De WHO roept op tot snelle regelgeving voor AI in de gezondheidszorg
Kunstmatige intelligentie vindt veel sneller haar weg naar de gezondheidszorg dan de regelgeving die haar moet omkaderen. Daarvoor waarschuwt de regionale directeur van de WHO voor Europa, Hans Kluge. In een verklaring die hij woensdag in Lissabon aflegde, roept hij de lidstaten op om snel werk te maken van een duidelijk regelgevend kader, voordat de achterstand "onomkeerbaar" wordt.
Uit een evaluatie in de 53 lidstaten van de Europese WHO-regio blijkt dat bijna twee derde van de landen AI al inzet voor diagnostische toepassingen. De helft gebruikt chatbots om patiënten te ondersteunen. Toch beschikt slechts 8% van de landen over een specifieke nationale strategie voor AI in de gezondheidszorg.
Ook op andere vlakken blijven er volgens de WHO belangrijke hiaten. Slechts één op de vijf landen leidt zorgprofessionals op in het gebruik van AI vóór ze ermee aan de slag gaan, één op de vier voorziet bijscholing en bijna 40% beschikt nog niet over ethische richtlijnen. Minder dan de helft van de landen heeft bovendien nagegaan of de bestaande wetgeving voldoende is afgestemd op AI-toepassingen.
Tegelijk benadrukt de WHO de concrete meerwaarde van artificiële intelligentie. Zo wordt AI-ondersteunde beeldanalyse in Coimbra (Portugal) al gebruikt om onder meer borstkasafwijkingen en botbreuken sneller op te sporen, waardoor patiënten minder lang op een diagnose hoeven te wachten.
Kluge roept de lidstaten daarom op om werk te maken van een nationale AI-strategie, duidelijke aansprakelijkheidsregels uit te werken en zorgverleners op te leiden. "De toekomst van AI in de gezondheidszorg wordt niet bepaald door algoritmen, maar door de kaders die we vandaag opstellen", besluit hij.