Fonds voor Medische Ongevallen betaalde 40% meer uit in 2025
Een derde meer aanvragen dan in 2024
Het Fonds voor Medische Ongevallen (FMO) ontving in 2025 bijna een derde meer nieuwe aanvragen dan in het voorafgaande jaar. De uitbetalingen door het Fonds stegen met ongeveer 40%. Dat staat in het jaarverslag 2025 van het FMO.
Het FMO ontving in 2025 815 nieuwe aanvragen, tegenover 632 in 2024. De forse toename van het aantal geopende dossiers in 2024 zet zich dus verder. Het groeiende aantal dossiers "heeft gevolgen voor de verschillende fasen van de dossierbehandeling, waaronder het administratieve beheer, de inhoudelijke analyse, de organisatie en opvolging van expertises en de opstelling van adviezen", stelt het verslag.
Niettemin blijft de doorloopsnelheid van de dossiers jaar na jaar verbeteren. In totaal sloot het FMO in 2025 670 dossiers af; voornamelijk dossiers die in 2024 en, in mindere mate, in 2023 waren ingediend. Een kwart van de in 2025 geopende dossiers kon in hetzelfde jaar al worden afgesloten.
Lees hier het volledige jaarverslag.
Van de 548 adviezen die het FMO in 2025 uitbracht, gingen er 73 over een ernstig medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA) en 66 over aansprakelijkheid van een zorgverlener. In 30 van deze 66 gevallen werd de wettelijke ernstdrempel bereikt. De overige 409 waren volgens het Fonds niet vergoedbaar.*
Een dossier kan een langdurige medisch-juridische analyse en een tegensprekelijke expertise vergen. Het verslag registreert ook 98 nieuw gestarte gerechtelijke procedures in 2025.
Sterk stijgende uitbetalingen
Het Fonds betaalde in 2025 in totaal 30,3 miljoen euro uit, ongeveer 40% meer dan in 2024. Deze toename wordt mede verklaard doordat openstaande dossiers afgewerkt konden worden.
Schadevergoedingen in kapitaal vertegenwoordigen veruit het grootste deel van de uitbetaalde bedragen, met een totaal van 28.797.117 € voor 169 dossiers, of gemiddeld 170.397 euro per dossier.
Catastrofale schadegevallen blijven beperkt in aantal, met slechts één geregistreerd dossier, maar wel voor een aanzienlijk bedrag (1.256.425 €).
In tien dossiers keert het FMO een beperkte rente uit. Deze dossiers gaven in de loop van het jaar aanleiding tot 91 rentebetalingen, goed voor een gemiddeld bedrag van 2.330 € per betaling.
Kerncijfers
- In 2025 ontving het Fonds voor de medische ongevallen 815 nieuwe adviesaanvragen, het hoogste aantal sinds 2014. Daarvan was 51% Franstalig en 49% Nederlandstalig. Bijna de helft van de aanvragen (46,5%) werd elektronisch ingediend via Poema.
- Het Fonds verleende advies in 670 aanvragen. 25% van de ontvankelijke aanvragen komt mogelijk in aanmerking voor een vergoeding door het Fonds, de aansprakelijke zorgverlener of diens verzekeraar.
- Van de aanvragen die in 2023 werden ingediend, was 80% binnen 12,8 maanden afgehandeld. Volgens het Fonds verbetert de behandelingstijd jaar na jaar.
- Sinds de oprichting ontving het Fonds 8.324 aanvragen. Meer dan 87% daarvan is afgehandeld; voor 1.512 aanvragen loopt de behandeling of een geschil nog.
- Van de aanvragen wordt 59,3% rechtstreeks door het slachtoffer ingediend. Daarnaast laat 18,5% zich vertegenwoordigen door een advocaat en dient 16,1% de aanvraag in via een verzekeringsinstelling.
- In 2025 betaalde het Fonds 30,265 miljoen euro aan schadevergoedingen voor dossiers over burgerlijke aansprakelijkheid of een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid.
* Het FMO hanteert strikte cumulatieve voorwaarden voor vergoeding:
1. De schade vloeit voort uit een zorgverlening vanaf 2 april 2010.
2. De schade vindt haar oorzaak in:
- ofwel een feit dat aanleiding geeft tot aansprakelijkheid van een zorgverlener
- ofwel een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), maar met schade die abnormaal is: ze had zich niet mogen voordoen rekening houdend met de huidige stand van de wetenschap, de toestand van de patiënt en zijn objectief voorspelbare evolutie (het therapeutisch falen en een verkeerde diagnose zonder fout zijn geen medisch ongeval zonder aansprakelijkheid)
3. De wettelijk bepaalde ernstgraad is bereikt:
- een blijvende invaliditeit van 25% of meer
- een tijdelijke arbeidsongeschiktheid gedurende minstens 6 opeenvolgende maanden of 6 niet-opeenvolgende maanden over een periode van 12 maanden
- een zware verstoring van de levensomstandigheden
- een overlijden.