De groeinorm is geen cadeautje voor artsen
In sommige politieke kringen bestaat de illusie dat de groeinorm iets is dat de gezondheidszorg “cadeau” krijgt bovenop de index. Dat is een misvatting. Een ingreep in de groeinorm is een politieke beslissing, maar heeft onmiddellijke effecten op het terrein.
Stan Politis, voorzitter Federatie van Medisch Specialisten
In sommige politieke kringen wordt de illusie gewekt dat de groeinorm iets is dat de gezondheidszorg 'cadeau' krijgt bovenop de index. Deze framing doet uitschijnen dat het hier gaat om een soort 'reserve' waarin best kan gesaneerd worden.
Om te begrijpen waartoe index en groeinorm dienen, moeten we even op deze begrippen ingaan. Er zijn twee verschillende mechanismen waardoor het budget van de gezondheidszorg groeit: de index en de groeinorm
Indexmassa
In de eerste plaats is er een prijseffect: dit gebeurt door de toepassing van de gezondheidsindex. De index wordt toegekend als een budgetaire indexmassa. Deze massa kan bij onderhandelingen in de domeinen van de geneeskunde op verschillende manieren ingezet worden (non-lineair).
Deze indexmassa wordt echter zelden volledig toegekend. Men zegt gewoon: van wat je krijgt, mag je zoveel miljoen niet uitgeven. Voor 2026 gaat het om in totaal 469 miljoen euro, voor 2027 is dat 494 miljoen euro.

Dit wordt geen 'besparing' genoemd, maar een 'structurele niet-financiering van de begrotingsdoelstelling'. Probeer dat maar eens met werknemersvakbonden, of met ondernemers met wie je een prijs hebt afgesproken: bij de betaling zeggen dat je een deel zal inhouden...
Groeinorm
In de tweede plaats is er het volume-effect: dit is de groeinorm. Die wordt bepaald in overleg met het Federaal Planbureau op basis van de Promes-prognoses. Deze prognoses houden onder meer rekening met demografische en socio-economische evoluties, indicatoren van morbiditeit, zorggebruik en omgevingsfactoren.
De prognoses zijn gebaseerd op de verwachte uitgaven, in het PROMES-model geraamd op basis van de 'drivers’ van de uitgaven. Het voordeel van die aanpak is dat de projectie van de uitgaven een beeld geeft van het verwachte gebruik van zorg (en de gerelateerde uitgaven), terwijl de groeinorm informatie geeft over de voorziene financiële middelen.
De groeinorm houdt niet enkel rekening met het groeiende volume, te wijten aan toename van de bevolking en de vergrijzing van de bevolking, maar ook met de toename van zorg te wijten aan nieuwe technologie en nieuwe medicatie.
De verwachte volumegroei op basis van het Promes-model bedraagt 4,2% in 2027, 4,7% in 2028, 4,1% in 2029. De toegekende groeinorm (zie grafiek) ligt hier steeds onder.
Er zijn slechts enkele oplossingen mogelijk ter compensatie:
- van jaar tot jaar de prijs van de verstrekkingen laten zakken en de artsen verplichten ze toch uit te voeren;
- het aandeel van de patiënt laten toenemen per verstrekking (hoger remgeld);
- een volumequotum instellen en bij overschrijding geen verstrekkingen meer toelaten (wie mag je dan vanaf eind november nog behandelen tot 31 december);
- het basispakket van verzekerde verstrekkingen verminderen en het pakket niet-vergoede prestaties laten groeien.
Een ingreep in de groeinorm is een politieke beslissing, maar heeft dus onmiddellijk effecten op het terrein. Voor de artsen is veel bespreekbaar, maar je kan niet alle groei compenseren door een drastische prijsverlaging van de prijs per verstrekking. De samendrukbaarheid van de prijs heeft evident een grens.
Elke ondernemer of vrij beroep zal dit in zijn sector kennen: tot hoever kan ik de prijs laten zakken? Dezelfde vraag geldt voor medische verstrekkingen.
En dan hebben we het nog niet gehad over innovatie en nieuwe medische technieken of nieuwe medicatie voor aandoeningen waarvoor nu weinig of geen werkzame medicatie voorhanden is.
Ongeacht de weg die men inslaat, zijn er keuzes en gevolgen.