Wetsontwerp richt 'netwerken van huisartsen' op
Zeg niet meer 'functionele samenwerkingsverbanden van huisartsen'; zeg 'netwerken van huisartsen'. Dat staat in een wetsontwerp dat de regering bij de Kamer heeft ingediend. Hoofdstuk 5 van het wetsontwerp voert een moratorium in op het aantal A- en Sp-ziekenhuisbedden.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De federale regering diende op 30 juni bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake gezondheid in. Dit wetsontwerp bevat diverse bepalingen tot wijziging van verschillende wetten inzake gezondheidszorg.
Paritaire Commissie artsen-ziekenhuizen
Hoofdstuk 1 van dit ontwerp voorziet in wijzigingen van het KB nr. 47 van 24 oktober 1967 tot instelling van een Nationale Paritaire Commissie Artsen-Ziekenhuizen en tot vaststelling van het statuut van de nationale paritaire commissies voor andere beoefenaars van de geneeskunst of voor andere categorieën van inrichtingen, alsmede van de gewestelijke paritaire commissies.
Zo wordt het mogelijk om een bestendig bureau of ad-hoccommissie voor bemiddeling op te richten, samengesteld uit een beperkter aantal leden. Ook wordt de formele benoeming van een secretaris en adjunct-secretaris vervangen door de gangbare praktijk voor andere commissies en wordt de duur van het mandaat van de leden verdubbeld.
Netwerken van huisartsen
Hoofdstuk 2 heeft betrekking op een wijziging van de Zorgkwaliteitswet. Het heeft als doel, in het kader van de medische permanentie, de term “functionele samenwerkingsverbanden van huisartsen” te vervangen door de term “netwerken van huisartsen” die afspraken maken omtrent de medische permanentie in de betrokken zone.
De term “netwerk” voorkomt verwarring met eventuele andere samenwerkingen tussen huisartsen buiten de context van de medische permanentie.
Wijzigingen in de WUG
Hoofdstuk 3 brengt wijzigingen aan in de WUG. Ook hier wordt de term “functionele samenwerkingsverbanden van huisartsen” vervangen door de term “netwerken van huisartsen”. Voorts wordt de omschrijving van de kinesitherapeutische handelingen zoals die wettelijk is vastgelegd in de WUG in lijn gebracht met de wijze waarop de kinesitherapie vandaag wordt beoefend, met de actuele stand van de wetenschappelijke kennis en met de evoluties binnen de opleidingen kinesitherapie.
Wat betreft de uitoefening van de verpleegkunde wordt een verduidelijking aangebracht over de voorafgaande adviezen die moeten worden gevraagd met betrekking tot de voorschrijfbevoegdheid van de beoefenaars van de verpleegkunde. Hetzelfde gebeurt met betrekking tot de voorschrijfbevoegdheid van vroedvrouwen.
Strafbepalingen in overeenstemming met nieuw Strafwetboek
Hoofdstuk 4 betreft de strafbepalingen: het doel is om de technische wetsaanpassingen door te voeren teneinde de strafrechtelijke bepalingen van de WUG en van de andere wetten op het gebied van de volksgezondheid in overeenstemming te brengen met het nieuwe Strafwetboek van 29 februari 2024.
Moratorium voor A- en Sp-ziekenhuisbedden
Hoofdstuk 5 voert een moratorium op het aantal A- en Sp- ziekenhuisbedden in, in het kader van de hervorming van het ziekenhuislandschap.
Een moratorium op A- en Sp-bedden vermijdt verdere financiële constructies en geeft ruimte om het nodige studiewerk uit te voeren. Het studiewerk moet uiteindelijk uitmonden in een aanpassing van de programmatie en van de reconversieregels van ziekenhuisbedden.
Daarom is een stand-still op de reconversies naar A- en Sp- ziekenhuisbedden verantwoord. Gelet op de doelstelling vormt het moratorium een tijdelijke en bewarende maatregel.