Parlementaire vraag over 'wanpraktijken in de cosmetische sector'
Volksvertegenwoordiger Nawal Farih (CD&V) stelde een schriftelijke vraag aan minister van Justitie Verlinden over wanpraktijken in de cosmetische sector. Volgens Verlinden bestaan er geen exacte cijfers over het aantal klachten.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De cosmetische sector is de afgelopen jaren fors gegroeid, stelt Farih. Tegelijk nemen echter ook de signalen over wanpraktijken binnen de branche toe.
Patiënten worden na ingrepen soms geconfronteerd met blijvende schade of ernstige complicaties, veelal na behandelingen uitgevoerd door personen die daar niet voor gekwalificeerd zijn of in omstandigheden die niet aan medische standaarden of aan de wetgeving voldoen.
Aantal klachten en gerechtelijke onderzoeken
Een aantal vragen peilden naar het aantal klachten, de klagers en het aantal gerechtelijke onderzoeken.
Daarop antwoordde de minister dat de centrale statistische gegevensbank van het College van procureurs-generaal niet toelaat toe om een antwoord te verschaffen op deze vragen gezien de bestaande tenlasteleggingscodes betreffende geneeskunde die eventueel voor dit soort zaken in aanmerking komen, niet toelaten om specifiek zaken uit de cosmetische sector te identificeren.
Niet altijd onwettige uitoefening van de geneeskunde
Een andere vraag was onder welke strafrechtelijke kwalificaties de dossiers met betrekking tot de wanpraktijken worden geregistreerd.
De minister verwees vooreerst naar de onwettige uitoefening van de geneeskunde die strafbaar wordt gesteld bij artikel 3, § 1 WUG.
Belangrijk hierbij te vermelden is dat niet elke cosmetische ingreep onder dit begrip valt, aldus de minister. Artikel 3, § 1, lid 4 WUG verduidelijkt dat het moet gaan om een medische technische ingreep doorheen de huid of de slijmvliezen waarbij, zonder enig therapeutisch of reconstructief doel, vooral beoogd wordt het uiterlijk van de patiënt om esthetische redenen te veranderen.
Het gaat met andere woorden om het doorbreken van de huidbarrière middels injecties, bijv. het injecteren van botox of fillers, mesotherapie, micro-needling, enz. zonder medische noodzaak.
Esthetische genees- en heelkunde
Voorts verwees de minister naar de wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren en tot regeling van de reclame en informatie over die ingrepen. De inbreuken op deze bepalingen worden strafbaar gesteld in de artikelen 21 en 22 van die wet.
Diezelfde wet bevat in artikel 20/1 nog een bepaling over de verboden reclame inzake esthetische geneeskunde die op eenieder van toepassing is en bestraft wordt overeenkomstig artikel 22/1 met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en/of een geldboete van 250 euro tot 5.000 euro.
In deze gevallen is het niet noodzakelijk dat er complicaties optreden, maar gaat het louter om de uitoefening door niet-gekwalificeerde personen of verboden reclame.
Complicaties
Als er effectief sprake is van complicaties, dan kan bijkomend teruggevallen worden op het Strafwetboek. Meer specifiek gaat het om de artikelen 418 en 420, lid 1, zijnde onopzettelijke slagen en verwondingen door een gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. De inbreuk wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en/of een geldboete van 50 euro tot 500 euro.