al zo’n 156 aanvallen geregistreerd. Begin augustus werd opnieuw een WHO-opslagplaats in Dnipro getroffen, waardoor de organisatie minder goed in staat was om instellingen dicht bij het front te bevoorraden.
De aanvallen kunnen ook de bestrijding van epidemieën in gevaar brengen. In de Democratische Republiek Congo zijn twaalf incidenten vastgesteld sinds de uitbraak van de door het Bundibugyo-virus veroorzaakte ebola-epidemie in mei werd gemeld. Deze incidenten hebben het toezicht, het onderzoek naar gevallen, de contactopsporing, de behandelingen en de voorlichting aan de gemeenschappen verstoord. De onveiligheid vergroot daarmee het risico dat het virus onopgemerkt blijft circuleren.
Geen enkel geval onderworpen aan een aansprakelijkheidsprocedure
De ernstigste vaststelling van Altaf Musani betreft het uitblijven van gerechtelijke stappen. Van de ongeveer 10.400 aanvallen die sinds 2018 zijn geverifieerd, zou er geen enkele zijn opgenomen in een mechanisme om de verantwoordelijkheden vast te stellen.
De WHO erkent dat zij noch over het mandaat, noch over de nodige expertise beschikt om de daders te vervolgen. Haar rol bestaat uit het verzamelen en verifiëren van gegevens, het documenteren van de gevolgen, het coördineren van de respons en het verdedigen van de bescherming van de medische missie. Ziekenhuizen, medisch vervoer, patiënten en gezondheidswerkers genieten echter de bescherming van het internationaal humanitair recht en de Verdragen van Genève. Er zouden dus op nationaal of internationaal niveau vervolging kunnen worden ingesteld.
Voor de WHO volstaat het niet langer om alleen de beschadigde gebouwen te tellen. Er moet ook rekening worden gehouden met de afgezegde consulten, de uitgestelde operaties, de onderbroken behandelingen en de patiënten die zonder hulp zijn achtergebleven. Achter elke getroffen instelling schuilt een verloren dienst, en achter die dienst een bevolking die van zorg is beroofd.