Preventie: een gedeelde verantwoordelijkheid
Preventie is een van de kerntaken en een inherent onderdeel van onze dagelijkse pediatrische praktijk. Maar preventie vereist samenwerking tussen verschillende belanghebbenden en versterking van de samenwerking tussen sectoren.
Marc Raes, pediater, bestuurslid Belgian Academy of Paediatrics
In zijn theorie van de humores benadrukte Hippocrates (460-377 v.Chr.), de vader van de westerse geneeskunde, al het belang van preventie door het handhaven van innerlijke harmonie op basis van een gezonde levensstijl (diaita) om ziekte af te weren.
"Praestat cautela quam medela", vertaald als: "Voorkomen is beter dan genezen", is een van de beroemdste citaten uit de Adagia, de verzameling spreekwoorden van Desiderius Erasmus (1500 n.Chr.). Het is niet alleen van toepassing in de gezondheidszorg, maar ook in vele andere domeinen, aspecten en situaties van het leven.
Wereldwijd moeten we kinderen en jongeren beschermen tegen de directe en indirecte, schadelijke gevolgen op lange termijn van milieuvervuiling, onveilige situaties, bedreigingen en uitdagingen van de moderne samenleving en klimaatverandering. We moeten voorkomen dat kinderen, jongeren en hun families verhongeren of omkomen in oorlogen.
Preventie is een van de kerntaken en een inherent onderdeel van onze dagelijkse pediatrische praktijk.
Als kinderartsen hebben we het voorrecht om op te komen voor deze jongeren en hun rechten te verdedigen, met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren onder hen. We strijden voor hun recht op optimale fysieke en mentale gezondheid, veiligheid en een adequate opleiding.
Preventie, van de baarmoeder tot de adolescentie en op vele gebieden, is een van de kerntaken en een inherent onderdeel van onze dagelijkse pediatrische praktijk. Het beïnvloedt en vormt de ontwikkeling en gezondheid van individuen gedurende hun hele leven.
In België wordt slechts 0,23% van het bruto binnenlands product (bbp) besteed aan preventieve zorg, ruim onder het Europees gemiddelde (0,37%). Dit is slechts 2% van het totale Belgische budget voor de gezondheidszorg (OESO-gemiddelde: 3,4%; EU-gemiddelde: 4%).
Deze lage budgettoewijzing, in tegenstelling tot de investeringen in de curatieve gezondheidszorg, in combinatie met de complexe taakverdeling tussen de federale en regionale overheden (België telt negen ministers van Volksgezondheid), leidt al jaren tot hevige debatten.
Effectieve preventie vereist samenwerking tussen verschillende belanghebbenden en versterking van de samenwerking tussen sectoren.
Hoewel er onderhandelingen plaatsvinden binnen de zogenaamde Interministeriële Conferentie (IMC), kan de gefragmenteerde taakverdeling nog steeds leiden tot verschillende beslissingen in verschillende regio's van het land over de toegang tot preventieve zorg, de organisatie van programma's en de financiële investeringen, zonder volledig afgestemd beleid of een gedeelde nationale visie.
Effectieve preventie vereist echter samenwerking tussen verschillende belanghebbenden en versterking van de samenwerking tussen sectoren, vanuit de overtuiging dat dit een strategie en een investering voor de lange termijn is.
België heeft historisch gezien een hoge vaccinatiegraad onder kinderen bereikt dankzij goed georganiseerde programma's en een sterke samenwerking tussen zorgverleners en de volksgezondheidsautoriteiten. Dit succes mag echter niet als vanzelfsprekend worden beschouwd en kan zelfs nog verder worden geoptimaliseerd.
Beslissingen over het nationale vaccinatieprogramma (NIP) moeten gebaseerd zijn op bewijs, epidemiologie en de totale ziektelast voor individuen en de bevolking. Een gecoördineerde strategie is nodig en regionale verschillen moeten zoveel mogelijk worden vermeden.
Preventieve gezondheidszorg is een gedeelde verantwoordelijkheid.
Het vertrouwen in vaccins moet worden behouden, vaccinatie-aversie moet worden gemonitord en geminimaliseerd, gelijke toegang tot vaccinatie voor kinderen moet worden gegarandeerd, zonder ongelijkheid of oneerlijkheid.
Preventieve gezondheidszorg is een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij verschillende belanghebbenden betrokken zijn, waaronder wetenschappers, epidemiologen, zorgverleners, beleidsmakers, de industrie en ook patiëntenbelangenorganisaties.
Een beperkt budget voor de gezondheidszorg is een realiteit en sommige gezondheidsinterventies moeten prioriteit krijgen boven andere. Maar kunnen we het ons permitteren om sommige te voorkomen, verwoestende ziekten, complicaties van een ongezonde levensstijl, beperkte ontwikkeling en de veiligheid van onze kinderen en adolescenten niet te voorkomen? Zouden we preventie niet moeten beschouwen als een investering in plaats van een uitgave? Laat ons de krachten bundelen!
Deze opinie verscheen eerder als hoofdartikel in Belgian Journal of Pediatrics, Vol. 28 No.2 (2026)