"Overheid heeft geen zicht op hormoonremmers bij minderjarigen"
Meer dan 20.000 voorschriften, maar indicaties onbekend
Tussen januari 2021 en november 2025 werden in België 20.300 voorschriften voor hormoonremmers en hormonale regulatoren afgeleverd aan jongeren onder de 18 jaar. Het RIZIV kan niet aangeven voor welke indicatie die geneesmiddelen werden voorgeschreven, blijkt uit het antwoord van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke op een parlementaire vraag van Kamerlid Kathleen Depoorter (N-VA).
De cijfers tonen 3.751 voorschriften in 2021, 3.963 in 2022, 4.498 in 2023, 4.173 in 2024 en 3.915 in de eerste elf maanden van 2025. In totaal zijn dat 20.300 voorschriften aan minderjarigen. Het gaat om voorschriften, niet om 20.300 unieke jongeren.
Maar wat achter die cijfers schuilgaat, weet de overheid niet, klaagt Depoorter aan. "Het RIZIV beschikt niet over gegevens over de indicatie waarvoor de geneesmiddelen worden gebruikt. Daardoor kan geen onderscheid worden gemaakt tussen gebruik als hormonale regulator, gebruik in het kader van genderdysforie en andere indicaties. Bovendien worden de betrokken geneesmiddelen volgens de minister frequent off-label gebruikt. Ook patiëntgegevens uit ziekenhuizen zijn niet beschikbaar."
"Meer dan 20.000 voorschriften bij minderjarigen in minder dan vijf jaar, maar we kunnen niet zeggen hoeveel jongeren deze geneesmiddelen kregen, waarom ze de geneesmiddelen kregen en hoeveel ervan kaderen in transgenderzorg. Dat is een bijzonder grote blinde vlek," zegt Depoorter.
"Als we het debat over puberteitsremmers bij minderjarigen op een correcte, wetenschappelijke en serene manier willen voeren, dan hebben we in de eerste plaats betrouwbare data nodig."
Onderzoek naar gebruik hormoonremmers eind 2027 klaar
Het regeerakkoord voorziet dat het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) het gebruik van hormoonremmers bij jongeren in het kader van genderdysforie onderzoekt op basis van de wetenschappelijke evidentie.
Uit het antwoord van de minister blijkt nu dat dat onderzoek op 1 juli 2026 van start ging. Het rapport wordt naar verwachting in oktober 2027 aan de raad van bestuur van het KCE voorgelegd en pas in november 2027 gepubliceerd.
Depoorter vindt het problematisch dat ondertussen zelfs de meest elementaire registratie ontbreekt. Ze vraagt daarom dat de registratie wordt verbeterd. "De indicatie waarvoor deze geneesmiddelen worden voorgeschreven moet beter in beeld komen, ziekenhuisgegevens moeten worden ontsloten en ook de gevraagde opsplitsing naar geslacht moet beschikbaar zijn."
Depoorter wil ook dat de Kamer al voor de publicatie van het eindrapport een tussentijdse stand van zaken krijgt over het KCE-onderzoek.