"Overheid heeft geen zicht op hormoonremmers bij minderjarigen"
N-VA-Kamerlid Kathleen Depoorter klaagt aan dat het RIZIV niet weet voor welke indicaties hormoonremmers en hormonale regulatoren afgeleverd worden aan jongeren onder de 18 jaar. Prof. dr. Martine Cools (UZ Gent) wijst op het bestaan van registers binnen de RIZIV-conventie voor transgenderzorg.
Uit het antwoord van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke op een parlementaire vraag van Depoorter blijkt dat tussen januari 2021 en november 2025 in België 20.300 voorschriften voor hormoonremmers en hormonale regulatoren afgeleverd werden aan jongeren onder de 18 jaar. Het gaat om 3.751 voorschriften in 2021, 3.963 in 2022, 4.498 in 2023, 4.173 in 2024 en 3.915 in de eerste elf maanden van 2025. Het gaat om voorschriften, niet om 20.300 unieke jongeren.
Wat achter die cijfers schuilgaat, weet de overheid niet, klaagt Depoorter aan. "Het RIZIV beschikt niet over gegevens over de indicatie waarvoor de geneesmiddelen worden gebruikt. Daardoor kan geen onderscheid worden gemaakt tussen gebruik als hormonale regulator, gebruik in het kader van genderdysforie en andere indicaties. Ook patiëntgegevens uit ziekenhuizen zijn niet beschikbaar. Dat is een bijzonder grote blinde vlek", zegt Depoorter.
Dat het RIZIV niet weet voor welke indicatie wordt voorgeschreven, geldt ook voor andere soorten medicatie, zegt prof. dr. Martine Cools, kinderendocrinoloog in UZ Gent. “Als de wetgever dat zo voorziet, zal dat wel de bedoeling zijn. Misschien moet mevrouw Depoorter de regels van het RIZIV veranderen?”
Consensusrichtlijn
Cools wijst erop dat de indicatie wel degelijk in het medisch dossier wordt genoteerd. “GnRH-analogen worden bij volwassenen voorgeschreven bij bepaalde prostaatkankers. De initiële doelgroep bij minderjarigen zijn kinderen met pubertas praecox. Sinds de vroege jaren 2000 bestaat het ‘Dutch protocol’ over off-label gebruik bij de begeleiding van een mogelijke medische transitie voor genderincongruente jongeren.” Sinds 2022 wordt het gebruik daarvoor in België terugbetaald.
Ook het medisch traject dat jongeren met genderincongruentie eventueel kunnen volgen, moet voldoen aan zeer strikte criteria uit een Europese consensusrichtlijn, verduidelijkt prof. Cools. “Het wordt volgens strikte, niet zozeer leeftijds-, maar wel puberteitsgebonden criteria toegepast, na minstens twaalf maanden – maar meestal veel langer – psychologische begeleiding, multidisciplinaire evaluatie, assessment door een kinderpsychiater, …”
Sereen debat
Depoorter stelt dat betrouwbare data nodig zijn om het debat over puberteitsremmers bij minderjarigen op een correcte wetenschappelijke en serene manier te voeren. “Gegevens over medicatiegebruik kan mevrouw Depoorter vinden in een studie. In januari vorig jaar is een uitgebreid artikel(1) verschenen waarin de evolutie van transgenderzorg voor jongeren in België over de laatste vijftien jaar gedetailleerd wordt beschreven. Daarin staan alle gegevens”, zegt Cools.
“Kinderen kunnen vanaf negen jaar een psychologisch intakegesprek en follow-up krijgen. Als je die groep als geheel beschouwt, dan zullen van diegenen die bij de geboorte geregistreerd zijn als jongen, uiteindelijk 34,6% GnRH-analogen gaan gebruiken. En van diegenen die bij de geboorte geregistreerd zijn als meisje, gaat het om 17,7%.”
De data uit het artikel komen uit de registers die in het kader van de conventie transgenderzorg bijgehouden moeten worden. Daarnaast bestaat een Europees register dat beheerd wordt door Endo-ERN, een netwerk van Europese kinder- en volwassenendocrinologen, met daarin een module over genderincongruentie, waarin centra van over de hele wereld gegevens kunnen registreren, vult Cools aan.
'KCE is welkom'
Het regeerakkoord voorziet dat het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) het gebruik van hormoonremmers bij jongeren in het kader van genderdysforie onderzoekt op basis van de wetenschappelijke evidentie. Volgens de informatie die Depoorter ontving, ging dat onderzoek op 1 juli 2026 van start. Het eindrapport wordt naar verwachting in november 2027 gepubliceerd.
“Het KCE kan uiteraard volledige inzage krijgen in alle gegevens die wij bijhouden”, zegt Cools. “We hebben die niet publiek gemaakt. Naar privacy van patiënten toe kan dat niet de bedoeling zijn. Maar voor een duidelijke onderzoeksopdracht zoals het KCE die heeft, zijn alle gegevens beschikbaar. We wachten op hun bezoek.”
Referentie:
1. Ciancia S, Bruneel L, Van Schuylenbergh J, Klink D, Dhondt K, Heyse R, Motmans J, Cools M. The evolution of pediatric transgender healthcare in Flanders: Trends in referrals, intakes and gender-affirming interventions over the last 15 years. Int J Transgend Health. 2025 Jan 21;27(1):542-552. doi: 10.1080/26895269.2025.2452996.