Vlaams Mensenrechteninstituut: overheid moet hittebeleid voeren
Recht op leven en gezondheid moet beschermd worden
Het Vlaams Mensenrechteninstituut roept de Vlaamse overheid op om haar mensenrechtelijke verplichtingen te concretiseren in een ambitieus hittebeleid dat personen, en in het bijzonder kwetsbare groepen, doeltreffend beschermt tegen de toenemende risico's van hitte.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Vlaams Mensenrechteninstituut bracht op 25 september een advies uit over de mensenrechtelijke verplichtingen van de Vlaamse overheid bij hitte.
De hitte vormt niet alleen een gezondheidsuitdaging, maar creëert ook positieve verplichtingen voor de overheid om het recht op leven en het recht op gezondheid te beschermen. Staten zijn er immers toe gehouden passende maatregelen te nemen bij ernstige en voorzienbare risico's voor leven en gezondheid.
Het Vlaams Mensenrechteninstituut roept de Vlaamse overheid daarom op om deze mensenrechtelijke verplichtingen verder te concretiseren in een ambitieus hittebeleid dat personen, en in het bijzonder kwetsbare groepen, doeltreffend beschermt tegen de toenemende risico's van hitte.
Bevoegdheden van de Vlaamse overheid
De maatregelen die nodig zijn om aan de mensenrechtelijke verplichtingen met betrekking tot hitte te voldoen, beperken zich niet tot één beleidsdomein. Vlaanderen beschikt over het gros van de relevante bevoegdheden op dit terrein. Allereerst zijn er een aantal belangrijke gemeenschapsbevoegdheden:
- Preventieve gezondheidszorg: de Vlaamse overheid is hier bevoegd voor hittewaarschuwingen en risicocommunicatie naar de bevolking.
- Eerstelijnsgezondheidszorg: biedt mogelijkheden voor de vroegtijdige detectie en opvolging van hittestress bij kwetsbare patiënten via huisartsen, thuisverpleging en lokale zorgnetwerken.
- Ouderenzorg en het beleid voor personen met een handicap: maatregelen kunnen onder meer betrekking hebben op eisen rond thermisch comfort in woonvoorzieningen of gerichte monitoring van kwetsbare personen tijdens hitteperiodes.
- Ziekenhuisinfrastructuur en medisch-technische diensten: dit biedt ruimte voor hittegerelateerde eisen bij nieuwbouw en renovatie.
- Gezinsbeleid, met inbegrip van kinderopvang, het maatschappelijk welzijn en de jeugdbescherming: geeft instrumenten in handen om kinderen en sociaal kwetsbare gezinnen te beschermen. Denk bijvoorbeeld aan hittebestendigheidseisen voor kinderopvanglocaties of gerichte ondersteuning van gezinnen die zich moeilijk tegen hitte kunnen wapenen.
Drie aanbevelingen
Staten beschikken over een ruime beoordelingsmarge om te bepalen welke maatregelen zij nemen om hun positieve verplichtingen na te komen, rekening houdend met onder meer de beschikbare middelen.
Vlaanderen heeft al verschillende maatregelen ontwikkeld om de gevolgen van hitte te voorkomen en te beperken, maar er is meer vereist dan het bestaan van beleidsintenties, plannen of afzonderlijke maatregelen. De vraag is of het geheel van beleid, uitvoering en opvolging in de praktijk voldoende bescherming biedt tegen voorzienbare risico’s voor leven, gezondheid en menswaardig leven.
Het Vlaams Mensenrechteninstituut leidt uit de positieve verplichtingen van de overheid drie samenhangende aandachtspunten af:
- Breng de hitterisico’s en kwetsbare groepen systematisch in kaart;
- Vertaal die kennis in een geïntegreerd preventief kader met duidelijke regie, opvolging en evaluatie.
- Neem gerichte en doeltreffende maatregelen binnen de Vlaamse bevoegdheden.
Naar aanleiding van de uitzonderlijke hittegolven in de zomer van 2026 formuleert het Mensenrechteninstituut drie prioritaire aanbevelingen voor de Vlaamse overheid:
- Versterk de bescherming tegen schadelijke binnentemperaturen in voorzieningen voor kwetsbare personen.
- Zorg voor laagdrempelige toegang tot koelte en gratis drinkwater.
- Voorzie gerichte opvolging van personen met een verhoogd risico tijdens hitteperiodes.
Deze aanbevelingen omvatten geen exhaustieve lijst. De bescherming tegen hitte vereist ook structurele verankering in woonbeleid, infrastructuurbeleid en ruimtelijke ordening, onder meer via hittebestendige renovatie, passieve koeling, ontharding, vergroening, schaduw en voldoende toegang tot water- en verkoelingsvoorzieningen. Deze maatregelen vertalen de mensenrechtelijke verplichting naar uitvoerbare normen, duidelijke verantwoordelijkheden, tijdige toepassing en opvolging in de praktijk.
Positieve verplichtingen van de overheid
Het recht op leven
Artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten beschermen het recht op leven. Deze bepalingen houden voor staten niet alleen een negatieve verplichting in, maar ook een positieve verplichting om het leven van personen onder hun rechtsmacht te beschermen.
Het recht op gezondheid
Op nationaal niveau waarborgt artikel 23 van de Grondwet het recht op een menswaardig leven, waaronder het recht op bescherming van de gezondheid. Dit artikel behelst ook een positieve verplichting.
Zo benadrukte de Raad van State, in de context van de COVID-19-crisis, dat artikel 23 GW: ‘de overheid een verplichting tot handelen op[legt] en [ze] zelfs aan burgers het recht [verleent] om van de overheid een onmiddellijk optreden te vereisen wanneer het grondrecht op gezondheid van eenieder wordt bedreigd door de kracht van een imminente en zeer moeilijk te beheersen gezondheidscrisis die het bestaande gezondheidssysteem dreigt te doen instorten.’
De Raad van State benadrukte dat de bescherming van de gezondheid voor de overheid niet louter een legitieme beleidsdoelstelling vormt.