BIHR en VIDIS
Dirk Broeckx
apotheker
Na een telefoontje van Frank Vandenbroucke startten in januari 2022 een tiental experten het BIHR-project. Opdracht: het uitschrijven van een concept voor een (virtueel) geïntegreerd patiëntendossier: het ‘Belgian Integrated Health Record’. Het einddoel: met minder administratief werk toch veel meer betrouwbare patiëntendata toegankelijk en bruikbaar maken voor de patiënt en het hele zorgteam.
Het ‘geïntegreerd patiëntendossier’ werkt virtueel: de data blijven decentraal, waar ze gegenereerd en opgeslagen worden. De software van elke gebruiker roept de data op die hij nodig heeft en voegt relevante data toe na elk patiëntencontact. Het ondersteunt zowel ‘primair’ (zorg voor de patiënt) als ‘secundair’ gebruik (beleid, onderzoek, populatiemanagement).
Technisch wordt het patiëntendossier opgedeeld in vijftien rubrieken, zoals ‘medicatie’, ‘vaccinatie’, ‘laboresultaten’, ‘beeldvorming’, ‘klinische data’, met ook enkele nieuwe rubrieken, zoals ‘telemonitoring’, ‘levensdoelen’, ‘sociale & familiale factoren’. Voor elke rubriek worden één of meerdere CareSets bepaald, die de structuur, standaarden en gebruiksregels beschrijven voor alle relevante data. Bij elke CareSet horen een aantal Fast Healthcare Interoperability Resources (FHIR). Dat zijn berichtentemplates voor het zenden en ontvangen van data. BIHR werkt dus op basis van data en vervangt geleidelijk het zenden van pdf’s, verwijsbrieven en (tekst)rapporten.
Dat zal sneller gaan dan je denkt. Met de recente introductie van Vaccinnet 2.0 is al de eerste stap gezet richting BIHR. Via het VIDIS-project zal 'Medicatie' snel volgen en ook de rubrieken 'Labo' en 'Allergie' staan in de steigers. Het hele eHealth Actieplan 2026-2029 draait rond de realisatie van alle rubrieken van het BIHR-concept.
Het VIDIS-project introduceert bijvoorbeeld een belangrijke nieuwe component, namelijk de ‘connector’. Dat wordt een API (softwarecomponent) tussen de gebruikerssoftware en alle achterliggende ‘authentieke bronnen’. Voor medicatie zijn dat de servers van Recip-e, FarmaFlux (GFD), de kluizen (o.a. Vitalink) en in een tweede fase ook MyCareNet. Het doel van de connector is de verbinding met alle bronnen en de complexiteit van achterliggende softwareprocessen te stroomlijnen. Hierdoor versnelt de ontwikkeling van nieuwe diensten en wordt de interoperabiliteit en de kwaliteit van de data uniform gegarandeerd.
Allemaal mooi, maar wat betekent dat nu voor mij? VIDIS volgt het BIHR-concept en vertrekt van de bestaande gegevens in Recip-e en FarmaFlux. Het koppelt deze systematisch aan hun respectievelijke VMP-groep. (Dat zijn de ‘clusters’ van verpakkingen die we kennen uit VOS: producten met dezelfde actieve stof, dosering en toegangsweg). Hierdoor kan de software automatisch een medicatieschema genereren voor ongeveer negen miljoen patiënten die (op jaarbasis) minstens één geneesmiddel op naam afgeleverd krijgen (OTC, voorgeschreven, ziekenhuis). Achter elke VMP-lijn wordt meteen de hele historiek van voorschriften, afleveringen en aanpassingen bijgehouden. Het werk kan daardoor verschuiven van het arbeidsintensief ‘maken en onderhouden’ van het schema naar het valideren en bespreken met de patiënt.
Het BIHR-project bereidt België ook voor op de start van de European Health Data Space (EHDS) in 2029. Dan moeten we, via de Belgische Health Data Agency (HDA), klaar zijn voor uitwisseling van Patient Summaries (samenvatting van het patiëntendossier), medicatievoorschriften en -afleveringen tussen de Europese lidstaten.
PS: Benieuwd hoe het gaat werken? Op onze website kan je in een extract uit het Actieplan een volledige beschrijving lezen.